ronaldheinenGedurende de tijd dat het Corona-virus vele contacten onmogelijk maakt is er dagelijks een korte overweging bij de lezing van de dag.
U kunt deze vinden onder het kopje: Column.

Reacties, vragen of opmerkingen kunt u mailen naar ronald.heinen@eusebiusparochie.nl

Hierbij een link naar een korte vlog vanuit de Lucaskerk

 

Dinsdag 15 september.

Het was even rustig op deze plek. Dat had te maken met een korte vakantie en ook een bezinning of we hier mee door zouden gaan. Dat laatste is nog niet helemaal afgelopen, maar we neigen er naar om de korte stukjes te vervangen door een vlog over een actueel onderwerp of gebeurtenis. Zo is dit (niet de eerste) vlog naar aanleiding van de uitvaart van kardinaal Simonis.

https://www.youtube.com/watch?v=bLQkpEWzn6c&t=1s

Diaken Ronald Heinen

Zondag 23 augustus. 21ste zondag door het jaar A.

Lezing van de dag: Mt. 16: 13-20

Wie zeggen de mensen dat ik ben?

Dat zou toch een mooie vraag zijn voor een enquete onder gelovigen. En wat zouden mensen dan zeggen?

Een profeet die Gods belofte voorhoudt en onrecht aanklaagt? Een rabbi die vanuit de wijsheid traditie mensen begeleidt bij het omgaan met dilemma's op hun levensweg? Een voorbeeld om na te volgen in gebed en actie?
Wie zal het zeggen wat er in mensen omgaat? Het is toch niet onjuist dat volgens het evangelieverhaal de mensen Jezus associëren met zijn vermoorde neef Johannes de Doper, of met Elia, de grote profeet van God als enige Heer van de geschiedenis. En het is al helemaal niet fout om Jezus te associëren met de lijdende profeet Jeremia. Past Jezus immers niet in de traditie van de grote profeten, Mozes, Elia, Jeremia etcetera?
En al evenmin zijn hedendaagse antwoorden van vaak zoekende mensen fout. Natuurlijk is Jezus een profeet met oog voor vrede en gerechtigheid. Natuurlijk is Jezus een rabbi die praktische levenswijsheid leert. Natuurlijk is Jezus een voorbeeld, natuurlijk is hij een man van God die ons uitdaagt en troost, die ons leert bidden en die ons leert om trefzeker voor de zwakke te kiezen.
Laten we het maar eens gewoon uitspreken: deze antwoorden zijn juist. Ze zijn juist omdat het tot de christelijke geloofstraditie behoort dat Jezus volledig en volwaardig mens was. Dat vergeten we in de Kerk nog wel eens te zeggen, omdat we vaak gericht zijn op datgene wat er naast of bovenop die menselijke kant nog meer aan Jezus te ontdekken is en wat er nog meer in geloof te zien is. Bij elke eerste kennismaking met Jezus valt hoe dan ook op: hier is een mens die weet wat het is om bij God te zijn, hier is iemand die weet wat bidden is, wat liefde is, wat gerechtigheid is, en die het nog in praktijk brengt ook.

Die Jezus is een aanstekelijk persoon, iemand die mensen uit zichzelf haalt, over zichzelf heen tilt, wegtrekt uit een zondig, verkwist en verkwistend leven. Ja, hier is iemand die de piketpalen van het menszijn verplaatst. En laten we elkaar niets wijsmaken: Jezus was niet echt een conventioneel alledaags mens. Integendeel. Om achter Jezus aan te gaan, in hem te geloven en hem na te volgen moet je wel lef hebben, moet je als jongere, maar ook als oudere, durven tegen de stroom in te gaan. En daartoe prikkelt die onconventionele mens Jezus van Nazareth. hier is een bron waaraan ik me laven. Hier is iemand die leert wat liefde is, niet met mooie woorden, maar in woord en daad en als gehele mens. De maatgevende mens Jezus verlegt een grens, omdat hij zichzelf op het spel durft te zetten. Iedereen kan zien: Jezus is als persoon een deel van zijn missie; hij gaat het lijden niet uit de weg omdat dat bij zijn inzet hoort voor gerechtigheid en vrede. Hij gaat integendeel de hele weg, teneinde toe. Hij is dus niet een manager die een karwei komt afmaken en dan snel voort hopt naar de volgende job. Nee, Jezus is als persoon met zijn hele leven en zijn opdracht een deel van zijn eigen boodschap.
In de kerk is het daarom belangrijk om goed met elkaar te spreken over Jezus als mens. Als we dat uit angst om de diepste waarheid van het geloof tekort te doen, niet durven, doen we eigenlijk juist daardoor aan de kern van het geloof te kort dat God zoals de apostel Paulus het zegt: " in deze mens in Zijn volheid heeft willen wonen"

Die mystieke taal is soms een beetje lastig te begrijpen. Maar ze helpt wel om die vraag uit het evangelie van vandaag te beantwoorden:" en Gij, wie zegt Gij dat ik ben" . Dat leert ons ook het evangelie van vandaag waarin Petrus antwoordt: " Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God" . Dat is hooggestemde taal. Dat zegt Jezus ook onmiddellijk tegen Petrus: " Niet vlees en bloed hebben u dit geopenbaard maar mijn Vader ". Petrus zegt dus wel iets wat waar is, maar het is geen ‘eigenwijsheid'. Deze wijsheid komt niet uit hemzelf, zij overstijgt hemzelf. En later in het evangelie zal blijken dat Petrus nauwelijks begreep wat hij zei. Dat is vind ik een troostrijke gedachte, dat deze rots waarop de Kerk is gebouwd - Petrus, Kefas, betekent Rots - , nauwelijks wist wat hij zei toen hij die grote woorden gebruikte: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. De uitspraak betekent in ieder geval twee dingen: ten eerste spreekt hier een apostel eindelijk uit dat Jezus de Messias is - maar, naar later blijkt, een ander type Messias dan de mensen verwachten - en ten tweede hier is iemand die zo vertrouwd is met God dat hij Zoon genoemd mag worden - en de Onuitsprekelijke dus Abba, Vader genoemd mag worden.
Als we zeggen dat Jezus de Messias is en Zoon van God, gebruiken we woorden die eigenlijk te groot zijn voor ons. Dat kunnen we leren van Petrus, Maar toch, als we deze woorden vermijden en proberen te ‘vertalen' in taal die toegankelijker is of lijkt , dan gaat er iets wezenlijks van het mysterie dat Jezus Christus is verloren. We hebben in de kerk deze taal nodig die ons overstijgt. Niet omdat Jezus geen mens zou zijn geweest. Maar omdat de uiteindelijke betekenis van dit mens-zijn van Jezus niet voldoende te vatten is in woorden - hoe positief ook - als rabbi, profeet of voorbeeld. Dit zijn allemaal woorden die ook op andere mensen van toepassing zijn. Maar de woorden Messias en Zoon van God duiden veel meer het unieke aan van Jezus –

Laten we als geloofsgemeenschap leren dat het niet verkeerd is het mysterie te erkennen en ruimte geven, en laten we van Petrus leren dat niet fout is om hardop uit te spreken wat we alleen intuitief verstaan en begrijpen, namelijk dat het juist deze Jezus die voor ons allen de weg opent naar God.

Diaken Ronald Heinen

Zaterdag 22 augustus. Heilige maagd Maria, Koningin

Lezing van de dag: Mt. 23: 1-12

"Al wie zich verheft zal vernederd worden", dat lezen wij vandaag op deze feestdag waarop Maria Koningin wordt genoemd. De nederige kleine dienstmaagd is een koningin geworden. En vaak wordt Maria ook afgebeeld met een kroon om dat koningsschap aan te duiden. Kroon en scepter zijn immers de symbolen van het koningsschap. Toch zie ik liever Maria als moeder, of als de vrouw die haar dode zoon op haar schoot heeft gelegd. De vrouw die een diep geloof uitstraalde wat ook duidelijk tot uiting komt in het het magnificat. Ook in dat lied worden heersers van hun tronen gehaald en toch heeft de kerk Maria op een troon geplaatst. Je zou je kunnen afvragen wat Maria daar zelf van vindt. In ieder geval, net als haar zoon, zal zij gaan voor een totaal ander koningsschap. Niet op een hoge troon, ver van de mensen, maar juist dichtbij, benaderbaar, zorgzaam. En zeker opkomend voor gerechtigheid en rechtvaardigheid. Zo mag is haar dan als koningin blijven zien. Maar als u het mij vraagt, liever zonder kroon.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 21 augustus. Feest H. Pius X

Lezing van de ddag: Mt. 22: 34-40

"Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, uw ziel en uw verstand". Zo horen wij vandaag. Met alles wat wij hebben en zijn mogen wij God liefhebben. Het is eigenlijk een heel groot geschenk dat je zo lief mag hebben, zonder voorbehoud, zonder een ja-maar, maar gewoon, heel gewoon, met alles wat je hebt liefhebben. Als je mensen ontmoet die dat doen, dan zie je het ook van ze afstralen, met een glans in hun ogen, met de lach om hun mond. Als je die liefde ooit zo gevoeld hebt weet je hoe bijzonder het is. En natuurlijk, dat kun je niet elk moment, elke dag hebben. Dat wordt ook niet van ons gevraagd, maar we moeten het ook niet verliezen. Om liefde te blijven voelen, moet je er ook aan blijven werken. De tijd geven, de liefde voeden, aandacht geven, er zorg voor hebben. Dat geldt voor de liefde van mens tot mens en evengoed voor de liefde van mens tot God. Een ding weten we in ieder geval zeker, De liefde van God voor de mens, voor u, voor mij, daar hoeven we niet bang voor te zijn. Die is er, die mogen wij al ontvangen, aan ons is het om antwoord te geven.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 20 augustus.

Lezing van de dag: Mt. 22: 1-14

En ook vandaag lezen wij verder over recht voor alle mensen, als de genodigden het niet waard zijn om bij het feest aan te schuiven, dan nodigt God andere mensen uit, degenen die op de hoeken van de straten te vinden zijn, de goede én de slechten. Maar we moeten wel blijven opletten, je moet wel gekleed zijn voor de bruiloft, oftewel je moet je wel gereedmaken. Het is niet voldoende om op de uitnodiging in te gaan, maar we moeten ons daar ook op voorbereiden, we moeten bereid zijn om mee te feesten, om ons innerlijk gereed te maken, alleen dan kunnen we binnenkomen, alleen dan zijn we welkom.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 19 augustus.

Lezing van de dag: Mt. 20: 1-16a

"Zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?". De lezing van vandaag kan heel wat oproepen als je ze leest. Ik ken een catecheseproject van jaren geleden, dat precies over deze tekst ging en als ik dan leerkrachten mocht begeleiden bij dit project dan riep dat vele reacties op. Reacties die toch vooral gingen over het oneerlijke karakter van de landeigenaar. Immers de dagloner evenveel geven die een uur had gewerkt, als degene die een hele dag had gewerkt, dat was toch niet rechtvaardig! Je krijgt toch per uur uitbetaald! Het waren vaak prachtige gesprekken over rechtvaardigheid, over de goedheid van Jezus en over ons gevoel daarbij. De worsteling met teksten als vandaag is niet verkeerd, ze wijzen ons altijd een weg om verder na te denken en ze wijzen ons er bovenal op, waar het in het koninkrijk Gods om gaat. Om gerechtigheid voor iedereen, ook voor de laatsten, om misschien wel, juist voor de laatsten.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 18 augustus.

Lezing van de dag: Mt. 19: 23-30

Jezus spreekt verder en je merkt bij de omstanders en de leerlingen de verbijstering. Wie kan er nog gered worden als de rijken worden heengezonden, als je alles achter moet laten? Wie zijn er dan nog over? Maar Jezus spreekt vooral over loslaten, je niet krampachtig vasthouden aan wat je hebt, maar juist met open handen God tegemoet treden. En degenen die dat aandurven worden honderdvoudig beloond. Het gaat immers niet om wie de belangrijkste is bij Jezus, wie de eerste wil zijn. De laatsten, zij staan vooraan, zij zullen op de eerste plaats zitten. En daarmee wijst Jezus ons op de onaanraakbaren, de armen, de zieken, de mensen die over het hoofd gezien worden, de klensten en de minsten.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 17 augustus

Lezing van de dag: Mt. 19: 16-22

Het zal ons maar gevraagd worden, alles achter laten wat je bezit om Jezus te volgen en toch is dat wat we vandaag horen. En wat doen wij dan? Met onze auto's, boeken, huizen, met al ons bezit? In hoeverre klampen we ons daaraan vast en in hoeverre kunnen we het loslaten?  Enige jaren gelden ontmoette ik in het klooster te Berkel Enschot de gastenbroeder. Hij was jarenlang parochiepriester geweest, woonde op een grote pastorie en hield van zijn mooie auto. Maar toen hij intrad bij de Trappisten heeft hij alles verkocht. Slechts met een plastic tasje kwam hij aan bij het klooster. Zo bracht hij in praktijk wat wij vandaag horen. Gelukkig zijn er nog steeds mensen die ons laten zien dat vastklampen aan bezit niet de enige weg is.

Diaken Ronald Heinen

Zondag 16 augustus.  20ste zondag door het jaar

Lezing van de dag: Mt. 15: 21-28

‘In die tijd trok Jezus zich terug naar de streek van Tyrus en Sidon’. Deze eerste zin uit het evangelie van vandaag heeft een diepe achtergrond. Nu Johannes de Doper dood is richten de joodse machthebbers hun aandacht meer op Jezus, die nieuwe Rabbi uit Nazareth. De boodschap die Hij brengt bezorgt Hem op zijn minst meer vijanden dan vrienden. Al gauw wordt de aarde in Galilea dan ook te heet onder zijn voeten zodat Jezus besluit om uit te wijken naar een heidens gebied, de zeer kosmopolitische en religieus tolerante streek van Tyrus en Sidon, het huidige Libanon. De Sadducese Joodse priesterkaste en hun schriftgeleerden hebben daar maar weinig of geen macht en Hij loopt daar dus minder gevaar om gearresteerd te worden.Maar zijn reputatie is Jezus reeds vooruit gesneld en het is dan ook niet verwonderlijk dat een wanhopige Palestijnse vrouw, een heidense dus,  een beroep doet op zijn medelijden. Het gaat om haar kind, en dan is elke moeder die ten einde raad is bereid om hulp te zoeken, als het moet zelfs bij een vreemde Joodse rabbi die daar toevallig is.Het smeken van de vrouw klinkt juist hetzelfde als de gebeden om erbarmen waarmee wij nu, meer dan tweeduizend jaar later, nog altijd onze liturgie beginnen: “Kyrie eleison”  -  “Heer, ontferm U”. Heer , help mij in mijn grote nood! Heer, heb medelijden met mij.

De Joodse Thora, en ook de Psalmen, waren vreemd voor die vrouw, die kende ze zeker niet.   Omdat ze er waarschijnlijk aan gewend was om tot heidense goden te bidden had ze er helemaal geen benul van hoe ze zich tot die ene ware God van de Joden moest richten.  Maar de liefde voor haar kind, de bezorgdheid voor het leven van haar dochtertje leert haar te bidden zoals wij het nu nog altijd doen. “Eleison Kyrie”  - “Heb erbarmen, Heer”.Maar voor een Joodse Rabbi, en dat was Jezus nu eenmaal, is haar gebed helemaal niet vanzelfsprekend. Hij negeert haar dan ook. Want Hij is gebonden aan de omgangsregels die de Thora in zo’n geval voorschrijft. De omgang van Joden met vreemdelingen, laat staan met een vreemde vrouw, was verboden, en dus zeker niet vanzelfsprekend.Maar voor ons, in deze tijd, klinken deze zinnen in het evangelie ons vreemd in de oren. Jezus was er toch voor iedereen!

En als de leerlingen er op aandringen dat Hij toch eindelijk  iets zou doen om haar roepen te laten ophouden, geeft Hij zelf als verklaring, dat Hij, als profeet voor Israël, helemaal niet bevoegd is om iets voor haar te doen. Maar de vrouw laat zich niet afschepen. Met de eenvoudigste kreet om hulp, blijft ze aandringen voor het heil van haar dochter. Zelfs wanneer Jezus zijn standpunt nader toelicht met een beeld. Het is echt bidden wat ze doet. “Kyrie, Eleison”  -  “Heer, ontferm U”. Zij herkent en erkent in Jezus de Heer, die haar dochter van haar zware ziekte kan bevrijden. Ze geeft het niet op en ze maakt zich ook niet kwaad. Maar omwille van het leven van haar kind berust ze ook niet in de argumentatie van Jezus. Met haar volgehouden gebed dwingt ze Hem om opnieuw haar te zien, dwingt ze Jezus ook om zijn eigen roeping weer te zien.

In de eerste lezing hoorden we Jesaja ook al spreken dat de vreemdelingen zich tot de God van Israël zouden wenden en dat de tempel van de Heer een huis van gebed voor alle volkeren zou worden. Voor ons, die net zoals die vreemdelingen, ook geen Joden zijn, heeft die Palestijnse vrouw met haar gebed om ontferming een weg gebaand. Misschien kunnen ook wij, als volgelingen van Jezus, een en ander leren van die ommekeer die toen in Jezus heeft plaatsgevonden. Door de ontmoeting met die Palestijnse vrouw, kreeg Jezus het inzicht dat zijn roeping niet beperkt was tot alleen het volk van Israël, maar dat ze veel verder reikte en de hele wereld omvatte. Wat dan te zeggen van ons, die dikwijls niet verder kijken dan de grenzen van onze eigen kleine wereld. Ook wij mogen niet onverschillig staan voor dat smekende “Kyrie Eleison”  het “Ontferm u over ons” dat ons vanuit alle hoeken van de wereld, en nu vooral ook vanuit het land van Tyrus en Sidon, vanuit, Libanon en vele andere landen wordt toegeroepen.

Diaken Ronald Heinen

Zaterdag 15 augustus. Feest van Maria ten Hemelopneming.

Lezing van de dag: Lc. 1: 39-56

Op dit grote feest horen wij de prachtige lezing van het Magnificat. Maria heft dit lied aan op het moment dat zij haar nicht Elizabeth ontmoette, beide in verwachting van hun eerste zoon. Een prachtig lied wat al meteen laat zien waar het Maria om gaat. Niet alleen om de blijdschap van de zwangerschap, maar vooral om haar geloof in God die redding zal brengen, die uitzicht brengt voor de armen en de verdrukten. Een God die machtigen van hun tronen zal halen en de kleinen zal verheffen. Een lied, een geloof van ommekeer, van radicale verandering. Blijkbaar stond Maria ook zo in het leven. Met een diep geloof in God, met een diep vertrouwen dat God de mens zal redden en met een liefde voor alle mensen, in het bijzonder voor die mensen die door het leven getekend zijn. Vandaag eren wij Maria als moeder die zachtmoedig, maar ook strijdbaar is.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 14 augustus feest van H. Maximiliaan Maria Kolbe

 Lezing van de dag: Mt. 19: 3-12

Als er iets uit de lezing van vandaag naar boven komt dan is het "trouw blijven". Als je trouw beloofd hebt, dan is het je grote plicht om die trouw vast te houden. En we weten in deze tijd dat die erg moeilijk is geworden. Vele mensen hebben elkaar trouw beloofd, maar is het toch niet gelukt om dit ook vast te houden. Dat doet pijn, bij de direct betrokkenen, maar ook bij onze maatschappij. Immers trouw zijn is van groot belang voor de relaties tussen mensen én voor de relatie tussen mens en God. Ook in de kerk is het vaak moeilijk om die trouw vast te houden. Pater Kolbe, wiens gedachtenis wij vandaag vieren, is dat wel gelukt. Vanuit een diep, eenvoudig geloof, wist hij dat die trouw aan God en de mensen van levensbelang is. Hij hoefde dan ook niet lang te aarzelen om de plaats in te nemen van een joodse huisvader toen 10 mannen werden uitgekozen om in de dodenkelder te worden opgesloten zonder eten, drinken, licht totdat ze zouden sterven. Pater Kolbe gaf zo zijn leven voor een ander, een ander die hij misschien helemaal niet kende, hij wist alleen dat hij zijn leven wilde geven opdat die ander een kans zou krijgen om zijn vrouw en kinderen weer terug te zien. Zo liet hij zien wat trouw werkelijk betekent.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 13 augustus.

Lezing van de dag: Mt. 18: 29-19,1

Hoe groot is eigenlijk onze vergevingsgezindheid? Soms denk ik wel eens dat mensen maar heel weinig vergevingsgezindheid hebben. Immers vaak wordt iemand nog jarenlang iets nagedragen wat hij of zij ooit heeft gedaan. Telkens weer komt men er op terug en als mensen hun straf hebben uitgezeten, wie heet hen dan welkom? Mogen ze dan echt weer terug komen in de maatschappij of zal hun misdaad hen de rest van hun leven tekenen? Natuurlijk het is niet gemakkelijk om een schuld kwijt te schelden, om iemand weer in genade te aanvaarden. Als het om iets kleins gaat, lukt ons dat meestal wel, maar de echte misdaden zijn toch moeilijk te vergeven. Toch wordt ons dat gevraagd, immers zolang er geen vergeving is, kan er ook geen leven zijn. Dan kunnen we niet met elkaar samen-leven, weer opnieuw beginnen. Het is een van de zwaarste opgaven die Jezus in onze handen legt, maar ook een van de belangrijkste opgaven. Immers alleen daar waar vergeven wordt, kan een mens weer mens worden.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 12 augustus. 

Lezing van de dag: Mt. 18: 15-20

In een paar zinnen wordt heel veel gezegd. Jezus spreekt over het terecht wijzen van een broeder of zuster, over de binding van mensen aan elkaar en dat waar wij samenkomen, al is het in een beperkte groep van twee of drie mensen, dat dan Jezus in ons midden.is. Veel van die zinnen worden vaak los van elkaar gebruikt, vaak ook om eigen gelijk te halen of om anderen te wijzen op hun gedrag. Maar Jezus wijst ons toch allereerst op ons eigen gedrag. Dat we bij elkaar horen, dat wij verantwoordelijk zijn voor elkaar en dat we daar dan ook naar moeten handelen. Jezus is in ons midden, bij ons als we met elkaar praten, als we elkaar terechtwijzen en als wij een verbintenis met elkaar aangaan. Op al die momenten is Jezus direct bij ons aanwezig en doen we dat dan ook allemaal in zijn aangezicht. Dat betekent dan ook dat we niet zo vrijblijvend kunnen omgaan met elkaar, maar dat we juist met alle zorg en aandacht die ander tegemoet moeten treden, immers niets gaat buiten Hem om.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 11 augustus. Feest H. Clara

Lezing van de dag. Mt. 18: 1-5. 10. 12-14

Vandaag viert de kerk het feest van de H. Clara, zielsverwante van Franciscus en vandaag lezen we dan ook de passende tekst bij Matteüs dat Jezus het kind in het midden plaatst en vervolgens vertelt Hij het verhaal over de 100 schapen waarvan er één is verdwaalt. De herder gaat dan op zoek naar dat ene schaap, immers zonder dat schaap is de kudde niet volledig, niet één. Clara leefde vanuit dat ideaal, vanuit het besef dat het niet om grootse dingen gaat, om grote idealen, maar juist om dat kleine, dat eenvoudige. Wij vergeten dat wel eens, verlangen soms te veel naar rijkdom, naar bezit, naar grootse daden. Terwijl als we terug kijken op ons leven we altijd weer beseffen dat de meest belangrjjke dingen juist de meest eenvoudige zijn. Dat die ene blik, dat ene woord, die ene hand, het meeste indruk heeft gemaakt. Vandaag, wanneer we stilstaan bij het leven van Clara mogen we dat eens te meer realiseren en denken we met vreugde aan alle Clarissen die bidden voor ons in hun kloosters.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 10 augustus. Feest H. Laurentius.

Lezing van de dag: Joh. 12: 24-26

Op deze dag moet ik toch ook altijd denken aan het gilde van Huissen, het Laurentiusgilde en in de kerk van Huissen-Stad staat op het priesterkoor ook een mooi beeld van deze diaken met het rooster. Zo stierf hij immers een gruwelijke marteldood, vastgebonden op het rooster met daaronder een vuur. Hij stierf de dood omdat hij weigerde de schatten van de kerk over te dragen aan de keizer van Rome. Hij liet de schatten wel zien, de armen van Rome toonde hij aan de keizer met de woorden: "dit zijn de schatten van de kerk!" Laurentius had een sterk geloof en heeft zijn leven gegeven voor Christus. Ongetwijfeld kende hij de woorden uit het Johannes evangelie. "als hij sterft brengt hij vele vruchten voort!" Zo heeft Laurentius dan ook zijn leven gegeven, voor de armen in de kerk, voor zijn geloof dat het leven hier op aarde niet het belangrijkste is in het leven. Zo werd Laurentius dan ook een voorbeeld voor de diakens in de kerk, één van de vele diakens die in die eerste eeuwen hun leven hebben gegeven in dienst van de kerk. Het gilde in Huissen kan door Corona niet het feest vieren zoals ze gewend zijn, maar ongetwijfeld zal de H. Laurentius in het bijzonder herdacht worden.

Diaken Ronald Heinen

Zondag 9 augustus, 19de zondag door het jaar.

Lezing van de dag: Mt. 1: 22-33 

Eigenlijk is het beeld van Petrus heel herkenbaar. Als je naar je eigen leven kijkt mag je het ook wel vergelijken met een boot die vaart en dan is het lang niet altijd een rustige vaart over stille wateren met een lekker windje in de rug en de zon die mild schijnt. Neen, onze boot wordt soms geteisterd door onverwachte stormen die zomaar uit het niets opduiken, Corona, ontslag, echtscheiding, ziekte, en ook aan de dood zullen we niet ontkomen. Het lijkt soms wel alsof er altijd tegenwind is en als het dan al eens rustig is, weet je, elk moment kan er weer een storm losbarsten. Dan kun je besluiten om het alles maar te laten gaan, je wordt pessimistisch, je vertrouwen is weggevallen en aan alles wordt getwijfeld. Aan de kapitein die geen goede koers meer uitzet, aan het schip dat een storm niet kan doorstaan, aan de kok die geen goed eten maakt en je medevaarders die je toch niet helemaal vertrouwd. En dan komt de vraag die we onszelf moeten stellen, hoe zit het dan eigenlijk met ons vertrouwen, met ons geloof? Durven we te vertrouwen op elkaar, op onszelf, op God? Als je dan op de rand van de boot staat en Jezus strekt zijn hand uit, vraagt aan ons om dat vertrouwen, om dat geloof, durven wij het dan erop te wagen of kijken we de diepte in, de zee onder onze voeten. Wint onze angst, of wint onze hoop? Wint het wantrouwen of wint het vertrouwen?

We moeten dan toch ook erkennen dat wij toch eerder de toeschouwers zijn dan degene die al op die rand van de boot durft te stappen. We zijn toch eerder genegen om even te wachten of iemand anders het voortouw neemt? Petrus durft het aan, de andere leerlingen wachten nog even af en ook Petrus zinkt uiteindelijk weg. Het kost blijkbaar nogal wat moeite om die stap overboord te zetten.

Is het dan erg dat we twijfelen, angst hebben, dat ons geloof niet zo stevig is dat we altijd vaste grond onder de voeten hebben? Natuurlijk niet, we zijn mensen met alles wat aan mensen goed is en ook wat ons mensen zwak maakt. Dat allereerst te erkennen is al een eerste stap, de volgende stap is vertrouwen krijgen in God. God die ons bij de hand neemt. Dat vertrouwen komt niet zomaar uit de lucht vallen, God geeft ons de tijd, maar dan moeten wij ook de tijd geven aan God. Niet denken dat Hij alles wel even oplost voor ons, er meteen op de eerste vraag al een antwoord komt. Wachten en geduld hebben, vertrouwen dat Gods weg ons wel geopenbaard zal worden, dat wordt aan ons, dat werd aan Petrus gevraagd. Ook hij had tijd nodig, tijdens het leven van Jezus en na zijn dood en verrijzenis. Laten wij dan ook geduld betrachten, maar wel waakzaam blijven.

Diaken Ronald Heinen

Zaterdag 8 augustus. Feest van de H. Dominicus.

Lezing van de dag. Mt. 17: 14-20

Is ons geloof wel sterk genoeg? Blijkbaar lukte het de leerlingen niet om een jongeman te genezen en Jezus verwijt hun dan ook dat hun geloof nog te zwak is. Als het geloof van de leerlingen al te zwak is, hoe staat het dan met ons geloof? Natuurlijk is ook wel eens fijn om te lezen dat ook bij de eerste leerlingen het geloof niet altijd zo sterk aanwezig was. Ook Petrus schoot nogal eens te kort in vertrouwen. Die wetenschap geeft ons wat meer lucht om niet te veel van onszelf te vragen. Twijfel, te kort schieten, het hoort nu eenmaal bij ons. Het zijn heiligen als Dominicus die blijkbaar tegen alle stromen in bleven volhouden, bleven verkondigen en wij kunnen niet allemaal heilig zijn. Maar dit te beseffen ontslaat ons dat niet van het blijven proberen. We moeten blijven proberen om ons geloof vast te houden, om vertrouwen te houden in God die met ons meegaat. We moeten blijven proberen om te vertellen over Jezus, om uit te komen voor ons geloof. En als we dan eens te kort schieten dan mogen we weten dat we in goed gezelschap zijn en dat God vol van erbarmen is.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 7 augustus. Feest vanHH Sixtus II Paus en gezellen

Lezing van de dag. Mt 16: 24-28

Een toepasselijke lezing vandaag op de feestdag van de H. Paus Sixtus II. "Wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden" Paus Sixtus II was pas één jaar paus toen hij onthoofd werd tezamen met vier diakens door de keizer van Rome in 258. Voor ons katholieken in Nederland is het bijna ondenkbaar dat je leven op het spel staat als je op een zondag naar de eucharistie gaat. Wij worden niet gestenigd als we op een zondag de kerk verlaten, op zijn hoogst krijgen we wat meewarige blikken toegeworpen of worden we op een feestje wat medelijdend aangekeken alsof we het allemaal niet zo goed weten. Maar in die eerste eeuwen zijn er vele, vele christenen geweest die hun leven verloren door gewoon samen te bidden, door hun geloof te belijden en daarvoor uit te komen. Maar helaas ook nog in deze tijd zijn er vele martelaren te vinden in veel landen. Immers lang niet overal is er godsdienstvrijheid, lang niet overal kunnen christenen samen komen om met elkaar te bidden, laat staan om samen de eucharistie te vieren. Voor ons hier past dan ook dankbaarheid voor onze vrijheid, maar eveneens waakzaamheid om die vrijheid te bewaren en een stem voor hen die hun stem niet kunnen verheffen. Wij zijn immers broeders en zusters, niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 6 augustus. Feest van Gedaanteverandering van de Heer.

Lezing van de dag. Mt. 17: 1-9

De drie leerlingen zijn met Jezus boven op een berg aangekomen en daar wordt Jezus opgenomen in een hemels licht en zien zij naast Jezus Elia en Mozes. Zo wordt de de rode lijn duidelijk door de joodse geschiedenis heen en wordt Jezus ook in die lijn gezet. Dan is het ook niet zo verwonderlijk dat je daar wilt blijven, immers ze vertoeven in hemelse sferen. Maar dan klinkt Gods stem: Hij is mijn Zoon,luistert naar Hem! En bevreesd vallen ze neer voor Gods stem. Gelukkig neemt Jezus ze dan weer bij de hand. Ze kunnen niet blijven op die top van de berg, ze moeten weer naar beneden, ze moeten afdalen naar die soms harde werkelijkheid van alle dag. Een leven waar pijn en verdriet is, waar lijden en sterven is, maar waar ook vreugde en samenzijn is. Kortom de wereld zoals ook wij die kennen in al zijn mogelijkheden en onmogelijkheden. Het is die wereld waarin zij en wij leven, maar dan wel met het zicht op dat hemels licht, in het vertrouwen en geloof dat Gods Zoon onder ons is, dat Jezus ons bij de hand neemt. Dan hoef je inderdaad niet meer bevreesd te zijn, dan kun je weer opstaan, dan kun je weer verder gaan.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 5 augustus.

Lezing van de dag. Mt. 15: 21-28

 Hoe sterk ben je als je dochter ernstig ziek is en dreigt te overlijden? De Kananese vrouw laat zien hoe sterk een moeder dan kan zijn. Eigenlijk had ze niets te verwachten van een Joodse man, immers de bevolkingsgroepen waren strikt gescheiden in de tijd van Jezus en mochten niet met elkaar omgaan. Maar zij wist dat bij Jezus redding te vinden is. Dus zet zij door, ook als Jezus in eerste instantie wat afwijzend is, ook als de leeringen dreigen om haar weg te sturen. Zij wist, hier was redding te vinden, hier zou het mogelijk zijn dat haar dochter weer beter kon worden. En dan laat zij zich ook niet tegenhouden. Haar geloof is zo sterk dat zij doorzet en juist die wil, dat geloof, geeft redding, red haar en red haar dochter. Het woord van Jezus geeft weer leven, een kruimel lijkt voldoende te zijn om weer leven te vinden.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 4 augustus. H. Johannes Maria Vianney (pastoor van Ars)

Lezing van de dag: Mt. 14: 22-36

Vandaag vieren wij het feest van de H. Pastoor van Ars, die door zijn eenvoud, maar vooral door zijn diep en intens geloof vele mensen wist te raken en te bemoedigen. Dat kleine dorpje Ars van 200 inwoners is uiteindelijk wereldberoemd geworden, vanuit vele omliggende dorpen kwamen mensen om te luisteren naar deze pastoor, ze werden door zijn preken bemoedigd en geraakt én bekeerd, Zo is die eenvoudige pastoor tot voorbeeld geworden van vele priesters. Het is immers geen eenvoudige taak om volgeling van Christus te zijn, Petrus laat het ook zien in het evangelie van vandaag. Hij heeft wel de moed en de wil, maar het vertrouwen wil dan wel eens ontbreken en zo zinkt hij in de zee weg als Christus hem niet de hand had gereikt. Ook als gelovigen, hebben die hand vaak nodig om ons weer vaste grond onder de voeten te geven, om ons te helpen de goede weg te volgen en dat te doen wat nodig is.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 3 augustus. 

Lezing van de dag: Mt. 14: 13-21

 Vandaag herhalen wij de lezing van de zondag, Het is nooit verkeerd om een lezing nogmaals te lezen, nogmaals te doordenken, Zeker als het gaat om het verhaal van de broodvermenigvuldiging. Lang geleden mocht ik in Israël op de plaats zijn waar dit verhaal gesitueerd is. Een wonderlijk mooie plaats om te gedenken hoe belangrijk het dat mensen leren delen, dat mensen beseffen dat wanneer gedeeld wordt er zoveel ontvangen kan worden. De verhalen zijn prachtig, maar de ervaring maakt dat het verhaal levend wordt en met je mee blijft trekken en je telkens weer de inspiratie geeft die nodig is om de tegenslagen in het leven te overwinnen. Zij geven de grond onder onze voeten.

Diaken Ronald Heinen

Zondag 2 augustus. 18de zondag door het jaar A.

Lezing van de dag: Mt. 14: 13-21

Op deze zondag worden we verblijd met het prachtige verhaal van de broodvermenigvuldiging. Toen het avond was wilden de leeringen de grote menigte die Jezus was gevolgd wegsturen. Maar Jezus bleef zorg dragen voor al die mensen, ook de zorg voor hun voedsel ging Hij niet uit de weg. En zo werd eten gedeeld en werden allen verzadigd, niet alleen door het woord van Jezus, niet alleen doordat Hij zieken genas, maar ook dat Hij zorgde dat de mensen hun voedsel kregen. 12 korven bleven over, er was niet alleen genoeg, het was een overvloed die Hij geeft. De overvloed die zich ook liet zien op de bruiloft van Kana, de overvloed die ook wij mogen ontvangen als wij Jezus toelaten in ons leven. 

Diaken Ronald Heinen

Zaterdag 1 augustus. feestdag H. Alfonsus Maria de'Liguori

Lezing van de dag: Mt. 14: 1-12

Op deze dag vieren wij ook het feest van de stichter van de orde der Redemptionisten. En we lezen het droevige verhaal van de onthoofding van Johannes de Doper. Een verhaal van alle tijden, immers in dit verhaal spelen list, bedrof, afgunst en lafheid een grote rol. Het zijn allemaal eigenschappen die in de mens naar boven kunnen komen en wanneer ze gepaard gaan met machtsmisbruik kunnen de vreselijkste dingen gebeuren. Zo ook in dit verhaal als gevraagd wordt om het hoofd van Johannes de Doper op een schaal op te dienen. Hij die zo nederig was, die alleen maar een weg wilde bereiden voor Hem die na hem zou komen. Wordt zo op deze manier ten diepste vernederd. Maar zijn voorbeeld en zijn woorden klinken tot op de dag van vandaag door. Telkens weer als wij uitzien naar het feest van de geboorte van Gods Zoon horen wij zijn stem klinken. Een stem die klinkt met vele stemmen die ons allemaal roepen om Gods weg te gaan. Een weg van nederigheid, van liefde, van gerechtigheid.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 31 juli, feestdag H. Ignatius van Loyola, priester

Lezing van de dag: Mt. 13: 54-58

Vandaag viert de kerk het feest van de Heilige Ignatius van Loyola, de stichter van de orde van de Jezuïten. Onderwijs en leren zijn belangrijke waarden in deze orde. Igantius heeft zijn leven  altijd in dienst gesteld van de kerk, zijn orde is dan ook nauw verwand met de paus. De geestelijke oefeningen die hij heeft geschreven worden tot op de dag van vandaag door velen gebruikt. Ongetwijfeld heeft hij zich laten inspireren door de tekst die we vandaag lezen bij Matteüs. Jezus die de mensen onderwees in de Synagoge, tot verontwaardiging van de schriftgeleerden. De wijsheid van Jezus was voor hen te groot en ze begrepen zijn afkomst niet. Voor ons is het juist belangrijk om ons telkens te laten onderwijzen, niet alleen door te lezen en te studeren, maar ook door de ontmoeting, door de gesprekken. Leren van en met elkaar is van wezenlijk belang in onze kerk. Daarbij past altijd de bescheidenheid om te blijven luisteren naar die ander, immers de diepe wijsheid ligt soms verborgen in de woorden die we mogen ontvangen.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 30 juli

Lezing van de dag: Mt. 13: 47-53

En zo gaat Jezus vandaag verder, het Rijk Gods is niet alleen een schat die alles van ons vraagt, uiteindelijk zal er ook een oordeel zijn. Het goede wordt bewaard, maar het slechte wordt weggeworpen. Een oordeel klinkt altijd in onze oren zo definitief, zo hard ook. Maar een oordeel is vaak ook nodig om onderscheid aan te brengen. Zonder oordeel blijft alles grijs, kunnen we het goede niet meer van het kwade onderscheiden en dat is in het leven wel van groot belang. Een oordeel is nodig om ons op de goede weg te zetten, om het goede te doen. En, zo zegt Jezus ook tot ons, waar wij tekort schieten, daar wacht Gods oneindige barmhartigheid, Gods oneindige liefde. In dat vertrouwen is het dan ook mogelijk om op weg te gaan.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 29 juli

Lezing van de dag: Mt. 13: 44-46

Het Rijk Gods is als een schat die we kunnen verwerven, maar dan niet als een koopje op de markt of met heel wat af te bieden. Neen, het Rijk Gods is er alleen als je bereid bent om daar alles voor over te hebben, het hele bezit wordt ten gelde gemaakt om die kostbare schat te verwerven. Als je dat goed tot je laat doordringen, dan besef je dat Jezus eigenlijk heel veel van ons vraagt. In ieder geval vraagt Hij geen halfslachtig gedrag, bij Hem is het alles of niets. Of je gaat ervoor, of je laat het liggen. Je kunt alleen deel uitmaken van Gods Rijk als geheel je hart, geheel te ziel én geheel je verstand in dat licht wordt gesteld. Het ligt inderdaad voor het oprapen, maar het vraagt heel wat van ons.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 28 juli.

Lezing van de dag: Mt. 13: 36-43

De leerlingen vragen Jezus om een uitleg over het graan en het onkruid op de akker. En Jezus laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het goede zaad zijn de kinderen van Gods Rijk, het onkruid zijn de kinderen van het kwaad. Het zijn woorden die we eigenlijk niet zo graag horen. Immers we vinden al snel dat er toch eigenlijk in ieder mens wel iets goeds schuil gaat en wie wil er nu eigenlijk kwaad spreken over de doden? Over de doden niets dan goeds. Maar hier spreekt Jezus wel degelijk een oordeel uit, een oordeel wat ook nog leidt tot een eeuwig leven in het licht of een eeuwig leven in de diepste duisternis. Eigenlijk willen vaak dat oordeel niet horen, maar als er geen oordeel kan zijn, hoe kunnen we dan goed van kwaad onderscheiden, hoe weten we dan wat we moeten doen of wat we moeten laten? Een oordeel is nodig, al kan het nog zo hard zijn. Alleen door het oordeel kunnen we zien welke weg naar het Licht leidt. Maar gelukkig mogen we ook altijd blijven hopen op Gods liefde en op Gods barmtigheid. Gods erbarmen is zo groot dat wij mensen daar altijd op mogen blijven hopen, maar dat mag ons niet ervan weerhouden om het goede te zoeken én te doen. De tekst van vandaag mag ons daartoe nog eens extra aansporen.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 27 juli. Feestdag Z. Titus Brandsma

Het kleine zaadje wat uitgroeit tot een boom waar vogels kunnen nestelen, zo vertelt Jezus ons vandaag. Prachtige verhalen in deze tijd over het Rijk Gods en hoe wij het kunnen zien. En vandaag is het ook de feestdag van Titus Brandsma. Als martelaar overleden in het concentratiekamp Dachau. Hij deelde het lot met de tallozen die vermoord werden in een van die verschrikkelijke kampen. Van velen zijn alleen de namen overgebleven, van sommige, zoals Titus Brandsma is ook het verhaal van zijn leven overeind gebleven. Zo kunnen we hem blijven gedenken als een voorbeeld en voorvechter voor gerechtigheid en vrijheid. Maar ook al die andere namen mogen niet vergeten worden. Vorig jaar was ik in Praag en in de Synagoge waren de muren bekleed met de vele namen van joodse mannen, vrouwen, kinderen, baby's die allemaal vermoord zijn in die gruwelijke jaren. Een indrukwekkende getuigenis. Een getuigenis die blijft oproepen dat we dat kleine zaadje niet mogen vergeten en dat er altijd hoop op de toekomst mag zijn, ook in de diepste duisternis. Moge de Zalige Titus voor ons een voorspreker zijn om dat licht op vrede en vrijheid te bewaren.

Diaken Ronald Heinen

Lezing van de dag: Mt. 13: 31-35

Zondag 26 juli.  17e zondag door het jaar

Lezing van de dag: Mt. 13: 44-52

 We horen vandaag voor de derde week op rij in het evangelie gelijkenissen die ons wijzen op het Rijk Gods en we merken dat dit Rijk bijzonder veel beelden heeft. Het begon met het zaad dat gedeeltelijk op de weg, op de rotsen en tussen de distels terechtkwam, en dat dus niets opbracht. Alleen het zaad dat in goede grond viel, bracht dertig-, zestig-, zelfs honderdvoud voort. Daarna gelijkt het Rijk der hemelen op een man die goede tarwe zaait, maar ’s nachts komt zijn vijand en zaait er onkruid tussen. Het lijkt ook op een piepklein mosterdzaadje dat tot een grote boom uitgroeit. En op gist die in drie maten bloem wordt verwerkt.

En in het evangelie van vandaag lijkt het op een schat die in een akker verborgen is, op een koopman op zoek naar mooie parels en een op sleepnet dat in zee wordt geworpen. Allemaal beelden waarmee Jezus wil duidelijk maken dat het Rijk der hemelen in ons leven hier op aarde te zoeken en te vinden is. Want in elk van de beelden is er inzet om het beeld tot een goed einde te brengen. Het zaad dat in de goede grond terechtkomt, zorgt voor een zeer goede oogst. De zaaier wiens veld met onkruid wordt verpest, heeft alleen oog voor de bruisende tarwe. Dat onkruid pakken ze wel aan bij de oogst, zegt hij. Vogels kunnen nesten bouwen in de boom die uit het mosterdzaadje is gegroeid.

De gist wordt tot brood verwerkt, en de man die de schat in de akker  en de mooie parel vindt, heeft er al zijn bezittingen voor over om die schat en die parel te kunnen kopen.En met het sleepnet worden allerlei vissen gevangen.

Akkers, schatten, parels, vissen, brood bakken … het zijn allemaal dingen uit het dagelijks menselijk leven. Ze horen bij de mens en ze horen bij het leven. Zoals het Rijk der hemelen. Welnu, zegt Jezus, maak er werk van. Bouw uw leven, bouw uw wereld uit tot een hemels Rijk op aarde. Door liefde, door goedheid, door vrede. Misschien zijn we er ons niet voldoende van bewust, maar dat is ook wat Hij ons leerde vragen in het gebed dat Hijzelf ons heeft geleerd. ‘Uw Rijk kome’, bidden we in het onzevader, en we vervolgen: ‘Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.’ En wat is Gods rijk en Gods wil? Dat is Rijk en een wil van liefde, van goedheid, van hulpvaardigheid. Dat is dus een wereld zoals Hij hem bij zijn schepping heeft gedroomd, en zoals zijn Zoon Jezus hem aan ons heeft voorgeleefd.

En dat is ook een wereld van dankbaarheid tegenover God onze Heer. Misschien schieten we daarin wel tekort. Misschien zeggen ook wij soms: ‘Ik mag bidden zoveel ik wil, God geeft me nooit wat ik vraag.’ En wat horen we in de eerste lezing? Dat Salomo aan de Heer om bijstand mag vragen. En wat vraagt hij? Dat hij goed recht zou kunnen spreken, en dat hij onderscheid zou kunnen maken tussen goed en kwaad. Deze vragen behaagden de Heer, en Hij zei: ‘Omdat je hierom vraagt, en niet om een lang leven of grote rijkdom of de dood van je vijanden, zal Ik je wens vervullen.’ Wel, als we vinden dat God ons niet verhoort, moeten we ons misschien eens afvragen of we wel goede, en geen verkeerde, geen slechte dingen hebben gevraagd.

Zaterdag 25 juli. Feestdag H. Jacobus

Lezing van de dag: Mt. 20"20-28

De moeder van Jacobus vraagt aan Jezus om hen, na de dood, een bijzondere plaats te geven in het Koninkrijk Gods. Maar Jezus antwoordt dat het niet aan Hem is, maar aan de Vader om mensen hun plaats te geven. Waarbij Hij wel gelijk opmerkt dat als je groot wilt zijn, je eerst klein moet worden, als je machtig wilt zijn, moet je eerst dienaar worden. Jacobus, wiens naamdag wij vandaag vieren, was een leering die vaak genoemd wordt in het evangelie. Hij was er bij op de bijzondere momenten van het optreden van Jezus en zijn moeder stond onder het kruis bij zijn sterven. Jacobus stierf kort na de kruisdood van Jezus en tot op de dag van vandaag wordt zijn graf in Santiogo de Compastella vereerd. Tallozen zijn door de eeuwen heen naar de stad gegaan, op pelgrimage, om boetedoening, om een nieuw levensdoel te vinden in hun leven. Ook in deze tijd gaan velen op reis, te voet, op de fiets, of soms alleen de laatste kilometers nog lopend naar de kerk. Er zijn vele bijzondere verhalen van mensen die deze weg zijn gegaan. En in deze dagen zijn dat lang niet altijd verhalen van mensen die behoren tot de kerk. Toch worden zij aangesproken om ook die weg te gaan en telkens weer hoor je in die verhalen van deze mensen hun verwondering, hun blijdschap, hun loutering. Zo nodigt Jacobus telkens weer mensen uit op de weg te gaan, om met kleine stappen een grote afstand af te leggen, om op zoek te gaan naar zin en volheid van het leven.

Diaken Ronald Heinen

 

Vrijdag 24 juli.

Lezing van de dag: Mt. 13: 18-23

"Die het woord hoort en begrijpt, die draagt ook vrucht", dat zijn de woorden die ons vandaag gegeven worden. En dan komt natuurlijk meteen de vraag of wij ze wel willen horen. Of we stil willen staan bij de woorden. Elke dag opnieuw worden wij in de gelegenheid gesteld om een moment even stil te staan bij een bijbellezing. Of dat nu door deze column gebeurt, door het breviergebed, door een dagelijkse routine, punt is of wij daadwerkelijk dat moment van rust en stilte op een dag willen en kunnen inbouwen. Gewoon om even een stukje te lezen, om daar bij stil te staan en om het te proberen te begrijpen. In protestantse kring is het al heel lang de gewoonte om elke dag uit de bijbel te lezen. Daarbij hebben protestanten altijd een enorme voorsprong genomen op de katholieken. Hun bijbelkennis was en is zoveel groter dan in onze kerk. Telkens weer mocht ik dat vooral ervaren bij een huwelijksgesprek of een doopvoorbereiding. Als de bijbel ter sprake werd gebracht, zaten de katholieken toch vaak met hun mond vol tanden. Het is jammer dat het te weinig in onze traditie zit, maar dat is nooit een excuus om toch niet te proberen om telkens weer een klein stukje te lezen. Immers alleen als we geen lezen, kunnen we gaan luisteren en alleen als we gaan luisteren kunnen ook proberen te begrijpen en alleen dan kunnen wij vruchten voortbrengen.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 23 juli. Feestdag H. Brigitta

Lezing van de dag: Joh. 15: 1-8

De H. Brigitta, wiens naamdag we vandaag vieren, wordt ook gezien als de patroonheilige van Europa. Immers haar leven stond in het teken van proberen om vrede te bewerken tussen landen en in de kerk. Het was geen gemakkelijke tijd waarin zij leefde, uiteindelijk overleed ze in het jaar 1373 op 71 jarige leeftijd. Het zijn altijd weer de prachtige verhalen over het leven van heiligen die ons tot bezinning mogen brengen wat werkelijk van belang is in het leven. Brigitta laat zien dat Christus de weg is. Hij is de wijnstok, zo zegt Johannes, en Hij voedt de ranken. Zonder Hem kan er geen vrucht zijn. Juist die innige verbondenheid met Christus heeft mensen tot bijzondere daden gezet. Mag die verbondenheid ook ons helpen in ons leven en mag die verbondenheid ook tot vrede leiden, tot het besef dat wij toch allemaal broeders en zusters zijn van elkaar.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 22 juli. Feestdag H. Maria Magdalena

Lezing van de dag: Joh. 20: 1.11-18

Over Maria Magdalena bestaan vele verhalen en niet alles komt duidelijk naar voren uit de evangeliën. Zo is er weliswaar sprake van een Maria, maar of dat dan ook Maria Magdalena is, dat is niet helemaal duidelijk en daarover wordt nogal eens van mening verschilt. De lezing van vandaag is in ieder zonneklaar. Johannes noemt haar met name als degene die de verrezen Heer ontmoet bij het lege graf. Zo wordt Maria Magdalena ook de eerste die mag verkondigen dat Jezus verrezen is uit de dood. Zij wordt dan ook niet voor niets door onze paus als de apostel van de hoop gezien. Haar getuigenis geeft niet alleen hoop aan de andere apostelen, maar ook aan ons. Zij laat zien dat de dood niet het laatste woord heeft in dit leven, maar dat er in alle verdriet altijd uitzicht is, dat er in alle donkerte altijd licht mag zijn en in alle leegte niet leven te vinden is.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 21 juli

Lezing van de dag: Mt. 12: 46-50

Vanmorgen was het stil bij mij in het dorp, geen duizenden mensen die voorbijliepen, geen mensen als toeschouwer aan het kijken. Een enkele wandelaar was er wel, degenen die ondanks Corona, toch in deze week gaan lopen. Niet alleen rond Nijmegen, maar ook in veel andere streken van Nederland. De vierdaagse van Nijmegen is bijzonder om mee te maken, als deelnemer én als toeschouwer. Sommigen noemen het ook wel eens een familiegebeuren. Je ontmoet weer mensen die vertrouwd zijn, je bent met elkaar op weg als één grote familie. Er wordt naar elkaar omgekeken, er wordt voor elkaar gezorgd. Het is inderdaad bijzonder om dat mee te mogen maken. Mijn drie zonen zouden dit jaar voor het eerst proberen om samen de 50 kilometer te lopen, de 40 was al eerder gelopen, maar die 50 nog niet, alleen hun vader (ik dus) had dat ooit één jaar gedaan én gehaald. Maar ze moeten nu nog een jaar wachten, zo'n tocht versterkt in ieder geval de familieband. Maar zoals ik al zei, familie is niet alleen gezin, het is altijd breder, niet voor niets noemen we elkaar in de kerk broeders en zusters, we zijn samen één familie in Christus'naam, samen onderweg en op die weg mogen we elkaar bemoedigen, helpen en ondersteunen. Mogen we genieten van alles en iedereen die we tegenkomen. En mogen we dankbaar zijn dat de weg ons gegeven wordt, hoe ver we ook moeten gaan.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 20 juli

Lezing van de dag: Mt. 12: 38-42

"Wij willen graag een teken zien!" Zo spraken de schritgeleerden tot Jezus en zo zeggen ook veel mensen in deze tijd. "We willen graag een teken zien, als ik een teken krijg, dan geloof ik, anders bestaat er toch niets!" Hoe vaak horen we dat niet zeggen. Een tijd geleden was ik bij een gezin betrokken waar sommige kinderen erg verbitterd waren. Hun moeder, al op leeftijd, was aan kanker overleden. Maar, zo vertelden zij mij, ze hadden zoveel kaarsen laten branden, in zoveel kapellen, in zoveel plaatsen, ook in Lourdes. En dan ook nog geen kleine kaarsen, neen grote kaarsen waren opgebrand om hun moeder te laten genezen en toch was ze overleden. Ze vonden het oneerlijk dat God niets had gedaan, geen enkel teken had gegeven. Ik kon hun verdriet verstaan om het verlies van hun moeder, maar hun verbittering niet. Tekens van God zijn niet koopbaar, of af te smeken. Wij bepalen immers niet wat God doet of laat. Ik vond het wel jammer dat door de verbittering de dankbaarheid voor het mooie en goede leven van hun moeder op de achtergrond raakte. Sindsdien weet ik ook, probeer dankbaar te zijn voor wat je gegeven is en probeer te verdragen wat op je levensweg tegenzit. Dan ziet het leven er ook mooier uit.

Diaken Ronald Heinen 

Zondag 19 juli.

Lezing van de dag: Mt. 13: 24-43

Blijkbaar is het de tijd van de parabels. Vorige week hoorden we de parabel van de zaaier, vandaag en volgende week horen we telkens drie parabels. Verwonderlijk is dat niet: Jezus verkondigde zijn boodschap over het Koninkrijk van God immers het liefst in parabels. Herkenbaar is dan ook de vraag die de knechten aan de zaaier stellen: ‘Heer, gij hebt toch goed zaad op uw akker gezaaid?’ Heel herkenbaar is dat, want dat is een vraag die wijzelf heel dikwijls stellen als er iets fout loopt. ‘Heb je wel genoeg gestudeerd?’, vragen ouders aan hun kinderen als ze met een slecht rapport  naar huis komen. ‘Ben je er zeker van dat je niet wild gereden hebt?’ als iemand een auto-ongeval heeft gehad. ‘Is dat wel een goed apparaat? We hebben er anders wel genoeg voor betaald’, als iets niet wil werken zoals we verwachten. ‘Betaal ik niet te veel belastingen?’ En we kunnen zo blijven doorgaan, want we stellen zulke vragen heel dikwijls, ze maken gewoon deel uit van onze reactie op de werkelijkheid. Zo is ook de parabel van het onkruid tussen de tarwe: hij schetst een herkenbaar beeld van de werkelijkheid.

Want hoe we het ook wenden of keren: er is niet alleen goed in de wereld, maar ook kwaad, en niet een klein beetje, maar heel veel. Heel zeker stellen we ons daarbij de vraag waar al dat kwaad vandaan komt. ‘Van de duivel’, zegt Jezus, en daarmee bedoelt Hij het kwade in de mens zelf. Want opnieuw: hoe we het ook wenden of keren: goed en kwaad is in elke mens aanwezig, dus ook in ons. Niemand is altijd en in alles goed, en doet alleen maar goede dingen. Elk mens, dus ook ieder van ons, wordt voortdurend tot keuzes verplicht, en als die keuzes ingaan tegen wat wijzelf willen, is de kans groot dat wij iets anders kiezen, ook al is dat niet zo eerlijk, niet zo rechtvaardig, niet zo goed voor onze medemensen als datgene wat we niet kiezen. De parabel van het onkruid in de tarwe is dus ook een beeld van onszelf. Ook in ons zit veel onkruid, en zelfs als we het echt niet willen zaaien steekt het dikwijls zijn kop op. Want wij zijn niet volmaakt, we gaan bijlange niet altijd de weg die we als christen zouden moeten gaan. We worden dikwijls afgeleid van die weg, want andere wegen trekken ons aan, we laten ons meeslepen door van alles, en dat is niet altijd het goede..

Gelukkig worden we daar niet altijd direct om veroordeeld. Niet door onze medemensen,  niet door God de Heer.  Telkens opnieuw geeft Hij ons nieuwe kansen. Net zoals de heer in het evangelie. Die wil niet dat zijn knechten het onkruid uit de tarwe wieden, want dan trekken ze misschien ook de tarwe uit. En bovendien, wie zegt er dat er van dat onkruid niet iets goeds kan komen? Misschien kan het gebruikt worden als veevoeder, of misschien kan het zo sterk vermalen worden dat het als meststof kan gebruikt worden. Ook dat sluit direct aan bij de werkelijkheid. Hoeveel mensen die de verkeerde weg zijn opgegaan keren niet op hun stappen terug om anders te worden, om geen fouten meer te begaan, om goed te zijn? Door God de Heer werden ze niet veroordeeld. Moeten wij dat dan wel doen?

Laat het oordelen maar over aan God. Hij kijkt veel verder dan wij, en zijn blik wordt niet verdoezeld door wrok, door eigenbelang, door zelfoverschatting, door eigen groot gelijk. Hij kan dus zien dat uit elk klein zaadje een sterke boom kan groeien, en dat gelijk welke gist met rare smaak heel goed gebak kan voortbrengen. Als ook wij zo proberen te kijken zal dat het Koninkrijk van Gods liefde en vrede alleen maar doen groeien

Zaterdag 18 juli

Lezing van de dag: Mt. 12: 14-21

"Het gekankte riet breekt Hiij niet, noch dooft Hij de kwijnende vlam", zo'n zin moet je toch eigenlijk altijd met je meedragen. Hier spreekt een grote barmhartigheid uit, een groot mededogen. Zelfs dat wat al op breken staat, zelfs dat wat al aan het kwijnen en het uitdoven is, zelfs dat laat God in zijn recht, in zijn bestaan. We hoeven dus niet zo krachtig te zijn, zo sterk te zijn. We mogen zijn, zoals we zijn. We mogen er zijn met al onze zwakheid, met al onze gebreken. Voor God mogen wij zijn, zoals we zijn. Eigenlijk kunnen we dat niet genoeg benadrukken in een maatschappij, waar toch nog altijd het recht van de sterkste lijkt te winnen. Hier laat God een totaal andere werkelijkheid zien. Dat is dan ook een grote opdracht van de kerk, van de gemeenschap die de kerk vormt, om juist dat beeld van God werkelijkheid te laten worden, om zo te handelen dat ook wij zorgdragen voor de zwakste medemens,

Diaken Ronald Heinen

 

Vrijdag 17 juli

Lezing van de dag: Mt. 12: 1-8

Voor de ouderen ons is de zondag speciaal, het was de dag van rust, van zondagse kleren, van kerk, van geen reclame op de TV en alles was dicht. Maar dat is iets van vroeger geworden, De maatschappij draait door, winkels zijn open, zondagse kleren bestaan niet meer en we zoeken in deze dagen rust in plaats van dat het ons gegeven wordt. Natuurlijk ik vind nog steeds dat je op zondag geen luidruchtige apparaten mag gebruiken, Geen grasmaaiers, geen bladwaaiers, geen stofzuigers, geen zwaar werk. Maar je moet er wel voortdurend op letten, immers de zondag lijkt soms op andere dagen. Het gaat ook niet om de regels of om de wetten, zo laat Jezus ons vandaag ook zien. Het gaat vooral of we naar de wetten leven, niet alleen op zondag, maar op alle dagen van de week, Daarom wijst Hij ons op barmhartigheid, meer dan op de offers op de zondag. Als je niet door de week doet wat je op de zondag belooft, dan is de zondag niets anders dan andere dagen. Maar als je op de zondag belooft om dat door de week ook te doen, dan is die zondag anders. Zondagse kleren mogen, maar dan alleen als je daarvoor én daarna ook beseft waarom je ze draagt. Niet vanwege je eigenbelang, maar juist vanwegen het belang van die ander.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 16 juli

Lezing van de dag: Mt. 11: 28-30

We krijgen een juk opgelegd door Jezus. Normaal is een juk vooral bedoeld om zware lasten over je schouders te verdelen, zodat je veel last kunt dragen. Maar deze last is niet zwaar, het is zacht en licht. We hoeven dus niet gebukt te gaan onder regels en voorschriften, we gaan niet gebukt onder wat allemaal niet mag en wat we moeten doen. Het juk wat Jezus op onze schouders legt is zachtmoedig en nederig van hart. De last die we krijgen is dus te dragen, is te doen. Het is prachtig als je dit opgelegd krijgt, niet te zwaar, niet te moeilijk, maar een last die in liefde gegeven wordt en die wij dan in liefde mogen ontvangen. Juist vanuit die liefde is het allemaal te dragen, is het allemaal te doen. We hoeven er niet onder gebukt te gaan, dat is het goede nieuws wat Jezus ons brengt, dat is een goede boodschap voor alle mensen.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 15 juli

Lezing van de dag: Mt. 11: 25-27

Daar sta je dan met je jarenlange theologie studie. God houdt blijkbaar dingen verborgen voor wijzen en verstandigen, maar openbaart ze wel aan kinderen. Natuurlijk gaan hier dan ook weer de exegeten mee aan aan de slag, om vooral toch aan te geven dat hiet niet letterlijk om wijzen en verstandigen gaat en niet letterlijk om kinderen. Immers anders zaten zij met al hun studie en wijsheid. Maar toch laat Jezus hier wel zien dat lang niet alles alleen maar te vinden is bij al die mensen die studeren en denken wijs te zijn. Zeker wijsheid komt niet door studie. Wijsheid is toch veel meer te vinden bij ouderen, door hun jarenlange levenswijsheid, maar ook bij kinderen. Zij immers kijken met een onbevangen blik de wereld in. Zien schoonheid en verwondering waar wij, ouderen, vaak overheen kijken. Kinderen kunnen ons de ogen openen voor het wonder van de vlinder, voor de hoogte van een boom of de kleinheid van een mier. Zij kijken naar de wolken en verwonderen zich over de sterren. Kinderen leren ons om weer te kijken en te horen. Soms moet je maar weer eens bescheiden zijn en een kind je bij de hand laten nemen en je weer verbazen over die prachtige schepping die God ons gegeven heeft.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 14 juli

Lezing van de dag. Mt. 11: 20-24

Jezus heeft vandaag een hard oordeel voor de steden die de wonderen niet willen zien, een hard oordeel voor de mensen die Gods aanwezigheid niet willen erkennen en herkennen in hun midden. Veel mensen hebben het moeilijk met die oordelende Jezus. Jezus, als bron van liefde, als teken van God die alle mensen verwelkomt, als woord dat alle mensen wil omarmen, dat strookt niet met die oordelende Jezus die wij vandaag horen. Toch denk ik, is het niet goed om het oordeel te snel aan ons voorbij te laten gaan. Jezus oordeelt niet voor niets. Hij laat ons duidelijk zien wat goed is, maar dus ook wat niet goed is en dat mag gezegd worden. Dat mag gezien worden. Misschien zijn wij wel al te gemakkelijk geworden en laten wij het oordeel maar liever buiten staan. Maar als er een oordeel is, is alles een beetje wazig, wordt alles in grijstinten, dan lijkt alles wel goed en alles wel mogelijk. Maar in Gods ogen is er wel degelijk spraken van het goede en dus ook het slechte, van een goede weg en dus ook een verkeerde. Mildheid en barmhartigheid betekent niet dat we dan alles maar goed moeten vinden. Een oordeel is soms hard nodig om die juiste weg te blijven zien en ons op het goede pad te houden.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 13 juli

Lezing van de dag: Mt. 10,34 -11- 1

Soms is het lezen van een evangelieverhaal verwarrend. We gaan er altijd van uit dat Jezus vooral vrede komt brengen, dat waren immers zijn eerste woorden na zijn verrijzenis, maar nu spreekt Hij over het zwaard, over tweedracht. Dat zijn niet de woorden die we eigenlijk willen horen. We zijn toch altijd meer van de harmonie, van het zoeken naar overeenstemming, van het vinden van elkaar. Tweedracht, het zwaard, scheiding tussen mensen, dat is niet wat we graag willen horen. Toch spreekt Jezus daarover vandaag. Maar als we eerlijk zijn dan weten we, geloof is niet vanzelfspreken, is niet zo eenvoudig. Het kan tweespalt veroorzaken en dan is aan ons de vraag, waar gaan wij dan staan? Laten we het dan op zijn beloop, verschuilen we ons dan, of komen wij op voor onze overtuiging, voor ons geloof? Jezus wist als geen ander, dat geloof heel wat van mensen kan vragen, zekerk op momenten als het er op aankomt en Hij wist ook dat veel mensen dan de veilige weg bewandelen. Uit angst om te veel te verliezen, uit angst voor zichtzelf. Veel wordt niet gevraagd, een glas koud water is al genoeg en wie dorst heeft weet hoe belangrijk dat glas koud water kan zijn.

Diaken Ronald Heinen

Zondag 12 juli.

Lezing van de dag: Mt. 13: 1-23

De vakantie tijd is aangebroken, een vreemde vakantie dit jaar, maar het schooljaar is ten einde, jongeren hebben een diploma gehaald, zijn bevorderd naar een volgende klas en verwachtingen zijn waargemaakt, maar ook niet altijd. Kijken we dan met trots naar onze kinderen of is er ook teleurstelling. Soms hoor ik ook wel: “wij hebben ons zo veel moeten ontzeggen om alles  mogelijk te maken. Ze hebben allemaal mogen leren wat ze wilden, en wat gebeurt er nu? Ze gaan ineens heel andere wegen en met wat wij daarbij voelen houden ze helemaal geen rekening meer. Om over de religieuze achtergrond maar helemaal te zwijgen. Wij wilden hen als ouders een voorbeeld geven en nu? Wanneer hebben onze kinderen voor het laatst nog een kerk van binnen gezien? Wat is er geworden van al die christelijke waarden die we hen gedurende al die jaren hebben bijgebracht of die we hen hebben willen bijbrengen?  

Als we naar onze kerken kijken komt soms toch ook de gedachte op: Er zijn zo veel mensen die zich, soms al jaren, inzetten voor de vorming van kinderen en jongeren en dan komt bijna altijd de koude douche: de meeste kinderen verdwijnen spoorloos, om van de ouders helemaal te zwijgen. En dat geldt niet alleen op dit vlak, neen, we vinden dat vandaag terug in alle verenigingen. Mensen engageren zich nog wel voor een unieke gebeurtenis of voor één bepaald evenement, maar daarna nemen ze afstand.   
En dan is er niet alleen teleurstelling bij vrijwilligers, maar ook bij de professionals. Wanneer we dat oude beeld van het half volle of half lege glas om die reden vandaag op onze Kerk betrekken – is dat glas dan half vol of is het half leeg?  Als we uitgaan van de algemene stemming onder de bevolking zou ik zeggen: half leeg. Op het dashboard van onze Kerk (niet het Coronadashboard) brandt het waarschuwingslicht van de brandstoftank reeds lang constant om aan te duiden: “Pas op, ik ben bijna leeg, je rijdt op reserve!”    Is al onze inspanning dan allemaal tevergeefs geweest?“   

En dit gezegd zijnde zijn we nu midden in de evangelietekst van vandaag terechtgekomen. De leerlingen van Jezus hadden ook tegenslagen en nederlagen gekend, net zoals hun leraar en meester. Het was ook toen niet altijd zoals we het vandaag hebben gehoord: „Er kwam een grote mensenmassa om Hem heen staan.”  Ja, op die dag waren er heel veel die Hem wilden horen, en daarom ging Hij in een boot, zodat ze Hem allemaal konden zien en horen. Maar het was echt niet altijd zo. En wat Hij dan in de parabel van de zaaier vertelt klinkt in het begin ook niet erg positief. 75% van het kostbare zaaigoed gaat verloren! Dat moeten we ons even voorstellen! De meeste van die zaadkorrels wordt op de weg geworpen, platgetrapt of door de vogels opgegeten.   Andere korrels vallen op de stenen en verdrogen in de hitte en nog andere vallen tussen het onkruid en worden tijdens het groeien door dat onkruid verstikt. Eigenlijk onbegrijpelijk welke grandioze mislukking Jezus hier in deze Parabel bloot legt. Vooraleer we nu echter die onbekwame boer, die toch niemand anders als God zelf is, gek gaan verklaren, moeten we er wel om denken dat er toen, anders dan nu, eerst gezaaid werd en dan pas ondergeploegd.  Op die manier geraakte veel zaaigoed, dat eerst aan de oppervlakte bleef liggen, toch nog dieper in de vruchtbare grond.   Maar toch: wanneer we alleen het zaaien zelf bekijken, dan is het gedrag van die zaaier uit economisch standpunt echt onverantwoord. Hoe is het mogelijk dat hij zo verkwistend met het kostbare zaad omgaat? 

Dat soort redenering is typisch westers. Het is een economische redenering. Een redenering van verlies en winst. Dat komt voort uit de vragen die wij ons gewoonlijk stellen: Wat brengt me dat op? Waar blijft in dat geval het succes? Men heeft ons allemaal aangeleerd om die vragen te stellen. En we doen dat niet enkel in de economie, maar ook in onze kerk en als christen. Maar zijn wij dan echt herleid tot de boekhouders van God? En wil God dat wel? Naar al wat wij over Jezus en God weten, denkt Hij toch meestal heel anders dan wij voor mogelijk houden; Hij bekijkt de dingen heel anders en denkt ook heel anders dan wij. God houdt altijd de toestand van de oogst voor ogen, iets wat wij mensen niet kunnen. God kijkt altijd naar het uiteindelijke resultaat, de oogst, want dat is toch het uiteindelijke doel van al die zaaiactiviteit. En kijk: Zijn balans ziet er helemaal anders uit dan we konden vermoeden. Het gedeelte van het zaaigoed dat op de vruchtbare bodem is gevallen zorgt voor een enorme opbrengst – van 30 tot 100-voud van het zaaigoed. Dat maakt niet alleen de verliezen goed, maar het zorgt ook voor een groot overschot.   
Dat is dus het resultaat wanneer God zaait! En dat is toch wel het belangrijkste. Hij is de zaaier, niet wij. Wij zaaien niet, God doet dat, maar wel door ons. En God, zo zegt Jezus in zijn parabel, is een zeer genereuze en overdadige God. God heeft andere berekeningsmethoden dan wij: Op lange termijn klopt zijn berekening altijd. Daarom kan Hij ook zo genereus zijn dat er zelfs voor de vogels op het veld nog iets over blijft. Want uit de woorden van Jezus vernemen wij, dat wat in onze ogen als een mislukking begon, toch eindigt in een reusachtige oogst.   

Jezus vertelt in deze parabel niet over een mislukking, maar Hij nodigt ons uit om vertrouwen te hebben in Gods manier van zaaien, ook in tijden die voor ons mislukt of succesloos overkomen. 

Zaterdag 11 juli: H. Benedictus van Nursia

Lezing van de dag: Mt. 19: 27-29

Een korte tijd heb ik mogen werken in een parochie die de naam kreeg Benedictus. We kozen die naam vanwege de insipiratiebron die Benedictus door alle eeuwen heen is geweest en nu nog steeds is. Niet alleen voor de vele kloosters en abdijen, maar ook voor alle christenen over de hele wereld. Zijn leven, zijn werken en vooral de regel die hij geschreven heeft voor het kloosterleven is tot op de dag van vandaag zeer bemoedigend. Benedictus had oog voor de mens, voor zijn kunde, zijn inzet, maar ook voor zijn zwakheid. Zo wist hij dat een goede kok van groot belang is in een klooster, evenals de gastenbroeder bij de ingang. De een verwelkomde je, de ander zorgde dat je goed en smaakvol gevoed werd. Bij Benedictus gaat het niet alleen om het bidden, het gaat ook om het werken én het gaat om het rusten. Die drieslag is van groot belang voor een klooster, maar eigenlijk ook voor het leven van iedereen. We hebben in ons leven de tijd nodig voor het gebed, voor inkeer, voor stilte en voor aandacht voor God. We hebben de tijd nodig om te werken, niet voor eigen winst, maar voor het algemeen goed en we hebben de tijd nodig om te rusten, om zo weer op krachten te komen. Eigenlijk zou de regel van Benedictus voor elke christen verplichte kost moeten zijn, zeker op een dag als vandaag mogen we daar bij stil staan.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 10 juli

Lezing van de dag: Mt. 10: 16-23

Stonden we gisteren stil bij de martelaren van Gorcum, vandaag horen we in het evangelie spreken over de gevaren die de leerlingen lopen als zij uitkomen voor hun geloof in Christus. Matteüs wist natuurlijk toen hij dit schreef over de moeilijkheden van die eerste christenen. Zij werden vervolgd, uit steden verjaagd, gevangen gezet en ter dood gebracht en toch bleven zij, vervuld van de H. Geest, verkondigen, trouw aan hun geloof, trouw aan Christus. Het moeten bijzondere mensen zijn geweest en toch ook gewone mensen. Deze bijzondere, gewone, mensen hebben voor ons de fundamenten gebouwd waarop onze kerk mag staan. Door alle tegenslag heen hebben zij volgehouden, vastgehouden en langzaam maar zeker gemeenschappen tot bloei gebracht. Vooral ook omdat zij nooit de hoop hebben verloren, laat dat ook ons tot inspiratie blijven, hoop op de toekomst, hoop op de dag van morgen, hopen dat God met ons meetrekt.

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 9 juli; H.H. Martelaren van Gorcum

Lezing van de dag: Mt. 10: 17-22

Vandaag staan we stil bij de ellende van godsdiensttwisten. In 1572 werden een aantal paters en priesters opgehangen na een kort en ongeldig proces. Zij waren niet de enigen die in deze periode de strijd tussen katholieken en protestanten met de dood moesten bekopen in ons land. Aan beide kanten werden misdrijven gepleegd en zijn onschuldige mensen, die alleen voor hun overtuiging bleven opkomen, ter dood gebracht. Voor de katholieken zijn de martelaren van Gorcum bekend geworden en al op de lagere school werd ik met dit verhaal gevoed op de broederschool. Later leer je meer over de nuances en over de misdrijven die door de katholieken zijn begaan. Zo krijgt geschiedenis zijn eigen beeld en verandert ook door de tijd heen. De vraag is dan altijd of wij blijven leren van die geschiedenis, of wij het beter doen? Daarbij past natuurlijk altijd bescheidenheid, immers dezelfde geschiedenis leert ons ook dat mensen vaak dezelfde fouten opnieuw maken en de ander niet meer als broeder of zuster zien, maar als vijand die ten koste van alles bestreden moet worden. Dat staat zo haaks op de woorden van Jezus die telkens weer vrede wilde brengen onder de mensen. Het is dan ook goed om te blijven leren van de geschiedenis en deze ook te kennen. Enige jaren heb ik mogen werken in een kerk die de naam droeg van deze martelaren. En op een dag kregen wij een telefoontje van een buro waar een jonge vrouw werkte die vriendelijk vroeg of de heer: Mart van Gorcum aanwezig was. Blijkbaar had zij op een moment in de geschiedenisles even niet opgelet.

Diaken Ronald Heinen

Woensdag 8 juli

Lezing van de dag: Mt. 10: 1-7

We lezen in Matteüs over de zending van de twaalf apostelen, ze worden met name genoemd. Ze worden gezonden om de blijde boodschap te verkondigen en velen na hen zouden ook op reis gaan. Vele jonge mannen en vrouwen die naar verre landen gingen om daar niet alleen te verkondigingen, maar veel eerder nog om zorg te verlenen. Weeshuizen werden opgericht, kleine ziekenhuisposten werden ingericht voor de mensen. Zo was er ook Kaatje Dierckx. Ze werd in Ossendrecht geboren op 3 maart 1866. Al vroeg wees geworden op 3-jarige leetijd. Ze trad in bij de Franciscanessen in in 1998 vertrok zij met zeven medezusters naar China. Het waren onrustige tijden en ze wisten dat hun werk levensgevaarlijk was. Toch begonnen zij een apotheek en een weeshuis, maar op 9 juli 1900 werden zij allemaal opgepakt en uiteindelijk vermoord. In 1946 werd zij met 28 andere martelaren heilig verklaard. Zo kreeg Kaatje, dat eenvoudige meisje uit Ossendrecht een naam in onze heiligenkalender en vandaag eren wij haar. Het zijn niet de grote namen waarmee Jezus startte in het begin, vissers waren een aantal van beroep. Het zijn ook niet de grote namen die in Jezus' naam de blijde boodschap in de wereld brachten. Kaatje was er een van, een bijzondere vrouw in al haar eenvoud. Moge deze mensen ons blijven inspireren op onze weg.

Diaken Ronald Heinen

Dinsdag 7 juli. H. Maagd Maria, zoete moeder van Den Bosch

Lezing van de dag: Mt. 9: 32-38

Ongetwijfeld zullen we allemaal wel eens in Den Bosch zijn geweest en even in de prachtige kathedraal van St. Jan zijn geweest. En onmiddellijk valt dan de Maria kapel op, de vele, vele kaarsen die daar elke dag weer worden aangestoken. Na je eigen gebed is het ook mooi om even op een afstand te kijken naar al die Bossche mensen en anderen te kijken. Jong en oud komen even langs, even een kaarsje bij moeder Maria aansteken, even in gebed, even met een vraag of dank in stilte gezegd en dan weer verder het leven in. Al vele eeuwen komen mensen hier bij Maria met al hun gebeden, hun smeken en hun dankzeggingen. Hoeveel moet ze al wel niet gehoord hebben? Hoeveel geluk en verdriet, vreugde en pijn zijn daar al niet geuit in die prachtige stilte van de kapel? Het is een wonderlijke plek van aanbidding, een plek ook waar mensen geroepen worden en door al die eeuwen heen zijn er ook velen die aan die roeping gehoor hebben gegeven en zo zijn gaan werken in Gods wijngaard. Als jongen, geboren en getogen in Waalwijk, onder de rook van Den Bosch kwam ik ook met regelmaat in de St. Jan, maar sommigen weten, mijn ouders voelden zich meer thuis bij de H. Joseph. Dus wij liepen dan langs de kapel naar een heel klein nisje in de kerk en daar stond Joseph, meestal met twee of drie kaarsjes en daar zetten wij dan ons kaarsje bij. Maar waar wij ook een kaarsje laten branden, het is mijn vast geloof dat God ons ziet en elk licht dankbaar tot zich laat komen.

Diaken Ronald Heinen

Maandag 6 juli

Lezing van de dag: Mt 9: 18-26

Vandaag horen wij twee prachtige verhalen over Jezus die de vrouw geneest die al zoveel jaren aan bloedvloeiingen lijdt en over de opwekking van het dochterje van de romeinse overste. Het dochtertje was van een romeinse man, van de vijand zou men zeggen. De vrouw was al vele jaren onrein, onaanraakbaar. Juist deze twee worden genezen. Twee mensen van buiten de directe kring van het joodse volk. Mensen bij wie je eigenlijk niet wil verkeren, die er niet bijhoren. Juist zij worden door Jezus in de kring getrokken van het leven. De vrouw maakt op mij altijd veel indruk vanwege haar diepe overtuiging dat het al voldoende is om alleen maar het kleed van Jezus aan te raken. Alleen dat is voor haar voldoende. Zij hoeft niet gezien te worden, zij hoeft niet toegesproken te worden, alleen het aanraken van zijn kleed is al genoeg. Dat getuigt van een een diep geloof wat Jezus ook meteen herkend én erkend. Voor ons mag deze vrouw dan ook een voorbeeld zijn om niet te veel te eisen, om niet te veel te vragen. Het kleinste kan al genoeg zijn om genezen te worden, om gezien te worden, om te zorgen dat wij weer in de kring mogen komen. Hebben wij dat gisteren ook mogen voelen toen wij weer ter communie gingen na zo'n lange tijd? 

Diaken Ronald Heinen

Zondag 5 juli:

Mt. 11: 25-30

In die tijd sprak Jezus:
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon, tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader, tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.
Komt allen tot Mij,
die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij:
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart;
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Preek op deze zondag:

Beste mensen, wat is het goed om hier zo weer bij elkaar te kunnen en te mogen zijn. Ondanks de regels waar we ons nog aan moeten houden, mag toch vandaag de blijdschap overheersen, het juk van het coronavirus is toch een heel stuk lichter geworden, Het was, het is toch vermoeiend om telkens na te moeten denken wat mag en wat niet mag en vandaag geeft het evangelie ons een mooi advies: "Komt allen tot mij die belast en beladen zijt, Ik zal u verlichting schenken", zegt Jezus. Mooi toch om dit vandaag te horen, maar direct daarna zegt Hij: "Neem mijn juk op en volg Mij!" U weet dat een juk bedoeld is om zware lasten te dragen. Maar waarom zouden wie zware lasten op onze schouders nemen? Een slecht advies voor mensen die vandaag voor de eerste keer weer bij elkaar mogen komen, dachten we eindelijk van een last verlost te zijn, wordt de volgende last op onze schouders gelegd…

De tijdgenoten van Jezus wisten wat hij met dat juk bedoelde. Waren de wetten langzamerhand geen ondraagbaar juk geworden? Wetten die bedoeld waren om het leven wat overzichtelijker en lichter te maken waren omgebogen tot ondraaglijke lasten. Velen dreigden er aan onder door te gaan. Jezus zegt: "Hun lasten neem Ik over!" Maar een leven zonder juk belooft Hij ons niet. Niet de wetten maken mensen vrij, maar de onderlinge liefde. Verdriet en pijn kun je sámen dragen. Als we elkaars lasten dragen, zal niemand onder zijn last bezwijken. Als we broederlijk en zusterlijk delen, behoort honger en dorst voorgoed tot het verleden. Want gedeelte last is een halve last. In de taal van deze tijd: blijf toch met je handen van mensen af die moeten leven van het bestaansminimum. Maak de lasten toch niet zwaarder dan ze zijn. Wees solidair met de baanlozen, gehandicapten, ouderen mensen die met een handicap moeten leven. Als we dat juk sámen dragen, zal de last veel lichter worden. Alleen zó kunnen wij onze zorgen dragen. Het zou bijna de slogan van deze tijd zijn: Samen krijgen we Corona eronder

In het evangelie staan twee soorten van mensen tegenover elkaar. De uitdrukking “de wijzen en verstandigen” kan wel eens sarcastisch gebruikt zijn. Dan gaat het over mensen die menen de waarheid in pacht te hebben. Daar tegenover plaatst Jezus de “kinderen”, beeld van nog-niet-zoveel-weten. Dan gaat het om mensen die nog spontaan kunnen reageren, die nog kunnen dromen en fantaseren. Het gaat hier niet om leeftijd, maar om mensen met een onbevangen instelling, een onbevangen blik. De weters zijn vol van de wet. Zelfs zo vol dat de komst van het Koninkrijk hen ontgaat.  De gewone man blijkt vaak over een betere antenne te beschikken bij onze zoektocht naar God Koninkrijk en zijn Gerechtigheid.

Misschien dat deze tijd ons kan helpen het leven wat te relativeren. Zoals de Heilige Augustinus dat zegt: "De mens maakt grote reizen om zich te verbazen over de hoogte van de bergen, over de geweldige golven van de zee, over de lange loop van de rivieren, over de uitgestrektheid van de oceaan, over de eeuwige kringloop van de sterren, maar aan zichzelf gaat de mens zonder verbazing voorbij." Deze tijd kan een oefentijd zijn in tederheid en in zachtmoedigheid zijn.

Diaken Ronald Heinen

Zaterdag 4 juli.

Lezing van de dag: Mt. 9: 14-17

Morgen gaan de kerken weer meer open, voor de kerkgangers én voor de voorgangers is dat mooi en spannend tegelijk. Spannend, omdat we natuurlijk niet precies weten hoe het allemaal zal gaan, of wij op deze manier, met die anderhalve meter afstand, ook goed samen kunnen vieren. Het zal wennen zijn, maar het zal ook mooi zijn. Immers een lege kerk is een zielloze plaats. Een kerk hoort gevuld te worden met mensen die samenkomen om met elkaar te bidden, om samen te vieren, om samen te luisteren en Gods aanwezigheid te mogen ervaren. En samen kunnen wij dan ook weer ter communie gaan. Voor velen is dat al weer lang geleden, maanden. Maar die maanden waren ook kostbaar, immers we leerden hoe het is om een tijd niet naar de kerk te kunnen, om niet ter communie te kunnen gaan. In die tijd heb ik enkele keren de mensen de communie mogen geven omdat zij stervende waren. Het waren zeer bijzondere momenten, omdat het voor mij ook de enige momenten waren in maanden dat ik de communie mocht uitreiken, dat maakte die bijzondere momenten nog specialer en maakte ook dat ik me bewust werd hoe mooi en goed het is om de communie te mogen ontvangen én te mogen uitreiken. Zo wordt het morgen een speciale zondag voor u en voor mij.

Diaken Ronald Heinen

Vrijdag 3 juli. Feest van de H. Thomas

Lezing van de dag: Joh. 20: 24-29

Vandaag vieren we het feest van de H. Thomas, vaak klinkt in de volksmond "ongelovige Thomas", maar Thomas was niet ongelovig, hij wilde alleen met eigen ogen zien en niet simpelweg vertrouwen op het woord van de mede-apostelen en toen hij zag, was hij ook de eerste die uitriep: "Mijn Heer en mijn God!" Degene die ongelovig wordt genoemd was dus de eerste met het gelovig uitspreken van deze belijdenis. Voor ons in deze tijd mag dat dan ook als een teken aan de wand zijn. Dat wij niet te snel oordelen over gelovig of ongelovig zijn. Geloof duikt soms op in de meest ongeloofwaardige plaatsen en ongeloof kan worden gevonden op de meest heilige plekken. Allereerst gaat het toch om het zien. Zien wij God, zien wij de tekenen van Gods lijden, van Gods mededogen en als wij zien, erkennen wij daar dan ook Gods mededogen, Gods heerlijkheid? En durven wij dan ook met Thomas zeggen: "Mijn Heer en mijn God!

Diaken Ronald Heinen

Donderdag 2 juli

Lezing van de dag: Mt. 9: 1-8 

Verlamd zijn, niet meer wetend wat te doen, verlamd liggen op je bed, in je stoel, verlamd van angst, van onvermogen, van niet kunnen beseffen wat er gebeurd is. Verlamd om wat er gebeurd is. Op vele manieren kunnen wij verlamd zijn, onze benen kunnen ons niet meer dragen, we zakken in elkaar, zitten, liggen op de grond, we kunnen niet meer opstaan, alles trilt en je hebt geen kracht meer. Hoe vreselijk het ook is, op de een of andere manier hebben we dat wel eens meegemaakt. En het kan zelfs zo erg zijn dat het weer terugkomt en weer terugkomt en dan beheerst de verlamming je leven. Hoe mooi is het dan als je opgepakt wordt, een hand krijgt, een steun krijgt om weer op te staan, om weer verder te gaan. De mens die jou helpt, die jou weer licht geeft zodat het leven weer lichter wordt. De verlamde jongeman ontmoette Jezus en dat gaf hem kracht om niet alleen op te staan, maar ook om zijn bed op te pakken. Hij kreeg weer een nieuwe kans in zijn leven, hij kreeg weer toekomst. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 100: Woensdag 1 juli

Lezing van de dag: Mt. 8: 28-34

Soms komen er ook in deze tijd weer demonen uit het verleden naar boven, zeker op deze dag als we terugdenken aan al die zwarte bladzijden, (sommigen zeggen terecht "zwarte boeken) over het slavernijverleden. Mensen zullen dan zeggen, waarom al dat verleden weer oprakelen, waarom dat wat zo lang geleden gebeurd is nu weer ter spraken brengen, ik kan er toch niets aandoen? Maar we zijn deel van ons verleden en als we ons verleden niet kennen, kennen we ons heden niet en zeker de toekomst niet. Katholieken leven toch ook uit de traditie, we kennen de verhalen van de heiligen, van onze kerk, en ook daar horen verhalen bij die op zwarte bladzijden geschreven zijn, maar ook die zijn evengoed deel van onze traditie, dus ook het slavernijverleden. Het zijn de demonen van het verleden die soms uit de spelonken te voorschijn komen. En dan mogen we ons hart te luisteren leggen bij Jezus, die ons telkens weer laat zien dat het niet om de buitenkant van mensen gaat, maar om het hart. Voor Hem is er geen onderscheid tussen slaven en vrijen, tussen man of vrouw, tussen arm of rijk, voor Hem zijn we één, maar blijkbaar zijn we slechte luisteraars dat we door de geschiedenis heen dat steeds weer vergeten. Het is dan ook goed om ons te realiseren hoeveel rijkdom de gekleurdheid van mensen onze kerk geeft, laten we daarvoor dankbaar zijn, als broeder en zusters in Christus.

Diaken Ronald Heinen

Dag 99: Dinsdag 30 juni

Lezing van de dag: Mt. 8: 23-27

Wie kent eigenlijk niet het verhaal van de storm op zee. De leerlingen die van angst verlamd zijn en niet meer weten wat te doen, keren zich naar Jezus en Hij, met een enkel woord, brengt die woedende zee tot bedaren. Een verhaal wat iedereen aan zal spreken, immers in ons leven kennen we allemaal wel die angstige momenten, dagen en soms zelfs weken of maanden. De tijd waarin je niet meer weet waar je het zoeken moet, waar rust en kalmte te vinden zijn. De tijd waarin alles door elkaar geschud wordt en je niet meer weet welke weg nog veilig te bewandelen is. Het kan in ons persoonlijk leven gebeurd zijn, het kan door omstandigheden van buiten, zoals in deze tijd het virus. Voor mensen valt dan ineens de bestaanszekerheid onder hun voeten weg en dan zit je inderdaad op een wankel bootje midden in een voortrazende zee. Waar is dan de rust, waar kun je dan nog een koers uitzetten naar een veilige haven? Bij wie kun je terecht? Matteüs vertelt ons onomwonden dan je redding bij Jezus te vinden is. Maar dan moet je wel op Hem vertrouwen, dan moet je Hem de koers laten bepalen in je leven. En ook dat vraagt moed en inzet. 

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 98: Maandag 29 juni (Hoogfeest van Petrus en Paulus)

Lezing van de dag: Mt. 16: 13-19

Vandaag viert de kerk het feest van Petrus en Paulus, de twee mannen die de fundamenten voor onze kerk hebben gelegd. Opmerkelijk is het wel, dat zij beiden op één dag tezamen gevierd worden. Immers Petrus en Paulus waren het lang niet altijd eens met elkaar. Al vroeg in het begin was er een stevige discussie welke weg die eerste christenen moesten bewandelen en Petrus en Paulus hebben daarover menig verschil van mening gehad. Mooi dat dat kon en mooi dat die nooit tot een scheiding is gekomen, maar dat altijd weer gezocht werd naar de eenheid, naar één gezamenlijke oplossing. Immers dat was de opdracht van Jezus, dat was het fundament waar de kerk op gebouwd moest worden. In al die eeuwen daarna is dat helaas niet meer gelukt. Groepen christenen zijn van elkaar vervreemd geraakt, kregen ruzie, er werden nieuwe kerken gesticht en men ging voortaan een andere weg. Gelukkig zijn de muren in deze tijd niet zo hoog opgetrokken dat we niet met elkaar willen praten en niet van elkaar willen leren. Gelukkig merken we dat er natuurlijk nog verschillen zijn, maar dat veel meer ons bindt en vasthoud aan elkaar. Al was het alleen maar het eerste fundament wat ooit, bijna 2000 jaar geleden is gelegd en waar wij nog steeds op voortbouwen. Daarom is het belangrijk om vóórdat wij praten over onze verschillen, we eerst en vooral moeten kijken naar dat fundament, naar Christus zelf. Zo deden Petrus en Paulus en zo mogen wij ook nu nog steeds doen.

Diaken Ronald Heinen

ps. u merkt het, de vakantie is weer voorbij en dan is er een kleine aarzeling, wat doen we met deze column? We gaan er mee door. Ik wil nog wel tot 100 tellen, maar dan laten we het getal maar achterwege, immers het gaat niet om het aantal, het gaat er om dat we elke dag weer gegrepen worden door het evangelie.

 

 


Dag 97: Zondag 28 juni

evangelie (Mt. 10, 37-42)

In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
“Wie vader of moeder meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig;
wie zoon of dochter meer bemint dan Mij,
is Mij niet waardig.
En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt,
is Mij niet waardig.
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen,
en wie zijn leven verliest om Mijnentwil,
zal het vinden.
Wie u opneemt, neemt Mij op;
en wie Mij opneemt,
neemt Hem op die Mij gezonden heeft.
Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is,
zal ook het loon van een profeet ontvangen;
en wie een deugdzaam mens opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is,
zal ook het loon van een deugdzame ontvangen.
En wie een van deze kleinen,
al was het maar een beker koud water geeft,
omdat hij mijn leerling is,
voorwaar, Ik zeg u:
zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.”

Dag 96: Zaterdag 27 juni

evangelie (Mt. 8, 5-17)

Toen Jezus in Kafarnaüm aangekomen was,
kwam een honderdman naar Hem toe
die, zijn hulp inriep met de woorden:
“Heer,
mijn knecht ligt verlamd in mijn huis en lijdt vreselijk pijn?”
Hij sprak tot hem:
“Ik zal hem komen genezen?”
Maar de honderman antwoordde:
“Heer, ik ben het niet waard dat Gij onder mijn dak komt;
maar een enkel woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij;
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat;
en tot een ander: kom, en hij komt;
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het.”
Toen Jezus dit hoorde stond Hij verwonderd
en zei tot hen die Hem volgden:
“Voorwaar, Ik zeg u:
Bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden.
Ik zeg u,
dat velen uit het oosten en het westen zullen komen
en met Abraham en Isaak en Jakob
zullen aanzitten in het Rijk der hemelen;
maar de kinderen van het Rijk
zullen buitengeworpen worden in de duisternis;
daar zal geween zijn en tandengeknars.”
En tot de honderdman sprak Jezus:
Ga:
zoals gij geloofd hebt geschiede u.”
En op datzelfde ogenblik werd de knecht gezond.
Toen Jezus in het huis van Petrus gekomen was
vond Hij diens schoonmoeder met koorts te bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en zij werd vrij van koorts;
zij stond op en bediende Hem.
Toen de avond gevallen was
bracht men veel bezetenen bij Hem;
Hij dreef door een woord de geesten uit,
en alle zieken genas Hij, opdat in vervulling zou gaan
wat door de profeet Jesaja gezegd was:
Hij heeft onze zwakheden weggenomen
en onze ziekten heeft Hij gedragen.

Dag 95: Vrijdag 26 juni

evangelie (Mt. 8,1-4)

Toen Jezus van de berg was afgedaald
volgde Hem een talrijke menigte.
Een melaatse kwam naar Hem toe
en smeekte Hem op zijn knieën:
“Als Gij wilt, Heer, kunt Gij mij reinigen.”
Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en zei:
“Ik wil, word rein.”
En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
Jezus sprak tot hem:
“Zorg er voor dat ge het niemand zegt,
maar ga u laten zien aan de priester
en offer de gave die Mozes heeft voorgeschreven,
om ze het bewijs te leveren.”

Dag 94: Donderdag 25 juni

evangelie (Mt. 7, 21-29)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer!
zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is.
Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd
en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven
en in uw Naam veel wonderen gedaan?
Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren:
Nooit heb Ik u gekend;
gaat weg van Mij,
gij die ongerechtigheid doet!
Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt,
kan men vergelijken
met een verstandig man
die zijn huis op rotsgrond bouwde.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,
maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van Mij hoort
doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas
die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij beukten dat huis,
zodat het volledig verwoest werd.”
Toen Jezus deze toespraak geëindigd had
was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer.
Want Hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden,
maar als iemand die gezag bezit.

Dag 93: Woensdag 24 juni

evangelie: Lc. 1, 57-66.80

Johannes is zijn naam.

In die tijd brak voor Elisabeth het ogenblik aan
dat zij moeder werd;
zij schonk het leven aan een zoon.
Toen de buren en de familie hoorden
hoe groot de barmhartigheid was,
die de Heer aan haar had betoond,
deelden zij in haar vreugde.
Op de achtste dag kwam men het kind besnijden
en ze wilden het naar zijn vader Zacharias noemen.
Maar zijn moeder zei daarop:
“Neen, het moet Johannes heten.”
Zij antwoordden haar:
“Maar er is in uw familie niemand die zo heet.”
Met gebaren vroegen zij toen aan zijn vader
hoe hij het wilde noemen.
Deze vroeg een schrijftafeltje en schreef er op:
“Johannes zal hij heten.”
Ze stonden allen verbaasd.
Onmiddellijk daarop werd zijn mond geopend,
zijn tong losgemaakt
en verkondigde hij Gods lof.
Ontzag vervulde alle omwonenden
en in heel het bergland van Judea
werd al het gebeurde rondverteld.
Ieder die het hoorde, dacht er over na en vroeg zich af:
“Wat zal er worden van dit kind?”
Want de hand des Heren was met hem.
Het kind groeide op en de Geest beheerste hem meer en meer.
Hij verbleef in de woestijn
tot de dag, waarop hij zich aan Israël in het openbaar vertoonde.

Dag 92: Dinsdag 23 juni

evangelie: Mt. 7, 6.12-14

Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen,
doet dat ook voor hen,

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Geeft het heilige niet aan de honden
en werpt uw paarlen niet voor de zwijnen,
opdat zij ze niet met hun poten vertrappen,
zich omkeren en u verscheuren.
Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen,
doet dat ook voor hen.
Dat is Wet en Profeten.
Gaat binnen door de nauwe poort;
want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed,
en velen zijn er die hem inslaan.
Hoe nauw toch is de poort
en hoe smal is de weg,
die voert naar het leven,
en weinigen zijn er die hem vinden.”

Dag 91: Maandag 22 juni

evangelie: Mt. 7, 1-5

Haal eerst de balk uit uw eigen oog!

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.
Want met het oordeel dat gij velt,
zult gij geoordeeld worden,
en de maat die gij gebruikt,
zal men ook voor u gebruiken.
Waarom kijkt gij naar de splinter in het oog van uw broeder
en merkt gij de balk niet op in uw eigen oog?
Of hoe kunt ge tot uw broeder zeggen:
Laat mij de splinter uit uw oog halen, en zie,
in uw eigen oog zit de balk nog!
Huichelaar, haal eerst die balk uit uw eigen oog,
en dan zult ge scherp genoeg zien
om de splinter te kunnen verwijderen
uit het oog van uw broeder.”

Dag 90: Zondag 21 juni

evangelie: Mt. 10, 26-33

Weest niet bevreesd voor hen die het lichaam kunnen
doden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat Ik zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
In die tijd zei Jezus tot zijn apostelen:
“Weest niet bang voor de mensen.
Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden.
Wat Ik u zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat ge u in het oor hoort fluisteren,
verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam kunnen doden
maar niet de ziel;
vreest veeleer Hem,
die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel.
Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van uw Vader
niet één mus op de grond vallen.
Bij u echter is zelfs iedere haar van uw hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd;
gij zijt toch meer waard dan een zwerm mussen.
Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is.
Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
zal ook Ik verloochenen
tegenover mijn Vader die in de hemel is.”

Dag 89: Zaterdag 20 juni

evangelie: Mt. 6, 24-34

Maakt u niet bezorgd voor de dag van morgen.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Niemand kan twee heren dienen:
hij zal de een haten en de ander liefhebben,
ofwel de een aanhangen en de ander verachten.
Gij kunt niet God dienen èn de mammon.
Daarom zeg Ik u:
Weest niet bezorgd voor uw leven,
wat ge zult eten of wat ge zult drinken,
en ook niet voor uw lichaam,
wat ge zult aantrekken.
Is het leven niet méér dan het voedsel
en het lichaam niet méér dan de kleding?
Let eens op de vogels in de lucht:
ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren,
maar uw hemelse Vader voedt ze.
Zijt gij dan niet veel méér dan zij?
Trouwens, wie van u is in staat
met al zijn tobben aan zijn levensweg één el toe te voegen?
En wat maakt gij u zorgen over kleding?
Kijkt naar de leliën in het veld: hoe ze groeien.
Ze arbeiden noch spinnen.
Toch zeg Ik u:
Zelfs Salomo in al zijn pracht
was niet gekleed als een van hen.
Als God nu het veldgewas,
dat er vandaag nog staat
en morgen in de oven wordt geworpen
zó kleedt,
hoeveel te meer dan u, kleingelovigen?
Maakt u dus geen zorgen over de vraag
: wat zullen wij eten
of wat zullen wij drinken
of wat zullen wij aantrekken?
Want dat alles jagen de heidenen na.
Uw hemelse Vader weet wel dat gij al deze dingen nodig hebt.
Maar zoekt eerst het Koninkrijk en zijn gerechtigheid:
dan zal dat alles u erbij gegeven worden.
Maakt u dus niet bezorgd voor de dag van morgen,
want de dag van morgen zorgt voor zichzelf.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen leed.”

Dag 89: Vrijdag 19 juni

evangelie: Mt. 11, 25-30

Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.

In die tijd sprak Jezus:
“Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,
omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt
voor wijzen en verstandigen,
maar ze hebt geopenbaard aan kinderen.
Ja, Vader, zo heeft het U behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de Zoon, tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader, tenzij de Zoon
en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.
Komt allen tot Mij, die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal u rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij:
Ik ben zachtmoedig en nederig van hart;
en gij zult rust vinden voor uw zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Dag 88: donderdag 18 juni

evangelie: Mt. 6, 7-15

Zo moet gij bidden.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als gij bidt,
gebruikt dan geen omhaal van woorden, zoals de heidenen;
want deze menen,
dat zij door hun veelheid van woorden verhoring zullen vinden.
Volgt hun voorbeeld dus niet na,
want vóórdat gij Hem vraagt,
weet uw Vader wat gij nodig hebt.
Gij moet daarom zo bidden:
Onze Vader die in de hemel zijt,
uw Naam worde geheiligd;
uw Rijk kome,
uw wil geschiede
op aarde, zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven hebben aan onze schuldenaren.
En leid ons niet in bekoring,
maar behoed ons voor het kwaad.
Want als gij aan de mensen hun fouten vergeeft,
zal uw hemelse Vader ook u vergeven;
maar als gij niet vergeeft aan de mensen,
zal ook uw hemelse Vader uw fouten niet vergeven.”

Dag 87: Woensdag 17 juni

evangelie: Mt. 6, 1-6.16-18

Uw Vader die in het verborgene ziet zal het u vergelden.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Denkt er om:
beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken;
anders hebt gij geen recht op loon
bij uw Vader, die in de hemel is.
Wanneer gij dus een aalmoes geeft,
bazuint het dan niet voor u uit,
zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen.
Als gij een aalmoes geeft;
laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet,
opdat uw aalmoes in het verborgene blijve;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Wanneer gij bidt,
gedraagt u dan niet als de schijnheiligen,
die graag in de synagogen
en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen!
Maar als gij bidt,
gaat dan in uw binnenkamer,
sluit de deur achter u,
en bidt tot uw Vader, die in het verborgene is;
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.
Wanneer gij vast,
zet dan geen somber gezicht, zoals de schijnheiligen;
zij verstrakken hun gezicht
om de mensen te tonen, dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar, Ik zeg u:
Zij hebben hun loon al ontvangen.
Maar als gij vast,
zalft dan uw hoofd en wast uw gezicht
om niet aan de mensen te laten zien, dat gij vast,
maar vast voor uw Vader, die in het verborgene is
en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”

Dag 86: Dinsdag 16 juni

evangelie: Mt. 5, 43-48

Bemint uw vijanden.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Gij zult uw naaste beminnen en uw vijand haten.
Maar Ik zeg u:
Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen,
opdat gij kinderen moogt worden van uw Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden
en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Want als gij bemint die u beminnen,
wat voor recht op loon hebt gij dan?
Doen de tollenaars niet hetzelfde?
En als gij alleen uw broeder groet,
wat voor buitengewoons doet gij dan?
Doen de heidenen dat ook niet?
Weest dus volmaakt,
zoals uw Vader in de hemel volmaakt is”

Dag 85: Maandag 15 juni

evangelie: Mt. 5, 38-42

Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat er gezegd is:
Oog om oog, tand om tand.
Maar Ik zeg u geen weerstand te bieden aan het onrecht,
doch als iemand u op de rechterwang slaat
keert hem dan ook de andere toe.
En als iemand u voor het gerecht wil dagen,
en uw onderkleed afnemen,
laat hem dan ook het bovenkleed.
En als iemand u vordert één mijl met hem te gaan,
gaat er twee met hem.
Geeft aan wie u vraagt
en wendt u niet af als iemand van u lenen wil.”

Dag 84: Zondag 14 juni

evangelie: Joh. 6,51-58

Mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.

In die tijd zei Jezus tot de menigte der Joden:
“Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald.
Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.
Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees
ten bate van het leven der wereld.”
De Joden geraakten daarover met elkaar aan het twisten
en zeiden:
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”
Jezus sprak daarop tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt,
blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals Ik door de Vader die leeft, gezonden ben
en leef door de Vader,
zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij.
Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
Het is niet zoals bij de vaderen, die het manna gegeten hebben
en niettemin gestorven zijn;
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”

Dag 83: Zaterdag 13 juni

evangelie: Mt. 5, 33-37

Ik zeg u in het geheel niet te zweren.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord dat tot onze voorouders gezegd is:
Gij zult geen valse eed doen,
maar gij zult voor de Heer uw eden houden.
Maar Ik zeg u in het geheel niet te zweren;
noch bij de hemel, want dat is de troon van God;
noch bij de aarde, want dat is zijn voetbank;
noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning.
Ook bij uw hoofd moet gij niet zweren,
want gij kunt niet één haar wit of zwart maken.
Maar uw ja moet ja zijn en uw neen neen;
en wat daar nog bij komt is uit den boze.”

Dag 82: Vrijdag 12 juni

evangelie: Mt 5, 27-32

Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:
Gij zult geen echtbreuk plegen.
Maar Ik zeg u:
Al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren
heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd.
Indien uw rechteroog u tot zonde dreigt te brengen,
ruk het uit en werp het van u weg;
want het is beter voor u,
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat,
dan dat heel uw lichaam in de hel wordt geworpen.
En als uw rechterhand u tot zonde dreigt te brengen,
hak ze af en werp ze van u weg;
want het is beter voor u
dat één van uw lichaamsdelen verloren gaat,
dan dat heel uw lichaam in de hel terecht komt.
Ook is er gezegd:
Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief geven.
Maar Ik zeg u:
Wie zijn vrouw verstoot, behalve in geval van ontucht,
brengt haar ertoe echtbreekster te worden;
en wie een verstoten vrouw huwt begaat echtbreuk.”

Dag 81: Donderdag 11 juni

Lezing van de dag: Mt 5: 20-26

Vandaag gaat de column op een andere wijze, omdat morgen mijn vakantie begint voor twee weken en ik dus niet meer u elke dag verras met een korte overweging bij de lezing van de dag, maar ook omdat we als team bezig zijn om op andere wijze met mensen in contact te komen, dat kan door scrhijven, maar ook door het maken van een filmpje. Dat wij daar niet in geschoold zijn mag duidelijk zijn, maar dat betekent niet dat we het niet willen proberen, dus als u op de link klikt hoort u mij vanuit de Lucaskerk in Arnhem-Zuid. Morgen zal ik wel de lezingen voor de komende twee weken op deze plaats zetten, zodat u wel elke dag weer een stukje bijbel kunt lezen én daarbij uw eigen overweging bij kunt geven. 

Hierbij een link naar een korte vlog vanuit de Lucaskerk

Diaken Ronald Heinen

Dag 80: Woensdag 10 juni

Lezing van de dag: Mt. 5: 7-19

"Ik ben niet gekomen om de wet en de profeten op te heffen", zo horen we vandaag Jezus spreken. Hij spreekt hier zijn diepe verbondenheid uit met de joodse traditie. Hem werd immers verweten dat Hij alles maar wilde veranderen en zich niet aan de wetten en de geboden zou houden. Maar integendeel, Jezus wil er zelfs geen jota aan veranderen, geen punt of komma mocht je wijzigen. Die diepe verbondenheid met de joodse traditie is in het christendom later niet meer gezien, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Gelukkig kijken we tegenwoordig op een geheel andere wijze naar het joodse volk. Het betekent ook dat we het eerste testament tot ons mogen nemen in heel zijn grootsheid. Voor katholieken is dat niet zo vanzelfsprekend, bijbellezen hoort niet zo bij ons, jammer genoeg. Vandaag zouden wij met de woorden van Jezus ons geroepen mogen voelen om de bijbel ter hand te nemen, te lezen en te bespreken. Gelukkig kennen we een paar bijbelgroepen in onze parochie, maar graag nodig ik ook anderen uit om in de bijbel te gaan lezen. Voor een eerste keer of voor een vervolg, immers het mooie aan onze bijbel is nu eenmaal dat je nooit uitgelezen raakt.

Diaken Ronald Heinen

Dag 79: Dinsdag 9 juni

Lezing van de dag: 5: Mt. 13-16

Vandaag horen wij dat wij zout en licht zijn in de wereld. In deze tijd lijkt dat niet veel te zijn. Immers zout is in grote hoeveelheden aanwezig, zelfs te veel zout gebruiken we op een dag en ook licht is te veel. Zo veel dat donkdere nachten eigenlijk niet meer bestaan. Die overvloed aan zout en licht in deze tijd zou ons op het verkeerde been kunnen zetten. Immers je hebt eigenlijk maar weinig zout en weinig licht nodig om te merken dat het aanwezig is. Als het echt donker is, is elk lichtpuntje al genoeg om je een richting te wijzen en het kleine mespuntje zout proef je meteen in het eten. Zo is het ook met de kerk in de wereld. Het gaat niet om de grote massa, het gaat niet om volle en grote kerken. Juist in het kleine schuilt vaak de grootste kracht. Voor de eerste christenen was dat helder. Zij waren een kleine groep die met hun inzet, met hun geloof een steeds grotere invloed kreeg. Aan ons, in deze tijd, nu ook wij een minderheid zijn geworden is het dan ook onze opdracht om zout en licht te zijn, om ons geloof uit te stralen en de wereld een ander licht te laten zien.

Diaken Ronald Heinen

Dag 78: Maandag 8 juni

Lezing van dag: Mt. 5: 1-12

Vandaag horen we weer die prachtige tekst over de zaligsprekingen, het is toch elke keer weer een genot om ze te lezen en op je te laten inwerken. Zalig zij...... Maar bij het lezen moeten we wel blijven opletten. Het is immers niet een lezing van stil maar wacht maar als je in armoede leeft en dat je heil uiteindelijk na het leven wel gegeven wordt. Het is niet stil maar wacht maar, als je onderdrukt wordt om je huidskleur en je beloning krijgt in de hemel. De zaligsprekingen gaan niet zozeer om de beloning ná het leven, ze spreken ons in dit leven aan, om hier en nu te werken aan Gods Rijk, niet om stil te wachten op wat komen gaat. Wat dat betreft kunnen we in deze tijd veel leren van de jeugd. Zij spreken ons aan op ons gedrag wat er voor zorgt dat het klimaat opwarmt met alle consequenties van dien. En zij staan vooraan in de protesten tegen het geweld tegen onze medemensen die donker van kleur zijn. Vaak hoor ik mensen klagen over de jongeren die niet meer in onze kerken zijn, maar misschien mogen zij wel klagen over de ouderen die niet met hen op de straten zijn om te protesteren. Zoals een 16-jarige zei: Mijn oma protesteerde, mijn moeder protesteerde en nu sta ik hier, het is genoeg!  "Zalig die hongeren en dorsten naar gerechtigheid"

Diaken Ronald Heinen

Dag 77: Zondag 7 juni, Trinitetiszondag

Lezing van de dag: Joh. 3: 16-18

Sommige feesten spreken voor zichzelf, Kerstmis, Pasen, Pinksteren. Het zijn dagen die voor een pastor meer dan genoeg inspiratie geven om te preken, maar vandaag, het feest van de Drie-eenheid, ligt dat toch wat moeilijker. Immers nadenken over de Drie-ene God geeft weliswaar meer dan genoeg inspiratie, maar is toch niet zo eenvoudig om over te brengen. Natuurlijk, er zijn vele boeken over geschreven, vele theologische disputen over gehouden en we maken telkens weer dat kruisteken, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, we denken er vaak niet bij na wat de werkelijke betekenis is. We blijven toch altijd worstelen met dat idee van God, met ons voorstellingsvermogen, met de woorden die God proberen te duiden. En telkens weer merken we bij onszelf, bij ons spreken, dat het nooit voldoende is, dat we nooit helemaal God kunnen begrijpen. Toch willen wij, als gelovige mensen, God een plaats geven in ons leven, willen wij tot God bidden, spreken we tot God, maar welk beeld komt dan in ons op. Is God streng, barmhartig, liefdevol, begrijpt God mij, ziet Hij mij? Is God bondgenoot, tochtgenoot, heerser, almachtig?

Mozes noemde Hem "Heer", daar op de berg Sinai.Och Heer, wees zo goed en trek met ons mee. Ons volk heeft u nodig.Wij snakken naar een teken, leidt ons door de woestijn.Durven wij of kunnen wij, mensen van de 21e eeuw, met problemen eigen aan onze tijd, die vraag ook te stellen?

Overal in de wereld klinkt de roep: Black lives matter! En terecht, immers ieder leven telt, zeker het leven van hen die niet gezien, niet gewaardeerd, niet gerespecteerd worden. En terecht dat die roep klinkt dat elk leven telt, wie of wat je ook bent, welke kleur je huid ook heeft. Als Christen geloof je toch bovenal dat God er voor alle mensen is, dat God niet kijkt naar onze buitenkant, maar vooral naar onze binnenkant. Maar doorheen elke roep om God die naar ons omkijkt, is en blijft er de vraag naar God zelf, naar hoe wij naar God kijken.

De heilige Augustinus had destijds een gelijkaardig probleem. De legende vertelt dat hij op zekere dag langs het strand wandelde en daar een kleine jongen bezig zag om het water van de zee met een kleine schelp in een putje te gieten dat hij daar had gegraven. Augustinus moest lachen en zei: hoe wil je nu die oneindig grote en diepe zee in dat kleine putje krijgen? Het kind antwoordde hem gevat: “En hoe wil jij met je kleine verstand die oneindige God begrijpen?”.  

En toch willen wij dat telkens weer proberen, proberen om God te begrijpen, om te zien hoe Hij er voor ons is, als de Vader, als de Zoon, als de Heilige Geest. Het is alsof wij vandaag drie feesten in één feest proberen te doen. Kerstmis, het feest van de Vader die onder ons komt in de geboorte van het Kind. En Pasen waar het kind, volwassen geworden, zijn Leven voor ons heeft gegeven en toch onder ons blijft leven door de verrijzenis en Pinksteren waar de Geest ons gegeven wordt om ons in vuur en vlam te zetten en zo de boodschap te blijven verkondigen. Vandaag vieren wij dat allemaal in dat ene grote feest van de drie-eenheid. Als we het zo zien, weten we, het is teveel, God is teveel, maar we mogen het altijd in kleine stappen proberen te begrijpen. Het hoeft allemaal niet in een keer, het mag altijd in kleine stapjes, beetje bij beetje, zo mogen wij op weg gaan om dat inmense mysterie van God te zien, te begrijpen, in het besef dat het nooit volledig zal lukken, maar we gaan op weg, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Diaken Ronald Heinen

Dag 76: Zaterdag 6 juni.

Lezing van de dag. Mc.  12:38-44

76 jaar geleden werd er hevig gevochten op de stranden in Normandië, vele jonge mannen zijn gestorven voordat ze een voet op vaste grond konden zetten en nog velen zouden in de komende dagen, weken en maanden het leven laten voor onze vrijheid. Enige jaren geleden heb ik een engelse veteraan mogen spreken. Een kleine, oude en breekbare man en je kon je bijna niet voorstellen dat hij op deze dag, 76 jaar geleden ook vocht voor zijn leven en voor ons leven. Eigenlijk denk je toch eerst dat het allemaal brede, grote, goed gespierde mannen moeten zijn geweest. De beelden van het witte doek spelen ons dan altijd parten. Maar het waren gewone jongens, mannen die daar op die stranden landen. Pas later, toen ik er meer over las, begon ik beetje bij beetje meer te begrijpen. Waarom het alleen witte mannen waren en de donkere Amerikanen niet mcohten meevechten. Pas later begon ik te begrijpen hoe diep in die tijd de discriminatie was in het leger (tijdens de vietnam-oorlog was het precies omgekeerd). Soms heb je tijd nodig om de juiste bril op te zetten, om beter te leren zien. In deze tijd kunnen we ons niet meer verschuilen, maar moeten we er aan werken dat mensen niet gediscrimineerd worden om wie of wat ze zijn. Prachtig hoe Jezus dat altijd aan ons laat zien, ook vandaag weer nu Hij wijst op de arme weduwe. Op haar kleine offer werd toch nooit acht geslagen, maar Jezus ziet het wel en Hij wijst ons daar op. Opdat ook onze ogen opgengaan.

Diaken Ronald Heinen

Dag 75: Vrijdag 5 juni, feestdag van H. Bonifatius

Lezing van de dag. Mc. 12: 35-37

Mijn lagere schooltijd heb ik doorgebracht bij de broeders van Maastricht, zij beheerden de lagere school in het centrum van Waalwijk. In de vijde klas gaf een broeder ons les die niet alleen heel graag bijbelverhalen vertelde, maar ook heiigenverhalen. En altijd vertelde hij met veel passie en als we maar stil waren, ging hij soms door tot aan het speelkwartier en dat scheelde toch al snel een reken- of taalles. Een van de heiligen waar hij graag over vertelde was Boniatius en natuurlijk was je als kind geboeid door dat verhaal van die moedige bisschop die uiteindelijk op 5 juni 754 vermoord werd bij Dokkum. De bijbel die hij voor zich ophield, kon de zwaardslag niet verhinderen. Het zijn die prachtige verhalen die je altijd bijblijven. De moed van mensen om op te staan om hun geloof te verkondigen. En niet met geweld, maar juist met woorden proberen om de anderen te overtuigen en mee te nemen op de weg van vrede en gerechtigheid. Al die bijbelverhalen, al die heiligenverhalen neem ik als een kostbare schat met me mee in mijn leven en langzaam heb ik geleerd dat het niet altijd even historisch correct hoeft te zijn. In al zijn gedrevendheid was onze broeder daar ook niet zo mee bezig. Maar de verhalen blijven even veel waarheid uitstralen en geven ons een weg die het waard is om te gaan. Daarom blijf ik het ook zo belangrijk vinden om die verhalen te blijven vertellen, thuis, op school én in de kerk. We zijn immers een geloof dat ook leeft uit de verhalen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 74: Donderdag 4 juni, Onze Heer Jezus Christus, eeuwige hogepriester.

Lezing van de dag: Mt. 26: 36-42

Het zou zomaar voorbij kunnen gaan voor veel gelovigen dat het vandaag een feestdag is. Natuurlijk is het wel een feestdag voor alle geslaagden, de vlaggen hangen uit, zojuist vloog een vliegtuig over mijn huis om alle geslaagden te feliciteren en het is prachtig dat zij deze dag niet zomaar voorbij laten gaan. Het is waard om dat bijzonder moment van slagen te vieren, om stil te staan bij een belangrijk moment in je leven. Voor ieder van ons zal dat gelden, het ene moment meer dan het andere moment, maar we hebben ze allemaal gekend. De verjaardagen, de bijzondere momenten in het jaar, in ons persoonlijk leven. Allemaal belangrijk om bij stil te staan, om samen te vieren. Ook onze kerk kent die momenten, velen bekend, sommige wat minder bekend. Maar vandaag mogen wij stilstaan bij Jezus Christus, eeuwige hogepriester. Degene die ons is voorgegaan, die de weg heeft gewezen en ons heeft laten zien dat de dood niet het einde van het leven is. Die ons bovenal heeft geleerd dat God ons Vader is, een Vader met barmhartigheid, gerechtigheid voor allen, een liefdevolle Vader. Jezus is voor ons tot het uiterste gegaan. Zijn leven gegeven. Het is goed om daar bij stil te staan. Zijn leven gegeven voor ons, voor mij dus, voor mij persoonlijk. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 73: Woensdag 3 juni

Lezing van de dag: Mc. 12: 18-27

En weer proberen mensen Jezus in een val te lokken door Hem een onmogelijk dilemma voor te leggen. Maar telkens weer laat Jezus zien dat Hij niet met hun denken meegaat en telkens weer laat Hij dan een andere weg zien. De weg die loopt naar het leven voor alle mensen. De God van Jezus is dan ook de God van de levenden, zo zegt Hij ook vandaag in de lezing die we krijgen. Het gaat Hem dan ook niet om allerlei regels en wetten en hoe wij die nu precies moeten interpreten in wat wel en wat niet mag. God staat daar boven, zijn wet is er altijd een van liefde, van mededogen, van gerechtigheid. Daar gaat het allereerst om en van daaruit kun je pas zien wat te doen staat. Om weer te gaan vieren in onze kerk zijn ook vele regels. Die zijn nodig om te zorgen voor de gezondheid van de ander en die van onszelf. Als je het zo ziet, dan zijn de regels niet om te knechten, maar om vrijheid te geven dat we samen kunnen komen, dat we samen kunnen vieren.

Diaken Ronald Heinen

Dag 72: Dinsdag 2 juni

Lezing van de dag. Mc. 12: 13-17

Het wordt zo prachtig beschreven hoe mensen telkens weer proberen om Jezus klem te zetten met woorden en uitspraken en hoe Hij telkens weer mensen met woorden en wijsheid stil krijgt en bewondering afdwingt. Het is die wijsheid die we ook in deze tijd hard nodig hebben (eigenlijk in elke tijd). Maar juist nu mensen tegen elkaar opstaan zijn wijze woorden van groot belang. Woorden die respect afdwingen en mensen tot nadenken stemmen. Woorden die mensen bij elkaar brengen en niet in groepen apart zetten. Woorden die liefde prediken en geen haat zaaien. Juist in deze tijd is het van belang om gewoon even de bijbel open te slaan en je af te vragen wat Jezus tot ons nu zou zeggen, Naar wie Hij zou omkijken, voor wie Hij zou opkomen. Wie de bijbel oppakt moet dan ook proberen om op die wijze te leven. Met eerbeid, respect en liefde, vrede prediken en mensen met open handen tegemoet treden. "Geef aan God wat God toekomt". In eerbied voor onze naaste, geven we eerbied aan God.

Diaken Ronald Heinen

Dag 71: Maandag 1 juni, Tweede Pinksterdag, Feest van de H. Maagd Maria, moeder van de kerk.

Lezing van de dag: Joh. 19: 25-34

Op deze dag staan wij in het bijzonder stil bij Maria, als moeder van de kerk. Terwijl de kerken nu langzaam weer meer open mogen gaan, zijn de vele Mariakapellen altijd open geweest. Velen zijn in de afgelopen maanden bij haar even langsgekomen, om even een moment stil te staan, om even een kaarsje op te steken. Als moeder van de kerk heeft zij nooit haar deuren gesloten gehouden, dat zou ook niet kunnen. Bij Maria kun je immers altijd terecht, altijd staat haar deur open, altijd is zij bereid om te luisteren. Enige jaren geleden kwam ik regelmatig op bezoek bij een vrouw, die inmiddels overleden is. En op een dag stond haar Mariabeeld met het gezicht naar de muur. "Ja", zei de vrouw, "ik heb Maria even omgedraaid, ze luistert toch niet naar mij. Er is zoveel ellende, zoveel verdriet en ze helpt me niet!" Daarop keek ze me aan en vroeg: "Denkt u dat ze het erg vind?" "Natuurlijk niet", zei ik. "Maria kan wel tegen een stootje en nog belangrijker, als moeder weet ze dat er altijd weer een dag komt dat je weer bij haar terugkomt". En inderdaad de volgende keer stond Maria weer zoals altijd, met een kaarsje brandend bij haar. Ach vertelde de vrouw toen, ik kon niet kwaad blijven, per slot van rekening is ze wel mijn Maria...... Ze had een diep geworteld geloof in Maria, we zijn samen nog eens naar Lourdes gegaan en natuurlijk doet het in deze tijd ook pijn dat zovele pelgrims dit jaar niet naar Lourdes kunnen gaan, maar dat betekent niet dat we niet naar Maria kunnen gaan, per slot van rekening is ze wel onze Maria.

Diaken Ronald Heinen

Dag 70: Zondag 31 mei, Eerste Pinksterdag

Lezing van de dag: Joh. 20: 21-23

WE horen in het Evangelie van vandaag hoe Jezus de leerlingen begroet met "Vrede zij u" en hoe zij ontvankelijk worden voor het ontvangen van de H. Geest. Maar op deze dag kijken en lezen we ook in het boek der Handelilngen, waar zo mooi beschreven staat wat er gebeurde op deze dag. (Hand. 2: 1-11). "Plotseling kwam er een gedruis, alsof er een hevige wind opstakt". Deze zin doet mij elk jaar weer terugdenken aan een reis naar Israël. Als student nam ik deel aan een studiereis. En op eerste Pinksterdag zaten wij, studenten en docenten, ergens op een hoge rots waar een kruisvaardersburcht stond. En lazen wij deze tekst uit de bijbel. En op het moment dat deze zin gelezen werd, kwam er een stevige windvlaag voorbij. Daarvoor en daarna was het windstil. Het was een bijzonder moment van huivering en verwondering en natuurlijk konden we het ook wel natuurkundig verklaren, die windvlagen in de woestijn, maar precies op die dag, op dat moment? Die aanraking van de wind is me altijd bijgebleven en het herinnert me er aan dat we soms alles wat we willen weten, alles wat we willen hebben, ook eens mogen loslaten. Dat we gewoon de wind mogen laten waaien, waar ze ook heen gaat, waar ze ook vandaan komt. Dat we ze niet vast willen of kunnen houden, maar gewoon langs ons op moeten laten gaan. We mogen het alleen ontvangen als we het gelijk weer loslaten. Is het zo ook niet met ons geloof, met ons leven? Ontvang de Geest, maar je mag die Geest nooit voor jezelf houden. De Geest waait altijd.

Diaken Ronald Heinen

Dag 69: Zaterdag 30 mei

Lezing van de dag: Joh.  21: 20-25

Het is bijna Pinksteren, het feest waarop Gods Geest op de leerlingen neerdaalt. De Geest die hen kracht geeft om getuigenis af te leggen. Om hun geloof uit te dragen en de mensen de verhalen over Jezus te vertellen. Om te getuigen moesten ze natuurlijk wel hun huizen verlaten, de deuren en ramen wijd open zetten. Ze moesten letterlijk de straat op. In deze dagen kunnen we dat een beetje meevoelen, wat dat betekent, dat je er weer op uit mag gaan, dat deuren opengaan. Vooral voor de mensen die in de verpleeghuizen wonen gaat dit gebeuren. Wekenlang konden zij geen bezoek ontvangen, konden mensen niet bij elkaar komen die soms al zoveel jaren met elkaar getrouwd waren. Alleen als de laatste stervensfase was aangebroken mochten mensen weer op bezoek komen. Voor veel mensen was dit zwaar om te dragen, ook voor onze premier die door zijn besluit ook niet bij zijn moeder op bezoek kon komen. Maar nu gaan de deuren weer een klein beetje open. En wijzelf kunnen er voor zorgen dat de deuren niet weer dicht gaan slaan, alleen samen kunnen we er aan werken om ook de deuren van de kerken weer te openen. Laten we hopen en bidden dat dit ons lukt en dat wij samen weer kunnen vieren dat Gods Geest ook op ons mag neerdalen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 68: Vrijdag 29 mei

Lezing van de dag: Joh. 21: 15-19

Vandaag horen wij hoe Jezus tegen Petrus spreekt om zijn schapen te weiden, Hij vraagt tot drie keer toe of Petrus Hem lieft heeft. Vanzelfsprekend wordt Petrus dan bedroefd, het lijkt immers of Jezus hem niet helemaal vertrouwd, of Hij niet helemaal overtuigd is van het antwoord dat Petrus Hem geeft. Het is echter niet niks wat Jezus aan Petrus vraagt. Het gaat hier om de toekomst van de kerk en als het fundament al wankel is, dan kan er ook geen stevig gebouw ontstaan. In de grond, in het fundament moet de liefde voor Jezus, moet de liefde voor God stevig verankert zijn. Misschien dat daarom Jezus het tot driemaal vraagt. Als we het zo zien, dan klinkt het niet zo vreemd. Immers we zeggen soms toch ook veel te snel dat het allemaal wel goed is, dat we iemand lief hebben, dat we bij iemand willen horen. Maar als het echt gaat stormen, als er echt tegenwind is, dan komt het er op aan. Dan wordt de liefde op de proef gesteld en dat besef je pas echt dat je alleen verder kunt gaan, als je geloof, je vertrouwen, je liefde diep verankert zijn, onwankelbaar sterk. Jezus moest het wel drie keer vragen, ooit had Petrus Hem toch ook drie keer verloochend, maar nu kan hij voluit zeggen. Wat er ook gebeurd, wat de toekomst ook zal brengen, ik zal er zijn. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 67: Donderdag 28 mei

Lezing van de dag: Joh. 17: 20-26

"Opdat zij allen één mogen zijn", zo bidt Jezus tot zijn Vader. Opdat wij één mogen zijn, zoals Jezus en zijn Vader één zijn. Het is een prachtig gebed, een schitterende wens die door Jezus wordt uitgesproken. En meteen voel je dan toch iets als schaamte in je opkomen. Immers de geschiedenis, onze eigen ervaring leert ons dat het niet lukt om één te zijn. Er zijn meningverschillen, ruzies, misverstanden en dat is nog het minste. Immers geweld, oorlog, terreur, ze zijn allemaal onderdeel van ons mens-zijn. Allesbehalve eenheid. Zelfs de kerken zijn gesplitst, In vele dorpen en steden staan diverse christelijke kerken, door de loop der eeuwen uit elkaar gegroeid en soms gelukkig ook weer nader tot elkaar gekomen, maar die eenheid waar Jezus om bidt, is nog ver van ons verwijderd. Maar dat betekent niet dat we dat vertrouwen dan maar los moeten laten. Dit gebed herinnert ons er aan dat de eenheid ons begin is en dat het altijd ons streven moet blijven. We moeten er op gericht zijn om elkaar op te zoeken, om elkaar proberen te begrijpen, om samen met elkaar te zoeken naar wat ons bindt, wat onze grondvesten zijn en wat ons verenigt. Aan God ligt het niet, Hij zal ons blijven uitnodigen om zo op weg te gaan, om de vrede, om de eenheid te zoeken.

Dag 66: Woensdag 27 mei

Lezing van de dag: Joh. 17: 11b-19

"ik heb over hen gewaakt en niemand van hen is verloren gegaan", in het gebed van Jezus klinken deze woorden. Hij bewaart ons, waakt over ons, zouden we mogen zeggen. Dat is toch altijd een geruststellend idee, dat er iemand is die over ons waakt, die ons beschermd. Dat wij bewaart worden voor het kwaad. Natuurlijk betekent dat niet dat ons niets zal overkomen, ziekte, lijden, dood, het is in ons leven, we kunnen daarvoor niet weglopen. Maar uiteindelijk worden wij wel beschermd tegen het kwaad, tegen de ultieme duisternis, tegen de absolute dood. Soms verwachten mensen dat aan hen al het lijden, al de ellende voorbij zal gaan als ze maar hun geloof belijden, als ze maar de kaarsen ontsteken voor Maria, voor de heiligen. En dan worden ze teleurgesteld dat toch lijden overkomt, dat ziekte gebeurd, dat de dood komt. Maar Jezus zegt ook niet dat dit alles ons niet zal gebeuren. Wij leven in de wereld, met al de mooie dagen van het leven, maar ook met al de moeilijke en verdrietige dagen. Wij mogen wel geloven én vertrouwen dat door al die dagen Jezus met ons meegaat, dat Hij over ons waakt. En elke moeder en vader kent dit als zij/hij een kind op bed legt, je strijkt nog even over het hoofd, je geeft nog even een kruisteken op het voorhoofd en het kind weet, mijn moeder/vader waakt over mij, mij zal niets gebeuren. En natuurlijk weet je als ouder, ik kan niet alles voorkomen, ik kan niet alle ellende, ziekte tegenhouden, maar ik kan wel waken, ik kan er wel zijn, ik kan wel mijn kind vasthouden in liefde. Zo mag God voor ons zijn, als kinderen van God. Mogen we ons dan ook vastgehouden voelen door God, geborgen in God, zijnde met God.

Diaken Ronald Heinen

Dag 65: Dinsdag 26 mei

Lezing van de dag. Joh. 17: 1-11a

Terwijl we wacht op de komst van de Heilige Geest, gaat natuurlijk het leven gewoon door, Zo moest ik vanmorgen naar de tandarts, twee kiezen moesten hoog nodig onderhanden genomen worden en voor een angshaas als ik ben is dat nooit de mooiste dag van de week. Maar gelukkig is er verdoving en gelukkig is het weer voorbij. Zo komen gewoon in deze tijd weer de gewone dingen weer voorbij, de mooie en de minder mooie. Vandaag horen wij Jezus bidden voor de leerlingen, voor ons. Prachtig hoe Hij vraagt aan God om ons nabij te blijven en ons te helpen om op de goede weg te blijven en helaas hoort daar dan ook de tandarts bij. (natuurijk heb ik niets tegen tandartsen, behalve als ze met een boor bij mijn kies komen). Ik mag dat vandaag zeggen, omdat het de feestdag van de H. Fillipus Neri isl priester te Rome, geboren in 1515 en 80 jaar later op 26 mei overleden. Hij werd om velerlei redenen bekend, maar één ervan was dat hij een groot gevoeld voor humor heeft. hield, niet voor niets is hij de heilige voor de humoristen geworden. En humor hebben we nodig, niet alleen als alles goed gaat, maar juist als het leven ook tegenzit, Het tilt ons even boven het alledaagse uit, geeft even lucht, een andere kijk en laat ons lachen. De katholieke kerk moet dan ook nooit een sombere kerk worden, we mogen met blijdschap uitkijken naar de dag dat Gods Geest in ons midden komt. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 64: Maandag 25 mei

Lezing van de dag: Joh. 16: 29-33

Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze verspreid worden over de hele wereld en het zal voor hen niet gemakkelijk worden, maar ze moeten goede moed houden. Het is natuurlijk geen prettige boodschap om te horen. Verstrooid worden, vervolgd worden. Er is heel veel moed voor nodig om die weg te gaan, daarom zullen ze ook nooit alleen gaan, twee aan twee gaan ze op weg. Je hebt immers altijd iemand nodig om op te leunen. Maar ook dan nog is het een bijna onmogelijke weg voor een mens. Daarom komt de Heilige Geest, die zal hen kracht geven om de weg te gaan. In deze week leven wij voluit in afwachting op de komst van de Geest. We hebben immers allemaal kracht nodig om vol te houden, om standvastig te blijven. Maar de Geest wordt ons niet vanzelf geschonken, ons gebed is nodig, noodzakelijk. In deze weken waar we nog niet samen kunnen komen in een kerk is ons gezamenlijk gebed van groot belang. Laten we dan ook volharden in gebed opdat Gods Geest weer mag neerdalen en ons de goede weg mag wijzen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 63: Zondag 24 mei

Lezing van de dag: Joh. 17: 1-11a

Vandaag horen wij Jezus bidden tot zijn Vader, een gebed voor de mensen die Hij achter moet laten. Hij bidt dat zijn Vader voor hen, voor ons blijft zorgen, naar ons blijft omzien. Op deze zondag, de wezenzondag, is het goed om dat gebed te horen. Immers zo voel je je niet verlaten, ben je niet alleen, mag je je verbonden voelen met onze God. In de eerste lezing van vandaag uit Handelingen 1: 12-14, wordt ook gesproken over het gebed. Hier zijn de apostelen, de vrouwen, Maria en anderen in gebed bij elkaar gekomen. Het zijn maar een paar verzen, maar die enkele zinnen geven op een prachtige wijze weer hoe de leerlingen één waren in gebed. En dan gaat het, denk ik, helemaal niet om wat er nu precies gebeden wordt, of er iets gevraagd of gesmeekt wordt, het gaat hier om die eenheid. Het samen één zijn in gebed. Als je dat wel eens gevoeld hebt, die eendracht, dan besef je hoe mooi en wonderlijk dat is. In die stilte, in die woordenloze aanwezigheid met elkaar, voel je de verbondenheid, voel je die eenheid. Het tilt je boven jezelf uit, jijzelf bent dan niet meer van belang, het gaat niet om jouw vragen, boven alles uit gaat het dam om het samen zijn, om de eenheid. En op dat moment voel je ook dat juist door die eenheid God in je midden mag zijn. Het zijn wonderlijke momenten die je leven dragen en die je nodig hebt als het moeilijk geworden is. De leerlingen hadden het gebed in die dagen hard nodig, en nog altijd is dat gebed noodzakelijk, voor ons samen, voor onze kerk, voor onze wereld.

Diaken Ronald Heinen

Dag 62: Zaterdag 23 mei

Lezing van de dag: Joh. 16: 23b-28

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wat gij de Vader ook zult vragen, Hij zal het u geven in mijn Naam." Deze uitspraak van Jezus zou toch bijna tot hoogmoed kunnen leiden als mensen gaan denken dat wat ze ook vragen, ze het wel zullen krijgen. Soms hoorde ik dat wel, mensen die tegen me vertelden dat ze vele kaarsen aangestoken hadden, vele intenties hadden gegeven en nog werd hun moeder niet beter. Ze verloren hun geloof, omdat blijkbaar God hen niet gaf wat ze gevraagd hadden. Als we zo Jezus gaan begrijpen, dan begrijpen we het inderdaad verkeerd. Het is natuurlijk nooit "u vraagt, wij draaien" en het is zeker nooit dat als we maar genoeg geld geven, genoeg kaarsen aansteken, dat God dan wel doet wij wat vragen. Dan zouden de rijken toch nooit ziek worden, dan zou er toch geen oorlog zijn, dan zou Corona toch nooit hebben bestaan. Blijkbaar werkt het zo niet, maar toch staat het er. Het zou ook verkeerd zijn dat we dan gaan zeggen dat het allemaal niet klopt wat Jezus gezegd heeft, dat het zomaar een uitspraak is. Ik denk dan ook dat we niet zozeer moet kijken naar wat we willen hebben, wat wij nodig vinden, wat voor ons belangrijk is. Maar dat we allereerst moeten nadenken wat we eigenlijk vragen, wat is onze diepste wens en nog meer, wat zijn we bereid om aan die diepste wens te doen? Want vragen, zonder daar iets tegenover te stellen, dat is natuurlijk nooit goed. Als je vraagt, moet je ook bereid zijn om te geven, als je iets wilt hebben, dan moet je ook kunnen delen. Ik denk dat we allereerst op die vragen moeten ingaan, voordat we bij God neerleggen wat onze diepste wensen zijn, wat onze echte vragen zijn. Wat kan ik, wat wil ik geven, wat wil ik doen, voor die ander, voor God?

Diaken Ronald Heinen

Dag 61: Vrijdag 22 mei.

Lezing van de dag: Joh. 16: 20-23a

De dag na Hemelvaart, deze dag en de komende dagen tot aan Pinksteren leven we met de apostelen in afwachting op wat komen gaat. Het moet voor hen een verwarrende tijd zijn geweest. Immers het ene, de directe aanwezigheid van Christus is niet meer, en het andere, de komst van de Heilige Geest is er nog niet. Een tijd van bezinning en gebed, maar ik kan me ook goed voorstellen dat er ook momenten van vertwijfeling zijn geweest, van angst misschien. Immers niemand wist precies hoe het zou gaan, wat de dag van morgen zou brengen. Voor ons in deze tijd is het goed om te beseffen dat ongetwijfeld ook onder de apostelen er die momenten van twijfel en angst zijn geweest. Het toont hun menselijkheid, maar meer nog, het laat aan ons zien dat ze te overwinnen zijn. Je mag je twijfel hebben als het maar niet daar bij blijft en natuurlijk mag je bang zijn, als angst maar niet de raadgever wordt. We horen het ook in de lezing van vandaag. Als alle vrouwen een grote angst zouden hebben voor de pijn bij de geboorte van hun kind, dan zouden ze misschien helemaal niet zwanger willen worden. Soms denk ik stiekem bij mijzelf, het is maar goed dat God aan vrouwen de mogelijkheid heeft gegeven om een kind te dragen en te baren. Wellicht heeft Hij gedacht dat de mannen het niet aan zouden kunnen en als man (die eigenlijk niet tegen pijn kan) ben ik daar erg blij mee. Maar hoe dan ook, we mogen in vreugde blijven uitkijken naar de dag van morgen, naar Gods Geest die ons gegeven wordt.

Diaken Ronald Heinen

Dag 60: Donderdag 21 mei, Hemelvaartsdag

Lezing van de dag: Mt. 28, 16-20

Vandaag horen wij zowel in de eerste lezing als in het evangelie hoe de leerlingen afscheid hebben genomen van Jezus. Maar afscheid nemen is niet hetzelfde als achterlaten, het betekent niet dat je dan iemand gaat vergeten. Niets is eigenlijk zo moeilijk als afscheid nemen. En eigenlijk weten we dat ook wel uit eigen ervaring, omdat we in ons leven afscheid hebben moeten nemen, van een baan, een huis, van een geliefde, dikwijls ook van meer dan één geliefde. Lichamelijke aanwezigheid is er dan niet meer, en dat is heel pijnlijk. Geen gelegenheid meer tot een hartelijk gesprek, een lach, een kus, een knuffel. Niet meer samen zijn. En toch is er geen afwezigheid, want degene die je lief had blijft aanwezig in je gemis, in je verdriet, in alle herinneringen, in het blijven noemen van de naam, in de bloemen of het kaarsje bij de foto en aan het graf. Wellicht hebben de apostelen dezelfde gevoelens: dat Jezus afscheid heeft genomen, maar dat Hij hen niet verlaten heeft. Hij doet daarbij een heel diepgaande belofte: ‘Zie, Ik ben met u, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld’. Maar als Jezus altijd bij zijn apostelen is, is Hij ook altijd bij ons. Hij is bij ons in onze liefde, in onze inzet voor het goede, in onze pogingen om te leven naar zijn enige gebod: ‘Bemin God bovenal en bemin uw naaste zoals uzelf.’ Hij is bij ons op elke weg die wij gaan, en altijd opnieuw wijst Hij ons daarbij de goede weg aan. Hij is bij ons in het geluk en de vreugde die we kennen, maar ook in de pijn en het verdriet dat Hij deelt met ons. En Hij is ook bij ons in ons doen en denken. In onze streven om het goede te doen. Om op te komen voor mensen in nood. Om niet te oordelen en niet te veroordelen. Om aandacht te hebben voor anderen. Om niet alleen aan onszelf te denken en voor onszelf te zorgen. Om te proberen leven naar zijn woorden en daden.

En Hij is natuurlijk ook bij ons in de eucharistie, in de communie en in ons bidden en zingen. Zoals Hij ook uitdrukkelijk aanwezig is in de lezingen die we horen en in de wegen die Hij aanwijst in het evangelie. Telkens opnieuw laat Hij ons daar zien dat Hij er is voor alle mensen, voor arm en rijk, voor ziek en gezond, voor vrouw en man. En Hij laat ons ook zien dat Hij geen eisen stelt, niet oordeelt en veroordeelt, maar helpt en bevrijdt. En Hij is ook bij ons in de sacramenten. In het doopsel dat ons opneemt in zijn gemeenschap. In het vormsel dat ons zijn Geest zendt, in de communie, en in alle sacramenten die we ontvangen. Beste mensen, Jezus’ hemelvaart is meer dan een afscheid zonder ons alleen te laten. Het is ook een herinnering aan de opdracht die Hij ons heeft gegeven. Hij roept ons daarbij op dat we getuigen zouden zijn van zijn Geest, en dat is zijn Geest van geloof, van hoop, van liefde, van vrede en gerechtigheid. Maar zijn hemelvaart is ook een diepgaande belofte, want als Jezus, die als mens onder de mensen heeft geleefd, verrezen is en ten hemel is opgegaan, zullen ook wij verrijzen en ten hemel opgaan, door te leven naar zijn Geest. Moge zijn hemelvaart ons dus sterken in ons geloof en in onze inzet voor zijn opdracht. 

Diaken Ronald Heinen 

Dag 59: Woensdag 20 mei

Lezing van de dag: Joh. 16: 12-15

De lezingen in deze dagen spreken over de verwachting van de nederdaling van de Heilige Geest. De Geest die ons de waarheid zal brengen, die ons inzicht geeft, ons toekomst geeft. Het is de Geest die we juist hard nodig hebben wanneer we het niet meer zien zitten, die ons helpt, optilt en weer uitzicht biedt. Om die Geest bidden de leeringen, bidden wij vandaag. En nooit mogen wij de Geest exclusief voor onszelf houden, of denken dat hij alleen maar tot ons spreekt. De Geest is voor ieder mens, voor de hele wereld, overal en wij mogen alleen wachten en bidden. De Geest is als de wind die voorbijgaat en die we niet vast kunnen pakken, maar wel mogen voelen. Hij is de frisse bries op een warme dag, de koele wind in de avond, de zachte wind die ons meeneemt. En dat vraagt natuurlijk wel om vertrouwen, immers alleen als je vertrouwen hebt kun je je laten meevoeren, kun je loslaten en je laten gaan als een vlieger in de wind. Het is prachtig, maar vaak ook beangstigend, het is loslaten zonder te weten wat je nog kunt vasthouden, het is je laten vallen, zonder te weten of je opgevangen wordt, het is gaan, zonder dat je de weg weet. Het enige wat je gelooft is dat de weg er is, dat je opgevangen wordt, dat je weer grip mag krijgen, Je gelooft en geloof mag voor ons voldoende zijn.

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 58: Dinsdag 19 mei

Lezing van de dag: Joh. 16: 5-11

Afscheid nemen is niet zo eenvoudig. In deze tijd tijd kennen en zien we de filmbeelden voorbij komen hoe mensen van elkaar afscheid nemen, maar als het jezelf treft, besef je maar al te goed hoe moeilijk het is. Er zijn dan vaak geen goede woorden, geen mooie gebaren, geen prachtige liederen. Afscheid komt maar al te vaak onverwacht, onverwild, veel te vroeg. Het is een harde realiteit die velen van ons treft. Hoe vaak zeggen mensen dan wel niet, "ik had zo graag......". Jezus bereidt zijn leerlingen voor op zijn afscheid en Hij laat ze niet alleen, Hij geeft ze een helper, de Geest die hen zal helpen, die raad geeft, toekomst geeft en hun vooruit laat kijken en niet achterom. Die Geest is tot op de dag van vandaag bij ons, ook als wij afscheid moeten nemen. De Geest geeft ons raad, spreekt ons moed in, geeft ons kracht, maar bovenal geeft ons hoop op de toekomst. Bij een afscheid is niet alles verloren, er is altijd weer een nieuwe dag, een dag om weer te ontwaken, om het licht te begroeten, om het leven te verwelkomen!

Diaken Ronald Heinen

Dag 57: Maandag 18 mei

Lezing van de dag: Joh. 15, 26- 16, 4a

We zijn in afwachting van de Geest die komt, die ons zal helpen om het goede te zien en te doen. Maar de leeringen worden ook gewaarschuwd dat het geen gemakkelijke weg zal worden. Ze worden vervolgd, uitgestoten, zelfs vermoord. Het woord dat wij vandaag horen is om ons kracht te geven om door die moeilijke tijden heen te gaan, niet om te berusten, maar om vol te houden, immers we leven vanuit de verwachting, vanuit de hoop op dat wat zal gebeuren, vanuit de hoop dat in de ochtend weer het licht zal doorbreken. Als we het tot ons laten doordringen, begrijpen we pas echt hoe bijzonder ons geloof is. We mogen met verwachting uitkijken naar de Geest die op ons zal neerdalen, die ons helpt om de goede weg te gaan, die ons laat zien wat goed is om te doen. Leven uit verwachting is dan ook iets heel anders dan alleen maar achterom kijken naar het verleden. Het is heel anders dan alleen maar stilstaan bij wat ooit wat en wat ooit goed was. Het is een leven naar de toekomst toe, het is een leven dat ons laat zien dat de dag van morgen altijd weer mooi kan en mag zijn. De lezingen spreken van hoop in de wetenschap dat leven niet gemakkelijk is, zelfs erg zwaar kan zijn, maar er is altijd hoop, er is altijd licht er is altijd een ochtend, een nieuwe dag.

Diaken Ronald Heinen

Dag 56: Zondag 17 mei

Lezing van de dag: Joh. 14: 15-21

“Ik zal u niet verweesd achterlaten”, zo beloofd Jezus aan zijn leerlingen, want het moment van afscheid is bijna aangebroken en wat zouden de leerlingen dan nog in handen hebben, wie konden ze nog vasthouden als Jezus niet meer in hun midden was? Maar ze zouden niet met lege handen achterblijven, de Geest zou over hen komen, maar nu nog niet. Verweesd, zo hebben mensen zich ook gevoeld en zo voelen ze zich nog bij deze coronapandemie. Veel van wat we dagelijks deden, kon of mocht niet meer. Contacten vielen weg. De straat, de gemeente en de stad, ze lagen er verweesd bij. Die stilte had zijn charme. De lente was mooi dit jaar. De blauwe luchten zijn schitterend en de vogels zijn nu voluit te horen als het verkeerslawaai er niet meer is. Maar we zijn toch heel sterk geconfronteerd met de broosheid van het bestaan, met het lijden en sterven van mensen. Een aantal zijn gestorven, zonder dat familieleden afscheid konden nemen.

Als christenen voelen we ons ook verweesd, doordat de lockdown het samen-vieren in de kerk niet toeliet. Natuurlijk, via de camera zijn we samen, maar dat is toch iets anders. Dat is niet hier in de kerk samenkomen, samen bidden, samen zingen, samen ter communie gaan, elkaar zien en spreken. Als je je zo verweesd voelt dan kan het zijn dat je denkt dat God ook afwezig is, ons achterlaat, maar in geen enkele situatie is God afwezig. Zelfs als we niet naar de kerk kunnen gaan, niet samen de eucharistie kunnen vieren, dan betekent dat toch niet dat God niet meer bij ons is, dat betekent toch niet dat we dan maar kunnen ophouden om Christen te zijn. Het kan toch ook zijn dat we nu de kans krijgen om de stilte te omarmen, om de tijd te nemen om te luisteren naar wat God tot ons te zeggen heeft in deze tijd van beproeving?

Verweesd, zo voelden de leerlingen van Jezus zich na Goede Vrijdag en op die eerste Stille Zaterdag. Deze heeft dit jaar lang geduurd. Deze was al begonnen op Witte Donderdag. Jezus wist dat zijn uur gekomen was en hij sprak hen over zijn afscheid. Hij geeft hun dit troostvol woord: “Ik zal u niet verweesd achterlaten.” Hij wijst hen op zijn verbondenheid met de Vader. Verbondenheid en solidariteit, die helpen ons om deze coronatijd te overleven. De zorg van mensen voor elkaar is een teken dat Jezus ons niet alleen laat. We moeten niet met heimwee denken aan de mooie en goede tijd dat Jezus met zijn apostelen samen was, noch denken dat alles toen gemakkelijk was. We moeten niet achterom kijken, maar ontdekken en inzien dat Jezus met ons blijft meegaan. Zijn gemeenschap leeft van het woord dat hij gesproken heeft en van de tekenen die hij meegedeeld heeft,

Ik zal u niet verweesd achterlaten Het is die belofte die we vast moeten houden. Het is die belofte die ons blijft dwingen om vooruit te kijken en niet achteruit. Om hoop vast te houden op de dag van morgen en niet om te blijven zitten bij de dag van gisteren.

Amen

Dag 55: Zaterdag 16 mei

Lezing van de dag: Joh. 15: 18-21

Het is geen opgewekte taal die we vandaag horen. Jezus spreekt zijn leeringen aan op wat er staat te gebeuren. Vervolging van christenen. We kennen allemaal de verhalen van de martelingen, het vermoorden van christenen uit die eerste jaren. Maar het is eigenlijk nooit gestopt. Door alle eeuwen heen zijn christenen vervolgd, veroordeeld, vermoord en helaas hebben ook christenen zich daaraan schuldig gemaakt. Maar ook in deze tijd is christen zijn geen vanzelfsprekendheid in vele landen. Vele christenen kunnen niet naar een kerk gaan om samen de eucharistie te vieren, vele christenen zijn op de vlucht geslagen uit Syrië en uit andere landen. Ze laten aan ons, hier in het westen, zien dat christen zijn geen vanzelfsprekendheid is. Sommige moeten er voor veel voor laten. En dan voel ik me wel eens beschaamd als mensen klagen dat de viering op zondag wat vroeg is, of juist weer te laat is. Als mensen klagen dat de afstand van hun huis naar de kerk wel erg groot is geworden. Ik moet dan weer denken aan een oude vrouw die ik elke week de communie kwam brengen, nu bijna 30 jaar geleden. Zij sprak over vroeger, toen zij als kind, op klompen naar de kerk ging, Meer dan een uur moest zij lopen van huis naar de kerk en hoe blij ze was dat er een nieuwe kerk werd gebouwd, veel dichterbij. Maar zei ze toen tegen mij, er komt weer een tijd dat mensen weer verder moeten reizen om naar de kerk te gaan, want zoals nu kan het niet blijven, maar met de auto zal dat toch niet zo'n probleem zijn?. En inderdaad, ruim 20 jaar later, toen zij al lang overleden was, werd de kerk bij haar huis ontrokken aan de eredienst. Zij sloot haar ogen niet voor de toekomst en kende het verleden, wat zij echter nooit heeft begrepen was waarom mensen zo moeilijk deden, als zij, als kind, ruim een uur moest lopen en een uur terug......

Diaken Ronald Heinen

Dag 54: Vrijdag 15 mei

Lezing van de dag: Joh. 15: 12-17

Het lijkt alsof we even blijven hangen in de lezingen rond Johannes 15. Het lijkt alsof de kerk ons dwingt in deze dagen om die tekst weer te lezen, gisteren, vandaag, morgen. Dat is niet omdat er anders geen teksten zouden zijn, het is, denk ik meer, omdat we anders er te snel overheen lezen. Want dat gebeurt maar al te gemakkelijk. De tekst komt, iemand vertelt een verhaal en voordat je het weet gaat de dag weer voorbij zonder dat je werkelijk gelezen, werkelijk geluisterd hebt. Terugkijkend weten we wel dat we iets gemist hebben, maar wat dat dan was....? De lezingen gaan over liefde en we weten allemaal dat die moeilijk te krijgen is, maar als we die eenmaal ontvangen hebben, dan vinden we dat allemaal heel normaal, vanzelfsprekend. En op het moment dat we dat vinden, slipt het als het ware door onze vingers heen. We houden het vast en tegelijk verliezen we het. Ik denk dat daarom de kerk de lezingen telkens weer laat klinken, liefde is immers niet vanzelfsprekend, het is niet iets wat je verdiend na een dag hard werken. Liefde is wat je krijgt, zonder mitsen en maren. Daarom is het zo kostbaar, daarom wil de kerk dat wij daar echt bij stil blijven staan, omdat die liefde ons gegeven wordt, niet om wat we hebben gepresteerd, maar om wie we zijn. Laten we daarom dankbaar zijn om dat grote geschenk van Gods liefde voor alle mensen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 53: Donderdag 14 mei

Lezing van de dag: Joh. 15: 9-17

Vandaag is het de laatste ijheilige die op de kalender staan, Bonifatius van Tarsus, ook een wrede marteldood gestorven. Maar sinds 1969 is zijn verering niet meer verplicht. Het komt onder de beste heiligen voor. Terugkijkend zijn sommige meer een legende dan een feitelijkheid en is hun leven moeilijk historisch vast te houden. Natuurlijk blijven de verhalen mooi en goed om vast te houden, maar de feitelijkheid laat ons vaak ook een andere werkelijkheid zien. Sommige mensen gooien dan maar alles weg, onder het gezegde "als een verhaal niet klopt, dan zullen alle verhalen wel niet kloppen!", maar ze vergeten dan vaak een belangrijke werkelijkheid. Deze verhalen zijn niet zomaar verhalen, ze laten vaak een onvoorwaardelijke liefde zien. Een liefde die mensen vasthouden, zelfs als ze moeten lijden, een liefde die er zelfs toe kan leiden dat mensen hun leven geven voor een ander, voor De Ander. Het is die liefde die spreekt en vanuit die liefde moeten we ook naar de verhalen blijven kijken van al die prachtige heiligen die op onze kalender staan. Vandaag horen we dat ook in het evangelie, de liefde staat boven alles en Jezus vraagt aan ons om die liefde vast te houden. Bijzonder is dat deze lezing wordt gebruikt bij huwelijksvieringen én bij uitvaarten, want bij beide gaat het om de liefde die je vast moet houden, in je huwelijk, maar ook als mensen wegvallen door overlijden. De liefde houdt ons vast, overstijgt de grenzen en geeft ons moed voor de dag van morgen. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 52: Woensdag 13 mei

Lezing van de dag: Joh. 15: 1-8

Vandaag vieren wij het feest van de H. Servatius. Voor elke Limburger, maar zeker voor hen die uit Maastricht komen een zeer bekende heilige. Bijzonder is altijd de processie met de relikwiën van de Servaas. De Noodkist werd in vroegere tijden door Maastricht gedragen om de stad te beschermen tegen onheil en kwaad. Onder andere is dat ook gebeurd tijdens de uitbraken van de pest. Maar ook in deze tijd is het mogelijk om bij de kist te bidden. Toen Corona uitbrak heeft men de noodkist weer naar de kerk gebracht en daar staat hij nu. Terugbrengen kan niet meer, omdat hij niet gedragen kan worden met 1.5 meter afstand. Eigenlijk is dat wel mooi, Servatius blijvend in ons midden om steun te vragen, om tot hem te bidden om ons te helpen om door deze crisis heen te komen. Zo zijn we door alle eeuwen en tijden met elkaar verbonden, met alle heiige en zalige mensen vóór ons. In onze kerk zijn we zo één grote gemeenschap die over de hele wereld verspreid is. Maar samen kan bidden om kracht en steun. "ik ben de wijnstok en gij de ranken", spreekt Jezus tot ons. We zijn ten diepste met elkaar verbonden en zonder de wijnstok zullen de ranken geen vrucht dragen. Het is goed om die verbondenheid te voelen en te beseffen, want alleen door die verbondenheid kunnen wij als gemeenschap verder gaan, ook door de moeilijkheden van het leven heen en mogen wij ook bidden: H. Servaas, bid voor ons.

Diaken Ronald Heinen

Dag 51: Dinsdag 12 mei

Lezing van de dag: Joh. 14: 27-31a

Vandaag viert de kerk het feest van de H. Pancratius, hij werd al op de jonge leeftijd van 14 jaar ter dood gebracht omdat hij het christelijk geloof niet wilde afzweren. Pancratius werd ook een van de ijsheiligen (11, 12, 13 en 14 mei), pas na deze dagen mag je het zomergoed gaan planten omdat immers de vorst nog steeds kan komen. We merken dat trouwens wel in deze dagen dat het nog erg koud kan worden. Maar Pancratius werd ook de patroonheilige van de eerste communicanten. En daar mogen we in deze weken ook bij stilstaan. Afgelopen zondag en komende zondag zouden weer kinderen hun eerste communie gaan doen. Het zou voor hen, de ouders, broertjes en zusjes een mooie dag worden, waarbij ze volop in het middeplunt mogen staan. Maar ook altijd een groot feest voor de kerk, immers we verwelkomen bij de eerste communie de kinderen aan de tafel van de Heer. Nu gaan de dagen stilletjes voorbij, geen groots feest, niet naar de kerk, geen eerste communie. We moeten wachten, zoals we zoveel feesten aan ons voorbij moeten laten gaan. Maar we mogen wel blijven hopen, immers de dag zal komen dat we weer samen zijn, dat we de kinderen in een feestelijk versierde kerk welkom mogen heten. Eigenlijk bevinden we ons een beetje in de zelfde positie als de leerlingen in deze tijd. Veel van wat was is er niet meer en de toekomst is onzeker. Ze mogen vertrouwen op Gods Geest die zal neerdalen en hun weer kracht zal geven. Maar het is een tijd van wachten, maar bovenal van trouw blijven, vasthoudend zijn in geloof en gebed.

Diaken Ronald Heinen

Dag 50: Maandag 11 mei

Lezing van de dag. Joh. 14: 21-26

50 keer een stukje schrijven, 50 keer stilstaan bij de lezing van de dag. Toen ik er mee begon, enige tijd nadat Corona was uigebroken, kon ik niet bedenken hoe lang het zou gaan duren. 50x, 100x 250x? We konden niet in de toekomst kijken, het was gewoon beginnen en maar zien wanneer en hoe het zou eindigen. Maar vandaag zijn we dan beland bij de 50ste keer. En vandaag lezen we in de lezing van vandaag van de liefde. Jezus spreekt vaak over die liefde, immers door de liefde kun je elkaar vasthouden, kun je de moeilijkste periodes in je leven doorstaan. Door de liefde is het te overwinnen. Maar het vraagt wel geduld van ons, liefde komt meestal niet op aanvraag, je kunt het niet bepalen wanneer die liefde moet komen. Liefde komt, overvalt je, overkomt je, en boven alles uit is het altijd een geschenk. Maar als het je gegeven is, dan weet je ook hoe kostbaar het eigenlijk is. Want door de liefde kun je veel meer dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Door de liefde ben je sterker dan je dacht, door de liefde kun je veel, veel meer overwinnen dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. Laten we dan ook voorzichtig omgaan met de liefde die ons gegeven wordt, ze koesteren, maar ook er aan blijven werken, er voor zorgen dat ze niet verloren gaat. Immers als we de liefde verliezen, verliezen we veel te veel. Daarom schrijven we gewoon door, blijven we gewoon stilstaan, blijven we gewoon de lezingen lezen. Ze worden ons gegeven om even stil te staan, na te denken, te overwegen, 50x, 100x, 250x, tijd is niet zo belangrjijk, maar de liefde wel.

Diaken Ronald Heinen

Dag 49: Zondag 10 mei.

Lezing van de dag: Joh. 14: 1-12

Soms herneemt de zondag een gedeelte van de lezingen van eerdere dagen door de week, zo ook nu. Dat schept natuurlijk wel enige verwarring als je elke dag bij de lezing wilt stilstaan en ook niet in herhaling wilt vallen. Gelukkig word ik vandaag gered door de eerste lezing: Hand. 6: 1-7. Hier wordt een bezondere gebeurtenis beschreven, de wijding van de eerste zeven diakens in de katholieke kerk. De apostelen konden het werk niet meer alleen aan en zochten een aantal mannen om hen bij te staan, met name voor de zorg van de weduwen. En zo vernemen we de namen van de eerste zeven diakens in onze kerk, waarvan de naam Stefanus de meest bekende is geworden. Op tweede kerstdag staan we altijd stil bij zijn martelaarsdood door steniging. Hij gaat de geschiedenis in als de eerste martelaar, een diaken! Als gewijde diaken bevind je jezelf zo in een zeer lange traditie van mannen en ook vrouwen die gewijd zijn als diaken of als diakones. Het ambt, als elk ambt in onze kerk heeft veel verandering ondergaan, maar sinds een zestig jaar heeft het de volle waarde weer gekregen zoals die er van het begin af aan geweest is. Met een eigen functie binnen de liturgie, het pastoraat en de diakonie. Het blijft altijd een bijzonder gevoel dat je in die hele lange traditie staat, maar in feite geldt dat voor ieder van ons. Vandaag zou er een feestelijke viering zijn in de kerk, Een aantal kinderen zouden vandaag hun eerste communie ontvangen. Ook zij zouden gaan staan in die lange traditie van mensen die samen naar het altaar gaan om het Heilig Brood te ontvangen. Door al die eeuwen heen hebben mensen dat volgehouden, samen komen, samen vieren en samen delen. Eeuwen van voorspoed, maar ook van vervolging. Eeuwen waar de kerk om de hoek staat en eeuwen waar je soms dagreizen van een kerk af was. Eeuwen waar een priester elke dag wel te vinden was en ook eeuwen waar hij soms maar eens langskwam om de paar maanden. Maar mensen hielden vol, hielden vast aan hun geloof. Staande in die lange traditie gaat ons dat ook lukken, want wij mogen staan op de schouders van hen die ons zijn voorgegaan.

Diaken Ronald Heinen

Dag 48: Zaterdag 9 mei

Lezing van de dag: Joh. 14: 7-14

Filippus wil graag God zien en dan zegt Jezus tegen hem, "je kent mij toch? Wie mij ziet, ziet de Vader!" In Jezus mogen wij God zien en herkennen, in wat Hij zegt, maar zeker in wat Hij doet. In alles is God te zien. Voor de leerlingen was dat blijkbaar niet zo vanzelfsprekend, anders had Filippus die vraag niet gesteld. Ze hadden een lange weg te gaan om echt tot dat besef te komen, dat God en Jezus één zijn. Ook in deze tijd na Pasen moet dat besef nog doordringen, daarom horen wij die teksten telkens weer. Het is immers nog geen Pinksteren, de Geest is nog niet neergedaald. Maar ook voor ons is het vaak moeilijk. Hoe vaak wordt de vraag niet gesteld of we een beeld van God hebben, over hoe God er uit ziet, over waarom God wel of niets doet. Zeker in tijden als deze komt die Godsvraag telkens weer naar boven. Dus ook aan ons wordt dan de vraag gesteld. of wij God niet kunnen zien door de woorden en de werken van Jezus! Vertrouwen, geduld, het wordt wel eens op de proef gesteld en de ene dag gaat dat beter dan de andere dag. Geloof en vertrouwen hebben is ook nooit elke dag hetzelfde. Miischien is daarom het ritme van gebed en lezen zo belangrijk, om ons vast te houden, om ons bij elkaar te houden. We kunnen dat thuis doen, nu we niet meer in de kerk kunnen samenkomen. Elke dag een stukje uit de bijbel lezen, geeft al dat ritme van de dag weer. Daarom ben ik ook met deze columns begonnen, voor u, maar zeker ook voor mijzelf. Het dwingt me elke dag weer om me te bezinnen, na te denken en onder woorden te brengen. Voor de kinderen is dit niet bedoeld, voor hen is dat niet zo eenvoudig, daarom hebben we nu een filmpje gemaakt met een bijbelverhaal voor de allerkleinsten, maar ik wil het u ook niet onthouden en wie weet kunt u het weer laten zien aan uw kinderen, uw kleinkinderen. Het gaat eenvoudig via de link: https://youtu.be/l4LpRaTSecc

Diaken Ronald Heinen

Dag 47: Vrijdag 8 mei

Lezing van de dag: Joh. 14: 1-6

Vandaag een lezing die waarschijnlijk wel erg bekend in de oren klinkt. Niet alleen in ons kerkelijk lezingenrooster, maar ook een lezing die vaak gebruikt wordt bij uitvaarten. Het geeft rust als we weten dat er een plek voor ons is, als we ergens thuis mogen komen, niet alleen in dit leven, maar ook in het leven hierna. De deur staat open en wij mogen binnenkomen. Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend totdat je merkt dat deuren voor je worden dichtgeslagen, Op die momenten als je niet welkom bent, als mensen jou niet willen zien. Het gebeurt nog steeds dat mensen voor elkaar deuren dichtslaan. Kinderen voor hun ouders, ouders voor hun kinderen, broers en zussen voor elkaar. Steeds weer blijkt dat te gebeuren en soms weten we de redenen niet eens meer, alleen dat de deuren dichtgeslagen zijn. Hoe mooi is het dan, dat we vandaag horen dat voor ons een plaats gereed is gemaakt, dat we welkom zijn, dat we mogen binnenkomen. En natuurlijk is de weg daarheen niet zo duidelijk op het eerste oog. Thomas vraagt daar ook naar en dan zegt Jezus, "Ik ben de weg, de waarheid en het leven!" Het is die weg die we moeten gaan. En hoe die weg dan precies zal gaan.........? Allereerst mogen we blij zijn dat er een weg is, de tweede vraag is, vertrouwen we elkaar en vertrouwen we de weg? En de derde vraag, wellicht nog belangrijker, vertrouwen we onszelf?

Diaken Ronald Heinen

Dag 46: Donderdag 7 mei

Lezing van de dag: Joh. 13: 16-20

Jezus zendt mensen er op uit, niet als mensen die boven andere mensen staan, maar vooral als dienaars. Een dienaar zoals Hijzelf heeft laten zien bij de voetwassing. Zo mogen alle christenen, ieder die gedoopt is, zich gezonden weten. Maar dat is dan ook meteen geen gemakkelijke opgave. Immers dienaar zijn betekent dat je jezelf niet op de eerste plaats zet. Dat je niet hoog van de toren waarheid loopt te verkondigen, maar allereerst moet leren om nederig te zijn, eerst luisteren en dan pas praten, eerst de ander en dan pas ik. En we weten allemaal dat dit niet zo eenvoudig is. In de supermarkten hebben we gezien hoe moeilijk dat was en nog steeds zo is. Laat je de laatste handzeep liggen of neem je die dan toch maar mee Pak je dat laatste doosje paracetamol, de laatste rol wc-papier.....? Natuurlijk weet je dat je dat niet moet doen, maar toch......we zijn vaak te zwak om aan de verleiding weerstand te bieden. Laten we daarom niet te snel oordelen, maar proberen om het goede voorbeeld te geven. Proberen om weerstand te bieden aan de verleiding. Proberen om inderdaad wat te laten liggen voor een ander, om de ander voorrang te geven, om ruimte te geven voor die ander. Laten we niet te snel roepen dat wij dit allemaal al lang aan het doen zijn, laten we allereerst proberen om het te doen en te blijven doen. Leerling zijn van Jezus is toch vooral blijven leren, met vallen en opstaan.

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 45: Woensdag 6 mei

Lezing van de dag: Joh. 12: 44-50

In de lezingen van Johannes die we in deze dagen horen, spreekt de innige verbondenheid tussen Jezus en God een grote rol. Ook vandaag zegt Jezus dat wanneer Hij spreekt, God spreekt en wie Hem ziet, ziet God. Zij zijn één. Het zijn prachtige en bemoedigende woorden die wij zo mogen horen, woorden van licht en van redding. Woorden die we nodig hebben, zeker als je in een tijd leeft waar het licht verdwenen is of moeilijk zichtbaar is. In deze dagen gedenken we de vrijheid die 75 jaar geleden kwam en we kijken uit naar meer vrijheid. Maar, en dat bijft ook telkens weer kllinken, er is altijd een maar.......Natuurlijk is dat nooit fijn om te horen. We willen liever gewoon vrij zijn, autonoom zijn, zelf kunnen beslissen over hoe en wat. Maar we leren dat dit niet zo maar kan en eigenlijk is dat ook nooit zo geweest. We leven in een gemeenschap en in een gemeenschap hebben we altijd zorg voor elkaar. Eigenlijk zouden we in deze tijd ook de eerste lezingen moeten meenemen uit het boek Handelingen. Ik hoop dat u die ook leest, immers ze geven een prachtig beeld van het begin van onze kerk. De moeilijkheden, de zorgen en vragen, maar vooral ook het diepe geloof van waaruit de leerlingen de wereld ingaan. Hun vertrouwen, hun geloof, hun standvastigheid mag ons in deze dagen kracht geven om ons te blijven inzetten voor elkaar, voor onze gemeenschap, voor onze God.

Diaken Ronald Heinen

Dag 44: Dinsdag 5 mei

Lezing van de dag: Joh. 10: 22-30

We volgen in deze dagen de lezingen uit Johannes die spreken over Jezus als de goede Herder en de schapen die zijn stem herkennen. Zij volgen Hem. Maar volgeling zijn van Jezus is niet zo simpel. Het is niet alleen bidden, goed doen en samen vieren. Jezus vraagt van ons inzet, vraagt om duidelijke stellingname als leven bedreigd wordt, als mensen ontmenselijkt worden. Hij vraagt zelfs van ons om jezelf niet op de eerste plaats te zetten, maar de ander die in nood is, zelfs als dat alles kan kosten. Gisteren, bij het herdenken, mogen we terugdenken aan de velen die gestorven zijn voor vrijheid, die hun leven in de waagschaal zetten om anderen onderdak te geven, voor de mensen die niet zwegen, maar neen durfden te zeggen. Vandaag mogen wij de vrijheid vieren. Maar we missen de grote massa's, de festivals, de volle terassen. Het is een vrijheid in grote rust die we vandaag vieren. Dat doen we, we weten het, om zorg te dragen voor de gezondheid van anderen. We doen het om de werkers in de gezondheidszorg niet te overbelasten. Em op momenten dat we ongeduldig worden, als we toch willen doen wat niet goed is, dan is het goed om weer naar de stem van Jezus te luisteren. Zet jezelf niet op de eerste plaats, maar denk allereerst aan de ander die in nood is, dan zet je weer een stap achteruit, dan zorg je voor ruimte voor een ander, dan denk je aan de gezondheid van die ander en inderdaad, dan heb je weer even geduld, dan heb je weer langer geduld, dan wacht je.

Diaken Ronald Heinen

Dag 43: Maandag 4 mei

Lezing van de dag: Joh. 10: 11-18

Vandaag staan we stil, maar ik denk dat de stilte vandaag nog veel voelbaarder en intenser is dan in andere jaren. Het is dit jaar ook de eerste keer in ruim 30 jaar dat ik thuis zal zijn. Altijd was ik ergens betrokken bij de dodenherdenking, altijd stonden we ergens stil bij een monument. Altijd even indrukwekkend, maar dit jaar zal ik thuis kijken naar de lege Dam. En als altijd  voel je de emoties opwellen. Natuurlijk, ik heb de oorlog niet meegemaakt, maar ben wel opgegroeid met de verhalen. Mijn ouders zijn getrouwd in 1943, mijn vader zat in het leger in de meidagen van 1940. En beide kanten van de families zijn verwikkeld geraakt in die oorlog. Er waren NSB'ers, neven van mijn vader hebben gevochten aan het oostfront en zijn daar omgekomen (zij waren statenloos en dus "mochten" zij in het duitse leger) en de familie van mijn moeder zat in het verzet. Mijn peetoom heeft de laatste maanden van de oorlog doorgebracht in het "Oranjehotel" in Den Haag. Zijn vrienden en kameraden in het verzet zijn gefussileerd. Al die verhalen maken deel uit van mijn familiegeschiedenis en al die verhalen komen weer in het bijzonder naar boven op 4 mei. Ik denk vandaag terug aan mijn peetoom, de last die hij altijd heeft meegedragen in zijn leven, ik denk aan de veteranen die ik heb mogen ontmoeten, ik denk aan al die mensen, jonge mannen en jonge vrouwen die gestorven zijn, ik denk en ik ben stil. Immers woorden zijn niet genoeg. En ik hoop dat ik in die stilte weer de vogels hoor zingen, het lied van de lente op 4 mei, de muziek van het leven. En ik besef, het leven is kostbaar, is heel fragiel, maar het is waard om er voor te vechten omdat we dat leven gekregen hebben uit Gods hand.

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 42: Zondag 3 mei

Lezing van de dag: Joh. 10: 1-10

"De schapen luisteren naar zijn stem. Hij roept zijn schapen bij hun naam." Vandaag, roepingenzondag, horen wij Johannes spreken over Jezus als de goede herder, als degene die zijn schapen leidt, de weg wijst, maar ook roept. Maar als Jezus roept, roept Hij niet de kudde, de hele groep, neen Hij roept ze bij hun naam. En dat doet je goed, dat er iemand is die jou roept bij jouw naam. Normaal vinden we dat vanzelfsprekend, het is gewoonweg fatsoenlijk om bij je naam geroepen te worden. Maar zo vanzelfsprekend is het helemaal niet. Velen worden niet gekend, worden niet genoemd, sterven naamloos. We denken aan al de vluchtelingen die ergens onderweg sterven en in een naamloos graf zijn geborgen. We denken aan daklozen en thuislozen aan wie voorbijgelopen wordt, zonder groet. Mensen zonder naam, dan wordt toch ook je mens-zijn van je afgenomen Als je alleen maar een nummer bent en alleen nog maar bij je nummer wordt geroepen, dan ontvalt je menselijkheid. Vandaag laat Jezus zien dat dit niet mag gebeuren, je naam is gekend, van ieder mens, elke naam is geschreven in de palm van Gods hand en daarom roept Jezus ook elk mens bij naam. Ook zij die naamloos sterven, zijn bij naam gekend bij onze God, Jezus laat niemand vallen, Hij roept ons bij name. Hoe belangrijk die naam is laten in deze tijd de verpleegkundigen en artsen zien op de IC. Compleet ingepakt om niet besmet te worden, hebben zij een stikker met hun naam op hun voorhoofd, op hun borst. Ook als je diep in coma ligt, is het belangrijk dat de mensen die jou verzorgen bij naam gekend zijn en ook jij, die diep in slaap bent, wordt met naam genoemd en gekend.

Diaken Ronald Heinen

Dag 41: zaterdag 2 mei

Lezing van de dag: Joh. 6: 60-69

Volgeling zijn van Jezus is niet zo gemakkelijk, vandaag lezen we dat velen van zijn leerligen zich terugtrokken en het gezelschap verlieten. Blijkbaar legt Jezus de lat wel hoog voor wie Hem willen volgen. Dat mag ons ook wel eens aan het denken zetten. Natuurlijk, de liefde staat boven alles en Jezus sluit geen mensen uit, Hij selecteert niet op voorhand. Maar als je Hem wilt volgen dan zit daar wel iets aan vast. Geloven is niet alleen ontvangen, maar het is ook geven. Delen wil niet zeggen dat wij dan van alles krijgen, maar delen betekent ook dat je iets van jezelf wilt en durft weg te geven. En als velen dan vertrekken uit zijn gezelschap wendt Jezus zich tot de twaalf en vraagt aan hen of zij ook soms willen weggaan? En dan komt Petrus met een prachtig antwoord: "Heer, naar wie zouden wij gaan?" Je ziet hem als het ware met grote ogen naar Jezus kijken bij zo'n vraag. Voor hem is het geen vraag, er is geen andere weg, er is geen andere mogelijkheid. Hier is er maar één, bij Petrus gaat het alleen om Jezus. Hij zou niet anders willen, niet anders kunnen. Hij toont hier dat onbevangen geloof. "We weten toch dat gij de heilige Gods bent!" Tot wie moeten wij anders gaan.......

Diaken Ronald Heinen

Dag 40: vrijdag 1 mei

Lezing van de dag: Joh. 6: 52-59

De veertigste dag, de laatste dag zouden we vanuit de traditie zeggen, maar het is niet de laatste dag, we moeten gewoon maar afwachten wanneer die komt, Maar vandaag sta ik niet stil bij de lezing, ik sta stil bij het feest van St. Jozef, Immers de dag van de arbeid, is ook de dag van St. Jozef. En Jozef speelt in mijn leven een grote rol. Mijn vader heet Jozef (Sjef), mijn moeder Jos (Josefa) en hun eerste zoon (niet ik) werd geboren op 19 maart en werd natuurlijk vermoemd naar Joseph, Joop. Van beide kanten kreeg ik die verering mee. Niet uitbundig, maar altijd ingetogen. Zo gingen we in de de St. Jan in DEn Bosch langs de Mariakapel waar vele honderden lichtjes branden naar de Jozef kapel ergens in een hoekje en daar staken wij dan een lichtje aan, meestal branden er twee of drie. Voor mij betekende dat altijd enerzijds dat Jozeph al snel vergeten werd en blijkbaar ook niet zo belangrijk was. Maar anderzijds  werd ik zo ook gevoed dat het mogelijk was om een andere weg te zoeken. Er zijn vele verhalen in onze familie over Josseph vertelt, mijn grootvader en grootmoeder aan moederszijde waren ook stevige vereerders van Jozeph, maar slechts een verhaal wil ik hier vertellen. Op een avond kregen mij ouders het bericht dat hun oudste zoon, Joop,(zelf geboren op 19 maart)  een zoon had gekregen, Maar het was niet goed, er werd zelfs gevreesd voor zijn leven. Mijn vader ging uit bed naar beneden en verbleef daar enige tijd. Hij was geen prater, maar op een bepaald moment kwam hij weer naar boven en zei tegen mijn moeder dat ze kon gaan slapen. Hij had met Joseph gesproken en alles zou goed komen. Mijn moeder heeft me dat later verteld, mijn vader zou dat nooit hebben gedaan, maar tot op de dag van vandaag koester ik dat verhaal. De man die ijsberend door de woonkamer gaat, diep in gesprek met Joseph en dan dat moment dat het besef komt, het is goed, het komt goed. Mijn vader heeft daar nooit over gesproken, maar dat geloof, dat vertrouwen, als het onheil op je pad komt, ik hoop  dat ik dat ook mag vinden bij Joseph. 

PS, mijn eerste zoon heet vanzeflsprekend natuurlijk ook Josef, onze Jop.

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 39: Donderdag 30 april

Lezing van de dag. Joh. 6: 44-51

"Ik ben het brood des levens", zo spreekt Jezus tot ons vandaag. Zo geeft Hij ons moed om verder te kijken dan ons eigen leven, verder dan het dagelijks brood op onze tafel. Het gaat om meer, het gaat om het voorbij deze dag, deze tijd. We mogen verder kijken dan deze dag, maar we mogen ook terugkijken. Immers leven is niet gebonden aan het heden. Het brood wordt ook wel Manna genoemd, het brood uit de hemel. Gisteren zag ik weer de beelden van 1945, de vliegtuigen die het witte brood dropten ten behoeve van de mensen in Zuid- en Noord Holland die nog niet bevrijd waren en gebukt gingen onder een zware hongersnood. Voor hen moet het een wonderlijke beleving zijn geweest. Het brood dat uit de hemel valt en hun voedsel geeft in die moeilijke tijd. De operatie werd dan ook operatie Manna genoemd. Het was het voedsel om te overleven. Maar ik denk dat het voor de mensen nog meer was dan de onmiddellijke bevrediging van dat vreselijke hongergevoel. Met dit brood kregen ze ook hoop dat de vrijheid zou komen, dat de oorlog binnenkort voorbij zou zijn. Het brood gaf hun ook kracht voor die laatste dagen. Natuurlijk is dat niet hetzelfde als het brood wat wij in de kerk mogen delen, dat is brood voor ons eeuwig leven, maar de hoop en de verwachting spelen bij beide een rol van betekenis. Mogen wij ook in deze dagen vanuit die hoop en verwachting blijven leven.

Diaken Ronald Heinen

Dag 38: Woensdag 29 april

Lezing van de dag. Mt. 11: 25-30 ]

De lezing van vandaag heeft alles te maken met de feestdag van de heilige Catharina van Siënna, maar het is ook een lezing die vaak gebruikt wordt bij een uitvaart. De tekst past bij een overlijden van een mens op hoge leeftijd die na een ziekbed eindelijk verlost wordt en mag overgaan naar het eeuwig leven. Het zijn dan ook mooie woorden die gesproken worden. "Komt allen tot Mij die onder lasten gebukt gaan en Ik zal u rust en verlichting geven" Het is wat je mensen soms mag gunnen, niet langer strijden, niet langer lijden, maar rust, de rust van de dood, de zachte dood. Dan klinken vaak de woorden "het is goed zo", de mensen die achterblijven hebben er vrede mee. Immers langer leven zou alleen langer lijden zijn en dat willen we voor geen mens. Natuurlijk weten we dat velen dat niet gegeven is, de hoge leeftijd, de zachte dood. Lijden, pijn, soms moeten mensen het al op jonge leeftijd doormaken. Ook Catharina stierf al op jonge leeftijd, 40 jaren jong. Maar al haar jaren heeft zij voluit geleefd, zich ingezet voor de kerk, maar vooral ook voor de mensen die haar nodig hadden, de zieken, de gevangenen. Zij bood hulp waar nodig was. Het zijn de mensen die ons tot voorbeeld zijn. 

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 37: Dinsdag 28 april

Lezing van de dag: Joh. 6: 30-35

Blijf geloven, zo spreekt Jezus eigenlijk tot ons vandaag. Blijf geloven in Mij, want wie tot Mij komt zal geen honger meer krijgen en wie in Mij gelooft zal geen dorst meer krijgen! Het zijn woorden die telkens weer klinken in deze paastijd. Het is als in de eerste dagen van verliefd zijn. Alles is mooi, de zon schijnt beter dan ooit te voren, alles ruikt beter, alles klinkt beter en alle muziek die je hoort gaat over liefde. Natuurlijk weten we dat na die eerste dagen,weken,maanden er weer de werkelijkheid van alledag komt. Dat is in de liefde en voor velen ook in het geloven. Het moment waarop je realiseert, "God is er voor mij!", is een dierbaar moment en de tijd er na loop je als het ware over de wolken. Maar je moet ook weer terugkomen, neerdalen in de harde werkelijkheid. Je kunt dat gevoel niet altijd blijven vasthouden en dan komt het er op aan. Kun je de liefde vasthouden door de moeilijke momenten heen? Kun je de liefde vasthouden door alle dagen heen? We weten allemaal dat dit niet makkelijk is. Maar we weten ook dat hoe beter ons dat lukt hoe dieper ons geloof wordt, hoe dieper de liefde wordt. In deze dagen wordt aan ons gevraagd om ook vol te houden. Om niet te snel vooruit te grijpen, om niet te snel te veel te willen. Maar ook hier geldt, hoe beter wij kunnen volhouden, hoe beter het is, hoe beter het zal worden. En ook hier wordt dan weer de vraag gesteld, kunnen we dat doen? Als het dan niet voor onszelf is, dan toch zeker voor degene die ons lief zijn!

Diaken Ronald Heinen

Dag 36: Maandag 27 april

Lezing van de dag: Joh. 6: 22-29

Jezus antwoordt op de vraag van de mensen welke werken zij voor God moeten verrichten met de uitspraak: te geloven in Degene die God gezonden heeft. Naast alle werken die we kunnen (en moeten) doen is ons geloof het werk wat we in ieder geval vast moeten houden. Natuurlijk beamen we dat, maar tegelijk beseffen we ons ook vaak dat geloven helemaal niet zo vanzelfsprekend is. Zeker als je door het leven op de proef wordt gesteld is het niet eenvoudig om dat geloof vast te houden. In deze tijd zal menigeen zich afvragen waar dit toch allemaal vandaan komt, of dit een straf van God is voor alle fouten die begaan zijn? Of dat God een bepaald doel voor ogen heeft? Sommige zullen hun geloof verliezen als de ziekte op hun weg komt. Soms ook met de klacht dat ze het niet verdienen, Als pastor is het dan vaak moeilijk om de goede woorden te vinden die mensen in die situatie kunnen horen en begrijpen. Ik hou me soms dan vast aan het boekje van Kushner: Als kwaad goede mensen treft. Hierin schrijft hij dat soms geen woorden te vinden zijn, alleen maar nabijheid en medeleven, soms spreekt de stilte dan betere woorden dan alles wat je wilt zeggen. Dat medeleven hebben veel mensen, hebben wij, hard nodig, Laten we dan ook ons geloof vasthouden in een God die met ons mee-leeft. Maar het zijn vandaag niet alleen zware woorden van geloof en vertrouwen, het is vandaag ook een dag om de vlag uit te hangen en gelukkig zie ik in onze straat vele vlaggen hangen. Koningsdag, een heel andere dag dan andere jaren, maar altijd wel een dag om de vlag uit te steken! 

Diaken Ronald Heinen

Dag 35: Zondag 26 april

Lezing van de dag: Lc. 24: 13-35

Twee leerlingen van Jezus gaan van Jeruzalem, toch eigenlijk de plaats waar je moet zijn, naar dat kleine onooglijke dorpje Emmaus.  Emmaus lag in een laaggelegen dal op een twaalftal kilometer van Jeruzalem. Eén van beide leerlingen wordt met name vernoemd, hij heette Kleopas. Vermoedelijk is de andere leerling een vrouw, omdat haar naam niet genoemd wordt en in deze tijd werd dat helaas vaker gedaan. Kleopas en zijn gezellin waren op de vlucht voor het Sanhedrin en voor de Romeinen; maar vooral ook voor zichzelf en voor hun eigen gevoelens van wanhoop. Hun hele leven is ingestort, alles waar zij in hadden geloofd, waarvoor ze hadden gewerkt, waar hun hoop op was gestoeld voor de toekomst, alles was in een klap weggevaagd door de kruisdood van Jezus.Ze spraken onderweg natuurlijk wel met elkaar, maar door hun wanhoop en hun pessimisme geraakten ze altijd maar verder in de put.

Beste mensen, het is zo herkenbaar en waarschijnlijk hebben wij het in meerdere of mindere mate allemaal wel meegemaakt, dat vreselijke gevoel van wanhopige leegte en totale verlatenheid dat je soms kan overvallen als een geliefd iemand sterft, bij het verlies van baan of bij een faillissement. Het uitzichtloze van de situatie dringt zich op. Je zit in een diepe enge put en geen enkele lichtstraal van hoop dringt dan nog door.En dan gebeurd dat onverwachte, de onbekende die meeloopt en tot dan toe het gesprek heeft gevolgd. Blijkbaar hebben ze in het begin nog helemaal niet opgemerkt dat er iemand meeliep, zo diep verzonken waren ze in hun verdriet.Na enige tijd spreekt de vreemdeling hen aan en vraagt: ‘Waar hebben jullie het eigenlijk over?’ Hij mengt zich in hun gesprek, maar het lijkt wel dat Hij de enige is die niet weet wat er in Jeruzalem gebeurd is. Voor de leerlingen is het een raadsel dat er iemand zou kunnen zijn die van die gebeurtenissen niet zou weten en er niet door zou zijn geraakt.

Dat haalt hen even uit hun ellende en struikelend over hun eigen woorden gooien ze er alles uit: de hele geschiedenis, met hun hoop en hun teleurstelling.De man luistert aandachtig en als hij het hele verhaal heeft gehoord vertelt hij hun uit de schrift. Hij zet hun verhaal over Jezus, diens leven en diens lijden, in het licht van de Thora. Heel het verhaal, van Galilea tot Jeruzalem wordt voor hun ogen als het ware afgespeeld, met inbegrip van de verwachtingen en de ontgoocheling. Hij vertelt hen dat Jezus de weg ging van de profeet die niet terugdeinst voor zijn opdracht. Alleen op die manier kon Jezus een weg ten leven voor ons allen banen. Het kruis is geen nederlaag. De heerlijkheid van de Messias is onverbrekelijk verbonden met zijn lijden en dood. Die woorden doen hen goed. De vreemdeling is een metgezel, ja zelfs een gids geworden.Hij wijst hen de weg binnen in hun vastgelopen verhaal. Hij toont hen aan dat de Messias uit de schriften niet de triomferende en krachtige overwinnaar wil zijn. Geen koning met macht en majesteit. De schriften zijn gericht op het sterven en verrijzen van de messias.

En dan gaan hun ogen open als het brood gebroken wordt. Het breken van het brood is voldoende voor hun geloof. Zo zijn de Emmaüsgangers vandaag ook een voorbeeld voor ons, mag ook voor ons het breken van het brood voldoende zijn voor ons geloof nu wij hier niet samen kunnen komen en laten ook wij de vreugde van de boodschap die Pasen in zich draagt meenemen in ons leven om ons te dragen op de momenten als het leven zwaar is geworden.

Amen

Dag 34: Zaterdag 25 april

Lezing van de dag: Mc. 16: 15-20

Op deze dag vieren wij het feest van de H. Marcus, de evangelist. Hij ligt begraven in Venetië in de San Marco en overal in de stad kom je afbeeldingen tegen van de leeuw, het beeld van de H. Marcus. Die leeuw staat voor de moed en de trouw die Marcus in zijn leven heeft laten zien, vooral toen hij het evangelie verkondigde aan de mensen. Zo horen we vandaag ook in zijn evangelie, hoe wij en hijzelf dus ook, geroepen worden om het evangelie te verkondigen, Om uit te gaan over de wereld om op alle plaatsen te getuigen van Jezus. In zijn voetspoor, met het evangelie van Marcus in de hand, hebben vele mannen en vrouwen het geloof gebracht onder de mensen, Hebben van Jezus getuigt en hebben geprobeerd om goed te doen voor mens en wereld. Natuurlijk is dat lang niet altijd gelukt. Er zijn vele schrijnende verhalen hoe het evangelie, de goede boodschap, verkeerd gebruikt is. Maar gelukkig zijn er ook de vele goede verhalen. Vanuit hun geloof begaven mensen zich onder de zieken, de melaatsen. Ze probeerden te zorgen en te verplegen. Velen zijn gestorven terwijl zij de zieken verzorgden. Werden zelf melaats, zoals Peerke Donders, of stierven aan een tropische ziekte ver van huis. Maar allen gingen omdat zij vanuit hun geloof zich geroepen wisten. Een roeping om te zorgen komt gelukkig niet alleen voor bij mensen die dat vanuit hun geloof doen. We zien dat in deze weken, jonge vrouwen en mannen, werkend in de verpleging, maar zeker ook in de schoonmaak. Ze maken lange uren in zware omstandigheden, ze verdienen al het respect en gisteren hoorde ik dat ze eigenlijk allemaal volgend jaar een lintje moeten krijgen. Voor mij zijn ze al geridderd door hun moed en inzet en ik hoop dat ze het verdiende respect in deze tijd nooit meer verliezen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 33: Vrijdag 24 april

Lezing van de dag: Joh. 6: 1-15

Vandaag horen we dat mooie en bekende verhaal van de broodvermenigvuldiging. Toch opmerkelijk hoe je dit verhaal in deze dagen door een andere bril gaat lezen. Allereerst lezen we dat een grote menigte, duizenden, Jezus volgden. Ik denk niet dat hier de regel van vandaag om afstand te houden van toepassing is. Die grote menigte wilde Hem horen, Hem zien, Hem aanraken. Ze zullen ongetwijfeld dicht op elkaar gaan staan om Jezus te horen spreken. En dan volgt dat prachtige verhaal van de broodvermenigvuldiging, van de jongen met de vijf broden en de twee vissen. Dit verhaal is door alle eeuwen heen vereeuwigd in vele afbeeeldingen, tot in de oudste kerken toe. Niet voor niets, want het spreekt ons allen aan. De menigte, het delen, het wonder. Maar in deze dagen valt dan ook weer mijjn oog op de laatste zin: "Hij trok zich weer in het gebergte terug, Geheel alleen." Jezus wilde in isolatie. Hij vluchtte weg van de drukte en zocht de stilte op. De stilte die we nu zien, op de wegen, in de bussen en treinen, in de straten. Stilte kan onheilspellend zijn, immers we zijn gewend aan de drukte, aan de grote menigte. Maar stilte kan ook weldadig zijn. In de stilte kom je tot jezelf, ontmoet je jezelf, besef je wat werkelijk belangrijk is. De stilte is een uitdaging, soms een beproeving, maar altijd een mogelijkheid. Als het dan moet, laten we dan maar de stilte omarmen, hem op ons toelaten en zien wat er gebeurd, wat ons overkomt. Immers, de stilte kan weldadig zijn.

Diaken Ronald Heinen

Dag 32: Donderdag 23 april

Lezing van de dag: Joh. 3: 31-36

"Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven!" Zo spreekt Jezus tot Nicodemus en zo komen de woorden ook vandaag tot ons. Als je trouw bent in je geloof, vol van overtuiging kunt leven, dan hoef je niet meer bang te zijn voor welke dreiging, voor welke dood dan ook. Het zijn mooie woorden, krachtig, maar we beseffen vaak dat het niet altijd eenvoudig is om die angst voor de dood te overwinnen. Sint Joris, wiens feest we vandaag gedenken leefde vanuit dat geloof en durfde het dan ook op te nemen tegen de draak die al zovele offers had gevraagd en zoveel mensen in angst liet leven. Het verhaal van St. Joris wordt traditioneel altijd verteld in de scoutinggroepen. Het is hun feestdag en oorspronkelijk hoort het natuurlijk dan ook op deze dag gevierd te worden, Eerst door in de ochtend bij elkaar te komen en later weer op de dag rond het kampvuur. Waarbij op het einde de rode tulpen in het vuur gegooid worden. En natuurlijk mag het heldhaftige verhaal van St. Joris op deze dag dan ook niet ontbreken. Maar helaas mag ook de scouting op deze dag of in het komend weekend nog geen bijeenkomsten organiseren. Gelukkig zijn er bij vele groepen wel digitale bijeenkomsten. Laten we in ieder geval hopen dat zij op deze dag wel het verhaal van St. Joris horen. Want heldhaftige mensen hebben we nodig! in deze tijd om de draak van Corona te verslaan!

Diaken Ronald Heinen

Dag 31: Woensdag 22 april

Lezing van de dag: Joh. 3: 16-21

We volgen het gesprek tussen Jezus en Nicodemus en vandaag spreekt Jezus over het Licht wat in de wereld is gekomen en dat de mensen die in de waarheid zijn naar het Licht toekomen. Prachtig hoe Hij het geloof van mensen verwoordt en ons laat zien dat er Licht is in de wereld, Licht wat de duisternis doorbreekt. Het deed me even denken aan de uitspraak die we soms wel bezigen in de vraag "of je het licht al hebt gezien...." Meestal wordt het gezegd tegen iemand die iets niet snapt, niet begrijpt of niet wil begrijpen. Maar als een situatie heel erg moeilijk is, als je eigenlijk van elke weg die je kunt kiezen niet weet hoe het verder gaat, dan wil je heel graag een lichtpuntje zien, al is het nog maar heel klein. Maar als het licht niet te zien is aan het einde van de weg, en je moet kiezen, dan is altijd de vraag in wiens belang? Voor wie wil je de keuze maken, wie staat voorop? En wie moet even wachten? En natuurlijk is het makkelijk om dan als buitenstaander kritiek te hebben of het beter te weten, maar we mogen onszelf natuurlijk altijd wel die vraag stellen. Als ik voor de keuze sta, voor wie kies ik dan? Sta ikzelf voorop, staat mijn naaste voorop en wie zijn mijn naasten eigenlijk? Een keuze roept vele vragen op en waarheid is niet eenvoudig te vinden. Maar zoals altijd blijf dan wel vertrouwen houden, blijf hoop houden en laat in de keuze Gods liefde doorklinken. Dan nog kan het fout gaan, maar dan doen we het wel vanuit goede bedoelingen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 30: Dinsdag 21 april

Lezing van de dag: Joh. 3: 7-15

Eigenlijk weten we niets, we weten niet waar het vandaan komt, we weten niet waar we naar toe gaan. Hoe toepasselijk zijn die woorden vandaag! Inderdaad we weten niets, of in ieder geval, we weten veel te weinig. Veel mensen zijn in afwachting van wat staat te gebeuren. Mogen we open? Mogen we naar het café, het restaurant? Gaan we sporten, voetballen? Mogen de kinderen weer naar school, Kunnen we weer de bus nemen, de trein, gaan we naar ons werk? Hoeveel vragen zijn er eigenlijk? En laten we eerlijk zijn, hoeveel antwoorden zijn er eigenlijk? En wie weet al die antwoorden op al die vragen? Jezus zegt vandaag tegen Nicodemus, je weet niet waar het allemaal vandaan komt en waar het heen gaat.... Beste mensen, elk jaar horen we die woorden en laten we ze rustig over ons heenkomen, maar dit jaar klinken alle woorden anders, omdat onze situatie zo anders is. Inderdaad we weten het niet en het is niet gemakkelijk om dat toe te geven. Maar als we eerlijk zijn, we weten het niet. We weten niet wat besluiten ons brengen. We weten niet hoe het verder gaat. We weten niet of we ziek worden of gezond blijven. We weten eigenlijk ook helemaal niet wat we eigenlijk moeten doen. We weten het niet. Maar dat maakt ons onrustig, bang, ongerust, onzeker, immers we willen zo graag weten, we willen zekerheid, duidelijkheid. Maar we blijven in onzekerheid. En dan vraagt Jezus ons om vertrouwen, om hoop, om geloof. Nu klinkt die vraag dan ook heel anders. Vertrouwen wij in de toekomst, hopen wij dat het goede zal komen, geloven wij dat het goed zal komen, voor ons, voor al degenen die ons lief zijn, voor alle mensen? Laten we dan in ieder geval hoop, geloof en vertrouwen vasthouden, voor vandaag en voor morgen. Morgen kijken we weer verder.

Diaken Ronald Heinen

Dag 29: Maandag 20 april

Lezing van de dag: Joh. 3: 1-8

De wind blaast waarheen hij wil. Johannes maakt ons duidelijk dat we soms maar moeten afwachten waar de wind, waar de Geest vandaan komt. We kunnen niet alles plannen, we moeten vertrouwen hebben in God, in wat gaat gebeuren en hoe het verder gaat. Natuurlijk is dat vanzelfsprekend, maar niet zo gemakkelijk, We willen graag alles in eigen hand houden, zelf onze toekomst plannen, zelf in het beheer zijn wat we gaan doen, hoe we het gaan doen. Maar die controle is niet mogelijk zegt Johannes. Niet alles is in de hand te houden, niet alles kunnen we vooraf plannen. Het zijn woorden die in deze dagen een bijzondere lading krijgen. We zijn allemaal in afwachting op de maatregelen die gaan komen, die we morgen mogen horen. En iedereen zal al zijn of haar verwachtingen hebben. Mogen de kinderen weer naar school, mag ik weer naar het werk, kunnen we de trein weer nemen? En nog zoveel andere vragen......Maar we mogen ons allereerst afvragen om wie het nu werkelijk gaat, gaat het om mij of gaat het om de ander? Ik denk dat dit de belangrijkste vraag is waarvoor we staan. In hoeverre moet ik alles zelf willen, alles zelf bepalen, alles zelf willen regelen? Of moet ik eerst gaan nadenken wat mijn gedrag voor de ander betekent? Hoe kan ik er voor zorgen dat de ander veilig en gezond blijft? Het zijn moeilijke keuzes waarvoor de regering staat. Mogen we dan maar allereest vragen om Gods raad, om Gods leiding, om Gods Geest? En onszelf even op de tweede of derde plaats stellen?

Diaken Ronald Heinen

Dag 28: Beloken Pasen, zondag 19 april

Lezing van de dag, Joh. 20: 19-31

We noemen het evangelieverhaal van vandaag ook wel eens het verhaal van de ongelovige Thomas, maar dan doen we Thomas toch echt geen recht. Is het zo vreemd om niet meteen af te gaan op wat je verteld wordt? Is het zo vreemd dat Thomas het eerst eens zelf wilde zien, voordat hij tot geloof zou komen? En zo gebeurde ook een week later, ook toen verscheen Jezus weer aan de leerlingen, ook toen waren zijn eerste woorden: "Vrede zij u". Maar toen hoefde Thomas ook helemaal niet meer te voelen, het zien was voldoende en hij sprak zijn geloof uit: "Mijn Heer en mijn God!". Thomas was een diepgelovige leerling die meteen ook wist, in Jezus is God aanwezig. Hoe gelovig kun je zijn! Maar door de geschiedenis heen is hij toch altijd de ongelovige Thomas genoemd, Soms krijg je een naam mee, die niet terecht is, maar die je wel je hele leven met je mee moet dragen. Hoe anders is Jezus naar de mensen toe. Hij liet telkens weer zien dat er bij Hem geen verwijten zijn naar het verleden, Hij geloofde als geen ander in de mogelijkheid tot verandering, tot inkeer én tot bekering. In die zin moeten wij als mensen toch nog heel veel leren. Vertrouwen hebben dat mensen kunnen veranderen, dat mensen tot inkeer kunnen komen en zich bekeren tot het goede. Vanmorgen was er een oecumenische viering bij gelegenheid van de bevrijding van de Veluwezoom, nu 75 jaar geleden. Er werd een filmpje getoond van een britse veteraan die vertelde over een stervende duitse soldaat. Prachtig hoe liet zien dat mensen, ondanks die bittere strijd, toch nog altijd de mens in de ander kunnen blijven zien. Dat hij dat 75 jaar geleden al deed, gaf hoop voor de toekomst en wij zijn die toekomst geworden. Aan ons is het nu om datzelfde te blijven doen, opdat over 75 jaar, als teruggekeken wordt op deze tijd, er ook woorden gesproken kunnen worden van medemenselijkheid die nu getoond wordt.

Diaken Ronald Heinen

Dag 27: zaterdag 18 april

Lezing van de dag: Mc. 16: 9-15

Vandaag lezen we uit het evangelie van Marcus. Waar de andere evangelisten nog uitgebreide verhalen vertellen over de verschijningen van Jezus aan de vrouwen en de leerlngen, houdt Marcus het zeer kort. In slechts enkele zinnen wordt verteld hoe het na Pasen verder is gegaan en de lezing eindigt vandaag met de oproep om uit te gaan over de wereld en het evangelie te verkondigen aan heel de schepping. Dat laatste is iets om even bij stil te staan. Blijkbaar is het voor Marcus niet genoeg om de goede boodschap alleen aan de mensen te vertellen. Het evangelie is blijkbaar dan ook niet alleen bedoeld voor de mensen, maar voor heel de schepping! De hele schepping deelt in de goede boodschap. Wanneer we ons dat realiseren dan kunnen wij mens, dier en natuur niet zonder elkaar zien. We maken deel uit van de schepping en dan is het natuurlijk ook volkomen logisch dat het evangelie voor de hele schepping bedoeld is. Wij kunnen niet zonder de dieren, de planten, de lucht die wij inademen. We zijn allemaal met elkaar verbonden, zelfs met de allerkleinste levensvormen, een bacterie, een virus, het is allemaal een deel van de schepping. Soms staan we daar niet bij stil, voelen we ons als mens op een eenzame hoogte staan, hoog verheven boven alles wat leeft en groeit. Dat dit verkeerd gaat zien we in de vernietiging van de natuur, zien we in de verandering van het klimaat. Maar we merken ook dat wij niet zo onaantastbaar zijn. Een klein virusje zet de hele wereld stil, zorgt voor afstand, voor ziekte en dood. Maar alles is een deel van het geheel en zo leren wij ook in deze tijd, dat ook wij, mensen, deel zijn van het geheel, even kwetsbaar als al het andere. Misschien een goede tijd om tot bezinning te komen en onze eigen kwetsbaarheid in alle nederigheid te bezien.

Diaken Ronald Heinen

Dag 26: vrijdag 17 april

Lezing van de dag: Joh. 21: 1-14

Alle lezingen in deze week vallen onder het octaaf van Pasen, wat betekent dat het voluit feest is. Pasen vieren we ook niet op één dag, het is één groot feest waarbij het hoogtepunt natuurlijk ligt met Pasen, maar de eerste week nog voluit gevierd mag worden, acht dagen lang tot aan komende zondag, beloken Pasen. En dus horen wij verhalen over de verschijningen van Jezus aan de leerlingen. Bijzonder is het dat de leerlingen weer terug zijn gegaan, eigenlijk hebben ze hun oude vak, van visser, weer op zich genomen. Het besef van de verrijzenis is nog niet helemaal doorgedrongen. Ze weten nog niet wat ze nu eigenlijk moeten gaan doen. Blijven vissen? Of wordt er iets anders van hen gevraagd. Dat besef van hun roeping zal nog wel komen, maar in deze tijd mogen zij Jezus ontmoeten in hun leven. Het zijn nooit gewone ontmoetingen, dat kan natuurlijk ook niet. We lezen hoe verheugd ze zijn, maar er is ook angst. Onzekerheid, nog geen volledig begrip. De vangst vandaag is groot, erg groot, ze kunnen de netten niet tillen, dus slepen ze het maar en toch scheurt het niet. Alles wat gevangen wordt blijft heel, gaat niet verloren. Het zijn dan ook hoopvolle teksten die we horen. Natuurlijk is er angst en onzekerheid, maar er is boven alles uit een vast vertrouwen dat het goed komt, dat niets verloren gaat, dat we allemaal uiteindelijk weer bij de Heer mogen aanschuiven om samen de kunnen eten en delen. Dat diepe vertrouwen geeft ook ons in deze tijd hoop op de tijd die mag aanbreken. 

Diaken Ronald Heinen

Dag 25: Donderdag 16 april

Lezing van de dag: Lc. 24: 35-53

Vrede zij u! Met die woorden ontmoet Jezus zijn leerlingen. Het is zijn wens dat er vrede mag zijn onder de leerlingen. Een prachtige groet die telkens weer als eerste door Jezus wordt uitgesproken. Vrede zij u! Hoe mooi zou het zijn als ook wij, als mensen, die groet zouden uitspreken als we elkaar zouden ontmoeten. Geen halfslachtige begroeting en zeker geen verwijten als we elkaar tegenkomen. Niet: "laten we maar meteen beginnen want tijd is kostbaar....." Neen, als eerste wens je elkaar de vrede toe. Hoe anders zouden we dan met elkaar omgaan, hoe anders zouden ons voelen als we met vrede begroet worden. Als je er aan denkt, dan komt er een blij gevoel over je. Jij, je mag er zijn. Ik zie jou zoals je bent. In vrede mag je er zijn. Hoe heerlijk is dat eigenlijk wel niet? Vandaag, 16 april, viert de Veluwezoom dat zij 75 jaar geleden bevrijd werden. Eindelijk die vrede, waar al zo lang naar uitgekeken werd. Na al die jaren mochten mensen de rood-wit-blauwe vlag weer uithangen, mochten zij samen het Wilhelmus weer zingen. Konden zij zich vrij bewegen en weer denken aan de toekomst. Geen angst voor deportatie, voor verraad, voor oorlogsgeweld. Eindelijk waren zij vrij. Het zou in deze dagen een mooi feest zijn, samen met elkaar en het kan nog steeds een feest zijn, maar dan wel met wat afstand tot elkaar. Maar wel in vrede, in Gods vrede. Komende zondag vieren we dat als kerken, waar ook de burgemeester een woordje zal spreken. Zo staan we toch stil bij dat moment. Vrede!

Diaken Ronald Heinen

Dag 24: woensdag 15 april

lezing van de dag: Lucas 24: 1-35

Vandaag horen wij dat schitterende verhaal van de Emmausgangers. En de naam Emmaus is ook verbonden aan twee bijzondere plekken in onze parochie, de Emmauskerk in Dieren en de Emmauskapel in Arnhem Zuid. Zij verwijzen beiden naar het prachtige verhaal over de leeringen die zwaar teleurgesteld op weg waren naar huis. Om daar op hun weg Jezus te ontmoeten en te herkennen in het breken van het brood. Mooi hoe in dit verhaal ook het breken van het brood direct verbonden is het de uitleg van de Schrift. Dienst van woord en dienst van de tafel worden in dit evangelie heel nauw met elkaar verbonden, ze kunnen ook niet zonder elkaar. En dat zien we elke keer weer terug in de eucharistie. In deze tijd is besloten dat alleen de priester, de celebrant, ter communie gaat. Een verstandig besluit en pastoor Tuan geeft telkens weer aan dat wij dan wel niet fysiek ter communie kunnen gaan, maar wel geestelijk. In geest zijn we zo met elkaar en met het lichaam van Christus verbonden. Het is een bijzondere gewaarwording. immers ter communie gaan, maakt zo'n wezenlijk deel uit van het deelnemen aan de eucharistie. En nu mag ik dan wel deelnemen in de kerk, maar kan, net als u, niet ter communie gaan. Ik weet natuurlijk niet hoe u dat ondergaat in deze dagen, maar ik merk bij mijzelf wel dat dit een bijzondere, soms ook verdrietige, maar boven alles een intense ervaring is. Een ervaring van verbondenheid op een heel andere wijze. En natuurlijk vraag ik me dan af, hoe zal het zijn, als het weer mogelijk is? Deze week week mocht ik aan een vrouw het viaticum brengen, zij is stervende in volle wetenschap dat haar leven ten einde loopt. Voor het laatst ontmoetten wij elkaar en voor het laatst mocht zij nu ter communie gaan. Het zijn bijzondere momenten die we meemaken, maar door al die momenten heen is er dat diepe vertrouwen van de Emmausgangers, de dood heeft niet het laatste woord, het gebroken brood, het woord dat gesproken wordt, zij laten zien dat leven sterker is.

Diaken Ronald Heinen

 

Dag 23: Dinsdag 14 april

Leziing van de dag: Joh: 20: 11-18

Ook vandaag verblijven we bij Maria Magdalena en we horen hoe diep het verdriet is nu zij denkt dat mensen Jezus hebben weggenomen uit het graf. Ze vraagt haast wanhopig, eerst aan de engelen die bij het graf gezeten zijn en later aan de tuinman die Jezus blijkt te zijn, waar ze het lichaam naar toe hebben gebracht. Die aanblik van het lege graf moet voor haar in eerste ogenblik verschrikkelijk geweest zijn. De doden verdienen eerbied en respect. Zij mogen hun rustplaats krijgen en mensen moeten respect betonen voor die rustplaats. Door alle eeuwen heen is dat een diep menselijk gevoel, daarom is het ook vreselijk als graven onteerd worden, grafstenen beklad worden en op kerkhoven niet de noodzakelijke rust heerst. Ieder mens verdient het om op waardige wijze begraven te worden. Maar we merken in deze tijd dat dit soms moeilijk is geworden. We zien vreselijke beelden van vele tientallen kisten met overleden die na een zeer korte ceremonie begraven worden, zonder familie, zonder vrienden. Ook hier in ons eigen land is het niet meer mogelijk om afscheid te nemen op een wijze zoals we graag zouden willen. We moeten ons beperken in aantal, we kunnen geen troostende arm om iemand heenslaan, we kunnen geen hand geven. Op die momenten voelen we de pijn van de afstand. Maar gelukkig spreken de lezingen in deze dagen voortdurend over hoop, de hoop dat licht zal doorbreken en we weer samen kunnen zijn. Christus geeft ons die hoop en dat uitzicht. Laten we dat met elkaar vasthouden en elkaar biddend tot troost en steun zijn.

Diaken Ronald Heinen

Dag 22: Paasmaandag 13 april

Lezing van de dag: Mt 28: 8-15

Je zou bijna denken hoe in dit evangelieverhaal wordt gesproken om "fake-news" onder de mensen te brengen. Het is dus niet iets van deze tijd als je wilt probren dat mensen de waarheid komen te weten. Gelukkig vind de waarheid altijd zijn weg en zijn de vrouwen en de leerlingen de boodschappers geworden van die goede en blijde boodschap dat de Heer Leeft! Maar waarheid horen, zien én geloven is altijd moeilijk gebleven. Soms weet je niet precies wie je kunt vertrouwen, waar de waarheid vandaan komt. Daarom is er ook telkens de boodschap in ons evangelie om kritisch te blijven, te blijven onderzoeken. Jezus werd ook helemaal niet boos of verontwaardigd toen Thomas eerst wilde zien, voordat hij tot geloof zou komen. Het is goed om te blijven nadenken, om kritisch te zijn. Dat kunnen we ook in deze tijd gebruiken. Er wordt veel van ons gevraagd, wat kan nog wel, wat zeker niet meer. Al enige tijd geleden sprak op TV een uitvaartonderneemster uit Elst over de uitvaart van een moeder. Een aantal gezinsleden hadden er voor gekozen om in die laatste dagen hun moeder te blijven verzorgen, met het hoge risico dat zij besmet zouden worden. Liever dat risico dan hun moeder niet meer kunnen verzorgen. Het betekende weer wel dat zij dan ook niet naar de uitvaart konden gaan. Dat deden dan weer andere leden uit het gezin. Zo droegen zij elkaar, zo namen zij met elkaar de zorg voor hun moeder ter harte. Zij wisten wat mocht én wat niet mocht, maar gingen daar op hun eigen manier mee om. Ik vond het een prachtig voorbeeld hoe mensen goed blijven nadenken en binnen de mogelijkheden de zorg blijven geven, samen ook verantwoordelijk zijn, voor je moeder, voor jezelf, voor het gezin, voor alle andere mensen. Prachtig hoe mensen die zorg zo laten zien.

Diaken Ronald Heinen

 Dag 21: Paaszondag 12 april

Lezing van de dag: Joh. 20: 1-19

Paaszondag, de dag waarop we vol van hoop de wereld weer mogen ingaan. De 40-dagentijd liggen achter ons, we zijn door het lijdensverhaal heengegaan en vandaag klinkt dan voluit het Halleluia. De Paaskaars brandt in onze kerk als een vast teken van licht, van hoop, maar bovenal van geloof in de verrijzenis. Twee van de leerlingen waren haastig naar het graf gegaan, bijna niet kunnend gelovend dat de boodschap van hoop en leven die hun verteld was door Maria Magdalena, waar kon zijn. Ze wilden met eigen ogen zien en wie zou dat niet willen? Ook wij zouden graag willen zien, die vaste zekerheid willen hebben dat de dood nooit dat absolute einde is. Maar wij leven vanuit het geloof dat ons is aangereikt door alle eeuwen heen, wat ooit toen begonnen is met de apostelen. Door alle eeuwen heen wordt het verhaal van Pasen vertelt. En altijd geeft het  mensen hoop, uitizcht, geeft het mensen kracht om lijden te dragen en te doorstaan. Honderden mensen liggen momenteel op de intensive care, in slaap gebracht en niet wetend wat er om hen heen gebeurd. En vele mensen zorgen voor hen, elke minuut, elk uur, elke dag.En hun dierbaren wachten elke dag op wat nieuws, elke dag hopen zij dat er een goed bericht komt, dat er een teken komt van leven, van een nieuwe toekomst. Ze wachten tot de steen van het lijden wordt weggerold en zij de ogen weer mogen en kunnen opslaan om het licht van de dag weer te zien. De hoop op die dag houden ze vast en met hen hopen ook wij. Pasen geeft ons die hoop, Pasen geeft ons dat nieuwe licht. Pasen laat zien dat wij door het lijden heen kunnen breken.

Diaken Ronald Heinen

Dag 20: Paaszaterdag 11 april

Lezing van de dag: Mt: 28; 1-10

Vandaag is er weer een bijzondere dag. De dag in de liturgie begint stil, alles is immers nog stil, geen klokken, geen orgel mag er spelen, geen eucharistie wordt gevierd. We zijn verlaten, eenzaam achter gelaten en het enige wat er nu is, is het graf. Het is de dag na de begrafenis. Velen van ons kennen dat onwerkelijke gevoel. Alles is achter de rug, de mensen die zijn gekomen om afscheid te nemen, de vele gezichten, de hartelijke ondersteuning die je zo nodig hebt, maar nu, in de ochtend is het stil. De plaats aan tafel is nu leeg, niet alleen vandaag, maar ook morgen, de dag daarna, de week daarna, alle dagen na vandaag. Wat kun je eigenlijk nog doen? Ook dat moet Maria Magdalena gedacht hebben op die ochtend. Wat kun je eigenlijk nog doen? Naar het graf? Een laatste eer. Veel mensen gaan weer terug, zo ben je nog even dicht bij elkaar, maar ook voorgoed verwijderd van elkaar. Ook Maria ging, in de vroege ochtend, waarschijnlijk kon ze toch niet slapen. En in alle rust, als er nog geen anderen zijn, is het vaak beter om bij het graf te zijn. Niemand ziet je verdriet, niemand vraagt je wat, je kunt gewoon jezelf even zijn, alleen. Maar die ochtend zou anders gaan. Niet langer was de dood aanwezig, niet langer sloot een steen de dood van het leven af. Daar waar dood zou moeten zijn, ontmoette Maria Jezus. Schrik, ontsteltenis het is haar allemaal overvallen, maar boven alles voelde ze weer hoop opwellen in haar lichaam. Het is niet voorbij, Christus is verrezen! En Maria Magdalena, de vrouw die vaak aan de kant was gezet tijdens haar leven, werd nu de apostel van de hoop. Zij mocht die goede, blijde boodschap gaan vertellen. Zij mocht het zeggen, schreeuwen, uitzingen: Hij Leeft, Hij Leeft.

Een Zalig Pasen voor u allen, waar u ook bent, laten we de hoopvolle boodschap van Maria vasthouden en met haar uitkijken naar het nieuwe licht, het nieuwe leven.

Diaken Ronald Heinen

Dag 19: Goede Vrijdag 10 april

lezing van de dag: Joh: 18,1-19,42

Vandaag lezen wij het lijdensverhaal van Christus, in de middag om 15.00 uur wordt de kruisweg gebeden en in de avond om 19.00 uur is kruisviering met kruisaanbidding. Elk jaar als ik de eerste communicanten het verhaal van de Goede Week vertel en uitleg wat zo bijzonder is aan die dagen, Palmzondag, Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaszaterdag en Paaszondag. Komt altijd die vraag: "Waarom noemen jullie het Goede Vrijdag? Het zou toch eerder zwarte vrijdag moeten zijn, of verdrietige vrijdag?" Natuurlijk probeer ik dan altijd uit te leggen dat we de vrijdag alleen maar goed kunnen noemen vanuit ons Paasgeloof. Alleen vanuit Pasen, vanuit het verrijzenisgeloof kunnen en mogen wij deze dag, Goede Vrijdag noemen. En altijd moet ik dan toch een beetje glimlachen als ik de gezichten van de kinderen dan zien. Ze lijken dan te denken: "ach dat kan hij dan mooi zeggen, maar voor mij is het in dit verhaal geen goede vrijdag!" De kinderen laten dan elk jaar weer zien hoe moeilijk ons geloof eigenlijk is. Het is niet makkelijk om in het lijden, het verdriet, de dood een teken van zingeving te zien. Op het moment van de dood, is het moeilijk om vast te houden dat de dood niet zinloos is. Er is me altijd een beeld bijgebleven hoe moeilijk dat eigenlijk is. Vele jaren geleden, nog beginnend pastoraal werker, werd ik geroepen voor een uitvaart. Een jonge vrouw, 18 jaar oud, had zichzelf van het leven beroofd omdat haar vriendje het uit had gemaakt. Een verschrikkelijk verlies voor het gezin, familie en de vele vrienden en vriendinnen. De vader vroeg aan mij of ik iets duidelijk kon maken dat dit niet zinloos was, dat haar dood niet zinloos was. Er zouden zoveel jongeren in de kerk komen en dan konden we toch niet haar huis laten gaan hoe zinloos haar overlijden is geweest. Het was een bijna onmenselijke opgave om dit over te brengen. Ik heb het geprobeerd bij het afscheid in die overvolle kerk. Maar op het moment dat ik daarover begon, zag ik een meisje in de kerk (ik zie haar nog zitten, hoofd gebogen, halverwege de kerk en heftig neen schuddend met haar hoofd). Ik heb haar niet kunnen meegeven dat, hoe moeilijk ook, we altijd moeten blijven proberen om zin te blijven zien. Ook op dat moment van vrijwel volstrekte zinloosheid van de dood. De vader bedankte mij na afloop, maar het beeld van het heftig neen-schuddende meisje draag ik altijd met me mee. En elke keer als een kind mij vraagt, waarom deze dag Goede Vrijdag wordt genoemd, zie ik dat beeld weer voor mij. Het is een blijvende opgave om in al het verdriet, in al de ellende die ons soms overspoelt, in alle dood die je omringt, vast te houden dat de morgen weer zal aanbreken, het licht zal doorbreken, en als mensen mij nu vragen of er zin te vinden is......ik hoop en bid dat zij het mogen ontdekken en tot die dag mogen ons we ons optrekken aan het paasgeloof, het geloof in de verrezen Christus.

Diaken Ronald Heinen

Dag 18: Witte Donderdag 9 april

lezing van de dag: Joh. 13: 1-15

Vandaag vieren wij Witte Donderdag en we lezen het verhaal over het laatste avondmaal, over de voetwassing. Het verhaal tekent de dienstbaarheid van Jezus. Hij knielt voor zijn leerlingen en doet een taak die aan slaven was voorbehouden. Immers de voeten wassen was zo ongeveer het laatste wat je wilde en tekende ook de laagste in de rangorde. Als je de voeten waste van de mensen, dan kon je later alleen maar verder omhoog klimmen op de maatschappelijke ladder. Jezus verlaagt zich vandaag dan ook niet wanneer Hij de voeten wast, Hij laat zien waar het werkelijk om gaat. Knielen, zorgen voor de ander, dienstbaar zijn. Het beeld van de voetwassing doet me in deze dagen denken aan al die schoonmaaksters en schoonmakers. Vaak worden zij over het hoofd gezien, hun betaling is laag, hun aanzien is laag. Maar nu vormen zij een onmisbare schakel. Immers alle bedden, alle kamers, moeten telkens weer schoongemaakt worden en zij doen dat ook nog met sterke middelen als chloor waarmee velen onder ons niet willen werken. Zij doen het ook nog met een risico voor hun eigen gezondheid.En terwijl zij afstand houden gaan zij op hun knieën, maken schoon voor ons, verzorgen dat wat wij niet willen. Al die schoonmakers in ziekenhuizen, verpleeghuizen, in onze huizen, zij verdienen juist vandaag onze diepste waardering. We mogen vandaag een buiging maken voor hen en laten we nooit vergeten wat zij voor ons doen, elke dag weer. Vandaag hoorde ik op de radio dat sexwerkers in deze dagen ook schoonmaakwerk gaan doen. Als wij in deze dagen de bijbel openslaan is het goed om te zien wie Jezus werk deden, wie bij Hem waren in de laatste dagen, wie Hem trouw zijn gebleven. In ieder geval betekent het dat we nederig mogen zijn, knielen in nederigheid, dankbaar, voor wat mensen voor ons doen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 17: woensdag 8 april

Lezing van de dag: Mt. 26: 14-25

Vandaag lezen we het verhaal over Judas, de leerling die Jezus verraden heeft. Het is vaak zo gemakkelijk om de schuld op een mens af te schuiven. Zo lijkt het ook in dit verhaal. Vele eeuwen is het beeld van Judas het beeld geworden van het joodse volk. Judas, het volk, heeft Jezus verraden, heeft Hem tot de dood gebracht en dus, dachten we, is de volle schuld op hen neergekomen. Dat denken heeft tot vele verschrikkingen geleid, door vele eeuwen heen, Met als dieptepunt de tweede wereldoorlog die we nu, 75 jaar later, gedenken. Blijkbaar zijn we snel gereed om ons oordeel te vellen, vinden wij, dat wij op het rechte pad zijn en dat de ander het verkeerd doet, verkeerd ziet. In deze tijd schijnen mensen het chinezen kwalijk te nemen dat het virus in hun land is begonnen. Ze worden aangekeken, veroordeeld, genegeerd. Het oordeel is geveld. Maar we vergeten wat in deze week werkelijk gevierd wordt. In deze week gaat het niet om veroordelen, gaat het niet om anderen aan het kruis te nagelen of na te wijzen. In deze week gaat het om liefde, Gods liefde voor de mens. Juist in deze week moeten wij toch als christenen beseffen dat een opgeheven vinger alleen naar jezelf wijst. Waar was ik? Wat doe ik? Wat heb ik gedaan voor mijn naaste? Het is zo makkelijk om een schuldenaar aan te wijzen, maar de vraag die vandaag gesteld wordt is niet wiens schuld het is, de vraag die we moeten stellen is, waar ben ik tekort geschoten? Wat is mij niet gelukt? Wat heb ik niet gedaan?

Diaken Ronald Heinen

 Dag 16: dinsdag 7 april

Lezing van de dag: Joh. 13: 21-33; 36-38

Uit de lezing van vandaag spreekt voor mij altijd de noodzaak om trouw te blijven. En we merken hoe moeilijk dat is. Twee van de leerlingen vallen vandaag af. Judas die Jezus niet trouw wil blijven op zijn weg en hem zelfs zal verraden, maar ook Petrus, degene op wie Jezus vertrouwt dat hij de kerk zal dragen, blijkt uiteindelijk tot een wankele steen te zijn. Hij die wil vechten tot het einde, zal Hem tot driemaal verloochenen. Zo staat aan het begin van al vast dat trouw niet vanzelfsprekend is. Mensen schieten tekort, we beloven zoveel, maar uiteindelijk komen we zo vaak tekort. Dat is natuurlijk niet altijd een excuus, het is nooit goed te praten, maar het is wel iets wat ons mensen tekent. Het is moeilijk om in zeer moeilijke omstandigheden trouw te blijven, om vast te blijven houden, om bij elkaar te zijn. Zo las ik in deze dagen in de krant het verhaal van de man, voorheen huisarts, over zijn vrouw die hij altijd verzorgde sinds zij in het verpleeghuis was opgenomen. Na de maatregelen kon hij niet meer bij haar zijn, haar verzorgen, samen met haar eten. Maar sinds gisteren zijn we weer samen. Het verpleeghuis heeft hem de mogelijkheid gegeven om samen met zijn vrouw te zijn. Met die voorwaarde dat hij nu niet meer van de kamer af mag. Zo leven zij samen op één kamer. Hij laat zo zien waar trouw toe kan leiden. Tot je samen laten opsluiten. Toen zij samen trouwden hebben zij elkaar beloofd om er voor elkaar te zien, in lief en leed, tot de dood je scheidt. Die belofte maakt hij nu waar. Het zijn tekenen van trouw die we hard nodig hebben, niet alleen in deze tijd, maar in alle tijden. Je bent er, als die ander jou nodig heeft.

Diaken Ronald Heinen

Dag 15: maandag 6 april

Lezing van de dag: Joh. 12: 1-11

Vandaag zijn we begonnen aan de Goede week, de stille week, zoals in de protestantse traditie deze week genoemd wordt. En eerlijk, ik vind de stille week altijd mooier klinken dan de Goede Week. Natuurlijk weten we dat deze week vooruitloopt op het Paasfeest en dat het daarom alleen een Goede Week genoemd mag worden. Maar de stille week, spreekt van een stilte, van rust, van bezinning. De stilte die vaak valt als woorden gaan ontbreken, als we eigenlijk niet meer zo goed weten wat te zeggen op die momenten dat het lijden toeslaat. Hoe vaak ik al niet bij mensen ben gekomen bij een ernstige ziekte, vlak voor of vlak na het overlijden. Terugkijkend is dat bijna niet meer te tellen. Maar altijd wist ik niet zo goed wat ik eigenlijk moest zeggen. Natuurlijk helpen dan de gebruikelijke woorden, gelukkig hebben we die, maar wat echt in ons hart is, dat is zo moeilijk om uit te drukken. Daarom zijn we ook vaak zo stil. In de eerste jaren van mijn werk, toen ik nog zeer aarzelend mijn voetstappen mocht gaan zetten, heb ik veel geleerd van een collega. (helaas veel te vroeg overleden). Hij had een hond, een goede pastoriehond en zo vertelde hij op een dag dat de avond daarvoor plotseling aangebeld werd op de pastorie. Een jonge weduwe, ze had nog maar pas haar man verloren en daar stond ze, huilend op de stoep, niet wetend hoe ze verder moest met dat grote verdriet. Natuurlijk nodigde hij haar, zette een kopje koffie, zat aan tafel en wist niet wat hij moest zeggen. Totdat zijn hond naast de vrouw ging zitten en heel zachtjes een poot op haar been legde. Hij zei later tegen mij, "die hond wist beter wat te doen, dan ik!" Zonder woorden, kon de hond duidelijk maken, hier ben ik en samen dragen wij het verdriet. Jaren later mocht ik getuige zijn van haar tweede huwelijk met een weduwnaar uit het dorp, de kinderen uit beide eerste huwelijken vonden dat hun ouders een nieuwe kans moesten krijgen. Als jonge, nog steeds pas beginnende pastor, was dat toen een hele eer, om getuige te zijn van een nieuwe verbintenis. Ook toen waren woorden niet genoeg, in het moment van stilte spraken de woorden, spraken de beelden een betere taal. Mag het deze week dan ook een goede stille week zijn.

Diaken Ronald Heinen

Dag 14: zondag 5 april

Lezing van de dag: Mt. 21: 1-11 en Mt. 26: 14-27, 66

Vandaag, vieren we palmzondag, een dag waarbij we toch altijd vooral denken aan de feestelijke palmpasenoptochten, soms ook door het dorp heen met de muziek voorop. Kinderen met blijde gezichten, trots hun Palmpasen stok omhoog gegeven, prachtig versierd. Een zondag toch ook vaak waar we kunnen genieten van de natuur, de lammetjes in de wei, de vogels die in de ochtend hun lied laten horen en de eerste eendekuikens in de sloot. De bloesem aan de bomen. Zeker op een dag als vandaag als de zon overvloedig mag schijnen lijkt het een en al vreugde. Maar Palmpasen vertelt niet alleen het verhaal van de feestelijke intocht. Na alle vreugde en hossana komt het lijdensverhaal. Het is alsof alles ineens op deze zondag wreed verstoord wordt. Terwijl de mensen nog uitkijken naar een grote verandering in de stad, weet Jezus al dat die verandering van een heel andere aard is. Hij weet dat zijn weg er een wordt van lijden, van diep verdriet, zelfs van de dood. En we voelen het vandaag intens mee.. We worden heen en weer geslingerd tussen hoop en tegenslag, zeker in deze dagen. We hopen op berichten van genezing, een medicijn, een vaccin en we worden geconfronteerd met lijden, ziekte en dood. En hier in deze vrijwel lege kerk, komen we samen, om de verhalen te laten klinken, om hoop te putten en ons door tegenslag niet te laten neerhalen. We zegenen de palmtakken als teken van leven, tegen al het verdriet, tegen al de tegenslag, tegen de dood. Die palmtakjes worden naar onze kerken en kapellen gebracht waar u ze kunt ophalen. Daar bij Maria staan ze als kleine tekenen van hoop. Laten we al die kleine tekenen koesteren in het vertrouwen dat de ochtend weer zal aanbreken, dat het licht zal doorbreken, dat leven overwint en tot die dag, houden we elkaar vast in onze harten en mogen we er op vertrouwen dat God zelf ons in zijn handen houdt.
Immers het lijdensverhaal wat we vandaag hoorden is niet een verhaal met een einde waarna alles afgelopen is, het is geen verhaal met de dood als een absoluut einde. Als alles was afgelopen, hadden wij hier niet gestaan. Als alles zinloos was geweest, waren wij hier niet om de palmtakjes te zegenen en het brood te breken. Als alles ten einde was gegaan, was het verhaal niet meer verteld. Juist omdat het einde een nieuw begin was, komen we samen in vertrouwen dat de dood niet wint, dat leven altijd sterker is, dat we elkaar de hand reiken over alle grenzen heen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 13: zaterdag 4 april

Lezing van de dag: Joh. 11: 45-56

Jezus moet sterven om de vertrooide kinderen van God samen te brengen, zo horen we vandaag. We blijven in deze tijd, in deze dagen in de sfeer van het lijden, van de dood, die aangekondigd wordt. We weten dat het komt, maar altijd is er dan die vraag naar de zin van het lijden, naar de zin van de dood. Ongetwijfeld hebben de leeringen van Jezus daar ook over nagedacht. Wat had het voor zin om op te gaan naar Jeruzalem, de stad waar het tot een einde zou komen. In leven blijven was toch veel beter. Als Jezus in leven bleef kon Hij nog iets betekenen, konden ze Hem nog vasthouden, konden ze nog van Hem leren. Als Hij dood zou zijn, zou toch alles verloren zijn. We leven met de leeringen mee die angstig waren voor wat er te gebeuren stond. Loslaten van iemand die je zo dierbaar is, dat wil je niet, dat kun je eigenlijk ook niet. We willen blijven vasthouden, we willen niet dat mensen door de dood van ons heengaan. Hoe kan dood iets veranderen? Met de leeringen zijn in afwachting, hopen we op Pasen, maar eerst is er nog die tocht naar Jeruzalem, eerst is er het lijden, de stille week. Eerst nog de dagen, wachten, afwachten, stil zijn. Houden we het vol,, kunnen we blijven vertrouwen? Het zijn de vragen van deze dagen, van deze tijd.  Is er dan geen enkel lichtpuntje meer te vinden in deze dagen? Ik denk het wel, vanavond om 21.00 uur wordt er aan ons gevraagd om een kaars te laten branden voor het raam, op het balkon. Een kaars voor al die mensen die gestorven zijn aan Corona. Wij steken een kaars aan vanavond, u toch ook?

Diaken Ronald Heinen

Dag 12: vrijdag 3 april

Lezing van de dag: Joh. 10: 31-42

De lezingen in deze tijd zijn niet erg vrolijk, kan natuurlijk ook niet anders. We zijn op het einde van de veertigdagentijd beland en dichtbij bij Pasen. Maar voordat het Pasen wordt, moeten we door een moeilijke tijd heen, een zware tijd. Een tijd van ontkenning, niet willen zien, geloven of vertrouwen. Een tijd waar lijden en dood worden aangekondigd. Vandaag lezen we dat mensen Jezus willen stenigen. Blijkbaar wilden de mensen de waarheid niet horen. En als je iets niet wilt horen, doe je je oren dicht. Als dat niet mogelijk is, dan probeer je degene die spreekt het zwijgen op te leggen. Tegenwoordig kunnen we dat gemakkelijk door de kranten niet te lezen, de TV of radio uit te zetten. Je sluit je af voor de boodschap die klinkt. Stenigen is eigenlijk hetzelfde. Je probeert degene die spreekt het zwijgen op te leggen. Maar daarmee wordt de boodschap niet gestop, de waarheid zal altijd blijven klinken, hoe vervelend, hoe moeilijk die waarheid ook is. Beter is dan ook om je niet te verzetten, je open te stellen voor die waarheid en ze onder ogen te zien. Dat betekent vaak veel pijn en verdriet, maar het geeft ook een ruimte voor wat komen gaat. Vandaag las ik in de krant hoe geestelijk verzorgers in ziekenhuizen omgaan met al het lijden rondom het Cornonavirus. Indrukwekkend hoe zij telkens weer proberen mensen bij te staan, stervenden en de familie. In al die moeilijke keuzes die in deze dagen gemaakt moeten worden. Vaak mag nog maar één familielid bij de zieke. Zo mocht de vrouw bij haar stervende man zitten en gaf hem een kus. Zij droeg een masker, hij werd beademd, maar de kus werd gegeven, door alle scheidslijnen heen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 11: donderdag 2 april

Lezing van de dag: Joh. 8: 51-59

"Als iemand mijn woord onderhoudt, zal hij in eeuwigheid de dood niet zien". Het zijn woorden die vandaag eruit springen. Juist in deze dagen nu wij elke dag weer de cijfers horen van hoeveel mensen gestorven zijn. Mensen van dichtbij en mensen van verder weg. Natuurlijk beseffen we dat Jezus niet over deze dood spreekt, Hij spreekt ook niet over het aardse leven. Leven en dood klinken bij Johannes anders. Het gaat om het eeuwig leven, het leven in Gods hand, door de dood heen. Maar als de dood zo onverbiddelijk toeslaat, zo hard en ongenadig is, dan stelt het ons geloof, ons vertrouwen op de proef. Kunnen wij nog volhouden, kunnen wij het paasgeloof nog vasthouden? Mensen die al vele jaren samen waren, kunnen elkaar nu niet meer zien, omdat de een in een verpleeghuis zit en de ander nog thuis. Ze weten niet wanneer, ze weten niet of ze elkaar nog mogen en kunnen zien. In liefde blijven ze met elkaar verbonden, maar in werkelijkheid zijn ze gescheiden. Het is een harde realiteit die veel vraagt van ons vertrouwen in de toekomst. Laten we hopen en bidden dat we ons geloof, onszelf, onze naasten niet verliezen, maar dat we vasthouden in de hoop dat licht zal gloren. En soms zijn het juist de kleine dingen die ons die hoop weer geven. in de straat waar ik woon, verschijnen steeds meer beren achter ramen, bij de voordeur, op een balkon. Voor de kinderen die op berenjacht gaan met hun ouders. Even een frisse neus, even speuren of er weer een nieuwe beer is verschenen. Als buren zijn we zo verbonden met elkaar in zorg en aandacht voor de kinderen uit de straat. Die kleine dingen geven moed en vertrouwen. De beer van mijn moeder zit nu keurig achter een raam te wachten totdat hij weer gezien wordt. Na haar dood, enkele jaren geleden, hebben wij hem keurig bewaard en nu mag hij er weer zijn, voor die kleine vreugde van kinderen en tot grote vreugde van mijzelf.

Diaken Ronald Heinen

Dag 10: woensdag 1 april

Lezing van de dag: Joh. 8: 31-42

"de waarheid zal u vrijmaken", zo spreekt Jezus vandaag in het evangelie. En inderdaad, hoe vaak verlangen we niet naar de waarheid. Naar iemand die ons kan vertellen hoe het nu precies zit, wat we moeten doen om uit een situatie te komen, wat we moeten doen om er voor te zorgen dat alles goed komt. Eigenlijk blijven we altijd wel een kind. Een kind dat verwacht dat vader of moeder je vertelt wat je moet doen en als je dat dan doet, dat dan alles goedkomt. Maar naar gelang we groter worden, komen we steeds meer tot het inzicht dat het zo vaak niet werkt. Het is nooit één keuze, het zijn vaak meerdere keuzes. Zo ook in deze tijd. We weten niet precies wat het goede is, we weten niet precies hoe de dag van morgen eruit ziet en we weten al helemaal niet hoe de dag van morgen er voor ons uitziet. We worden juist in deze dagen er op gewezen dat we veel niet in handen hebben, maar dat we juist moeten vertrouwen. Vertrouwen op mensen die ons een stukje van de waarheid laten zien. Vertrouwen op mensen die ons willen helpen naar beste vermogen. Vertrouwen in onszelf dat we het vandaag kunnen uithouden, en ook morgen, en ook overmorgen en ook de dagen daarna. Maar bovenal mogen we vertrouwen houden in God. Jezus laat ons telkens weer zien hoe belangrijk het is om dat vertrouwen vast te houden, bijzonder in de moeilijke dagen, op de donkere momenten. Vertrouwen in het goede van mensen, vertrouwen in onszelf, vertrouwen in de dag van morgen.

Diaken Ronald Heinen

Dag 9: dinsdag 31 maart

Lezing van de dag: Joh. 8: 21-30

"Hij heeft mij niet alleen gelaten".....die zin viel mij op toen ik de lezing van deze dag las. Hij heeft mij niet alleen gelaten.......Daar spreekt natuurlijk een diep vertrouwen uit. Een vertrouwen dat je nooit de weg alleen gaat, dat altijd God met je meegaat, dat Hij er is, op elk moment, in ieder dag. En dan denk ik aan al die mensen, jong en oud, die momenteel alleen zijn. Studenten, werkenden, gescheiden vrouwen of mannen, ouderen. Zij zitten alleen thuis. Gelukkig is er dan tegenwoordig de mogelijkheden om via internet met elkaar contact te hebben. Om elkaar te zien, te spreken, maar niet om elkaar te voelen, aan te raken, een arm om je schouder. Verbonden zijn met elkaar zonder dat je bij elkaar bent. ik denk dat dit in deze dagen een grote opdracht is. Vooral voor hen die in het leven alleen zijn. Ik hoop en bid dat zij Gods aanwezigheid mogen voelen. Dat zij voelen dat zij nooit alleen zijn, dat God altijd met hen meetrekt. In het bijzonder denk ik dan aan al die mensen die momenteel op de intensive care liggen. In slaap gebracht en in die slaap vechtend voor hun leven. Soms zelfs in die slaap naar een ander ziekenhuis gebracht ver van hun naasten verwijderd. Daar alleen vechten zij door. Met hen zijn ook wij verbonden in hoop en gebed dat God bij hen is, hen niet alleen laat zijn.

Diaken Ronald Heinen

Dag 8: maandag 30 maart

lezing van de dag: Joh. 8: 1-11

Vandaag lezen we het verhaal van de overspelige vrouw die voor Jezus wordt gebracht. Het is tot op de dag van vandaag een verhaal wat telt. Immers hoe vaak wordt niet gewezen naar mensen waarvan wij vinden dat die het verkeerd hebben gedaan.? Hoe vaak oordelen wij niet? Hoe vaak staan wij zelf aan de beschuldigende kant? Natuurlijk, in onze maatschappij is het belangrijk dat iedereen verantwoording aflegt over onze daden en over onze beslissingen. We doen dat in onze gemeente, in de proviincie, in ons land, in onze kerk. Iedereen die verantwoordelijkheid heeft gedragen in een bestuur weet dat je ter verantwoording kunt worden geroepen. En dat is goed, zo houden we elkaar scherp, zo zorgen we er voor dat we met elkaar de goede beslissingen kunnen nemen. Maar altijd moeten we blijven nadenken of wijzelf het beter zouden doen, of wijzelf het werkelijk beter weten. "Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen", zo zegt Jezus vandaag. En dan val je toch vaak stil, dan gooi niet meer met woorden van verwijt, dan ga je nadenken wat je zelf verkeerd hebt gedaan, te vroeg geoordeeeld hebt, te gemakkelijk woorden hebt gebruikt. Zo hoor ik in deze dagen dat we trots mogen zijn op onze schoonmakers. En terecht, zij zorgen voor onze veiligheid. Maar hoe trots waren we eigenlijk? Hoeveel waardering hebben we ze gegeven? Laten we dat dan in ieder geval veranderen. Bedankt de jongens en meisjes die de boodschappenkarren voor ons schoonmaken, bedank de vrouwen en mannen die in ziekenhuizen en verpleeghuizen alles schoonmaken, bedank hen die het aandurven om schoon te maken op de afdelingen waar Corona heerst, bedank al die mensen die voor ons zorgen. En voordat je oordeelt, vraag je altijd af, zou ik het beter doen......

 Diaken Ronald Heinen

Dag 7: zondag 29 maart

Lezing van de dag: Joh. 11: 1-45

Vandaag wordt in de kerken het bekende verhaal van de opwekking van Lazarus gelezen. Een indrukwekkend verhaal wat ons doet verwijzen naar Pasen, de dag dat Jezus zelf zal verrijzen uit de dood. Het verhaal is zo groots dat je een hele preek nodig hebt om hier bij stil te staan. Die ruimte wil ik hier, op deze plaats, niet innemen. Vandaar dat ik aandacht wil geven aan Jezus zelf in dit verhaal. We horen immers dat Jezus weende om zijn goede vriend Lazarus en dat hij huiverde bij het naderen van het graf. Huilen en huiveren, het maakt Jezus in dit verhaal bijzonder menselijk, terwijl zijn daden niets menselijks hebben, Immers doen opstaan uit de dood is niet aan mensen gegeven. Maar juist zijn wenen, zijn huiveren brengen mij dicht bij Jezus zelf. Het laat zien dat hij ten diepste betrokken is bij het leed dat Lazarus, Maria en Martha heeft getroffen. Hij staat er niet boven, maar huilt mee, de rillingen lopen over zijn rug. Hier raakt Hij Lazarus niet aan, Hij blijft op afstand staan, de steen wordt door anderen weggerold, en anderen zullen Lazarus weer bevrijden van de zwachtels en de zweetdoek. Jezus is op een afstand, maar tegelijk zo diep en intens verbonden. En natuurlijk mogen wij dan in deze dagen denken aan al die mensen die niet bij hun vader of moeder, hun geliefde kunnen zijn wanneer zij sterven. Mensen kunnen elkaar in die laatste momenten niet vasthouden. Voor velen is het niet mogelijk om even een traan bij een ander weg te halen. Mosliims kunnen hun doden niet ritueel wassen. Het is een diepe, bijna niet te bevatten pijn die velen moeten ondergaan. Wellicht kan Jezus hen en ons bijstaan en ons leren hoe wij van afstand ook ten diepste verbonden kunnen zijn. Hoe wij de dood onder ogen kunnen zien en daar door heen ook het leven blijven zien. Het duurt soms lang, soms bijna te lang. Ik las op twitter: "de klok is één uur vooruit gezet......konden we hem maar drie maanden vooruit zetten". Een mooie wens, maar we moeten helaas door de dagen en nachten heengaan, in het vertrouwen dat de tijd zal aanbreken om weer echt samen te zijn. Tot die tijd blijven we verbonden met elkaar, met God.

Diaken Ronald Heinen

Dag 6: zaterdag 28 maart

Lezing van de dag: Joh. 7: 40-53

Komt de Messias soms uit Nazareth? Het wordt in het evangelie van vandaag op zo'n toon gezegd dat je bijna meteen moet antwoorden: 'natuurlijk niet'. Uit Galilea kon toch niets goeds vandaan komen. Altijd denken mensen dat uit bepaalde winstreken, van bepaalde groepen mensen, niets goeds vandaan kan komen. Ook in deze tijd hoor je dat nog steeds zeggen, Daar komt nooit iets goeds vandaan, van die mensen moet je het niet hebben. Voortdurend schijnen mensen hun oordeel al klaar te hebben, voordat er eerst gekeken en geluisterd wordt. Maar als je goed kijkt, als je goed luistert, dan realiseer je telkens weer dat het goede vaak uit die onverwachte hoek komt. Jezus vertelt daar voortdurend over. De barmharige Samaritaan, de honderdman, de tollenaar Zacheüs. Telkens weer laat Jezus zien dat het goede op plaatsen opduikt waar we het niet hadden verwacht. Ook in deze dagen, de buren die helpen, de jongens en meisjes van de sportschool die spontaan hun hulp aanbieden om boodschappen rond te brengen. Natuurlijk kun je naar de negatieve geluiden blijven luisteren, maar laten we toch vooral het goede blijven zien.  Gisteren zegende de Paus de wereld met het heilig sacrament. Indrukwekkend was het, de eenzame paus op dat immense plein, de stilte tijdens de uitzending met geen ander beeld dan de monstrans en dan tijdens de zegen de kerkklokken en de sirenes, hemel en aarde werden verbonden met elkaar in de zegen van de paus en in de geluiden die klonken. Laten we samen blijven bidden om kracht en zegen voor alle mensen, in het bijzonder voor hen die het zo zwaar hebben in deze dagen en laten we hoop blijven houden dat het goede komt, weliicht van een plek die we niet hadden verwacht.

Diaken Ronald Heinen

Dag 5: vrijdag 27 maart

Lezing van de dag Joh. 7: 1-2.10.25-30

Zijn uur was nog niet gekomen, zo lezen we vandaag in het evangelie van Johannes, het voelt vandaag zo dubbel. Natuurlijk mogen we het lezen met de ogen van Johannes, zoals hij keek naar het leven van Jezus, wetend hoe het verder zou gaan. Ook wij leven vanuit die verwachting. Wij weten dat Pasen dichtbij is gekomen, dat het uur inderaad nog niet is aangebroken, maar dat het bijna voelbaar is, zo dichtbij, en toch niet aanraakbaar. We wachten en weten niet hoe lang het gaat duren, immers het uur is nog niet aangebroken.... vanavond, om zes uur geeft de paus ons zijn zegen, urbi et orbi, een zegen voor alle mensen, bijzonder omdat het normaal alleen voor kerstmis en pasen is en direct naar de pauskeuze. Maar nu op dit moment, ik hoorde dat de paus in volledige issolatie zit, alleen eet en bidt en toch voel ik dat hij verbonden is met alle mensen op deze aarde, met alle christenen, met alle mensen van goede wil. En vandaag geeft hij ons zijn zegen in deze bittere tijden. Waar we ook zijn, wie we ook zijn, wat we ook zijn, mogen we ons gezegend weten door Christus, die met ons is, die met ons meegaat, die ons draagt zelfs tot in onze diepste nood. Laten we de zegen op ons neerdalen, laten we hem ontvangen en geven we het door aan onze naasten.

Diaken Ronald Heinen

Dag 4: donderdag 26 maart

Lezing van de dag: Joh. 5: 31-47

In deze dagen, behalve natuurlijk gisteren, horen wij Johannes spreken. En Johannes is nooit zo eenvoudig in zijn taalgebruik. Hij wil boven alles ons overtuigen dat Jezus de gezalfde, Gods Zoon is. Zijn hele evangelie is daarvan doordrongen en telkens als wij een verhaal lezen uit zijn evangelie moeten wij dat voor ogen houden. Dat Johannes vertelt vanuit het geloof in de verrijzenis van Jezus. Zo ook vandaag als we Jezus horen spreken dat God zelf Hem gezonden heeft om Gods werken te volbrengen. Jezus is de Redder van de wereld, Hij redt ons uit de diepste nood, de zonde, uit de dood. Op Hem mogen wij vertrouwen. En juist dat vertrouwen, dat geloof in redding, in licht uit een donkere tunnel hebben we in deze dagen zo hard nodig. We hebben tekenen nodig die ons laten zien dat we niet verloren gaan. Tekenen van liefde. Zo las ik het verhaal van een man bij wie in de straat een oudere man gestorven was. Veel buurtgenoten kenden hem, immers je kon altijd wel bij hem een praatje maken als de zon scheen en hij voor zijn huis zat. Er was ook altijd tijd voor een kopje koffie. Maar nu hij overleden was konden de buurtgenoten geen afscheid van hem nemen. En zo besloot de man uit de straat om op de plaats waar de oude man altijd zat een tafeltje neer te zetten met zijn foto erop en een kaarsje erbij. En zo werd op die plaats van ontmoeting toch een moment stilgestaan samen met de buurtgenoten. Ieder op gepaste afstand van elkaar, maar wel verbonden met elkaar. Zonder de oude man, maar wel diep verbonden met de oude man. Het zijn die verhalen die mij ontroeren en troost geven. Immers ze laten zien dat we door alles heen, van afstand, toch verbonden blijven. Mogen we zo ook verbonden in Jezus, degene die voor ons die bittere donkerte heeft doorbroken.

Diaken Ronald Heinen

 Dag 3: woensdag 25 maart Maria boodschap

Lezing van de dag: Lc 1: 26 - 38 

Vandaag lezen wij een hoopvolle boodschap. Maria hoort van de engel des Heren dat zij een kind zal baren, Zij zal een zoon baren, Hij zal de zoon van de allerhoogste genoemd worden. Vanzelfsprekend is Maria bevreesd en schrikt ze van dit nieuws. Immers het is onbegrijpelijk, ze is maagd en zal een nieuw leven baren. Maar uiteindelijk beseft ze dat het niet om haar wil gaat, maar om Gods wil. Het is dan ook een vreugdevolle boodschap die we vandaag horen, een vreugdevolle boodschap die we juist in deze dagen ook hard nodig hebben. We leven in een onzekere tijd, we weten niet hoe het verder gaat, wat deze dag, laat staan de dag van morgen gaat brengen en dan weten we ook nog niet hoe lang het allemaal gaat duren. Leven met onzekerheid is niet gemakkelijk. We hebben immers graag alles in handen, willen weten hoe het verder gaat. Voor sommigen is die onzekerheid ook erg beangstigend, zeker zij die daar moeilijk mee om mee kunnen gaan. Ik denk aan een broer van een vrouw die ik gisteren sprak. Hij is blind én doof en alle communicatie kan alleen maar gaan via direct contact. De familie kan niet meer langs komen, maar gelukkig zijn er verzorgers/sters die hun taak meer dan waar maken. Maar hoe maak je duidelijk aan deze man wat er aan de hand is? Hoe kun je hem vertellen dat zijn zus in deze tijd niet langs kan komen? Het lijkt mij een bijna onmogelijke taak om te doen en toch doen mensen dit met al hun mogelijkheden. Ik kan alleen maar een diep respect opbrengen voor al die mensen en de boodschap van vandaag die we horen spreekt dan ook des te meer. We beseffen het niet, we weten niet hoe het verder gaat, maar we mogen vertrouwen hebben. De boodschap van vandaag vertelt ons dat we over 9 maanden het nieuwe leven mogen vieren, dan vieren wij het kerstfeest. Het lijkt nog zo lang, zo ver weg, maar het zal komen, het licht zal doorbreken en tot die tijd, mogen we uitkijken naar die dag.

diaken Ronald Heinen

Dag 2: dinsdag 24 maart

lezing van de dag: Joh: 5: 1-3a, 5-13

Gisteren werd ik geroepen naar een verpleeghuis voor de ziekenzegening. De jongste zoon was als enige aanwezig bij de moeder van 100 jaar, die nu bezig was met haar laatste stukje van het leven. Of er een opname mocht worden gemaakt voor de andere gezinsleden? Natuurlijk mag dat, maar het blijft vreemd dat dit nu allemaal zo moet gaan. Het is niet meer mogelijk om samen te zijn op dit laatste moment, om elkaar vast te houden, om bij je moeder te kunnen zijn. En dan lees ik vanmorgen het verhaal van de verlamde man die genezen wordt door Jezus. "Neem je bed op en wandel", de man bevrijd van zijn verlamming stond op en kon het leven weer aan. Het verhaal mag ons moed geven om ons niet te laten verlammen door een virus, om niet neer te liggen, willoos en machteloos. Het mag ons kracht geven om te blijven opstaan en samen te geloven en te vertrouwen dat we verder gaan. Dat vertrouwen in de toekomst is hard nodig, Gisteren hoorden we dat alle evenementen tot 1 juni worden afgelast. Het betekent nog lange tijd geen vieringen, dus geen eerste communie in mei. Een feest waar zoveel kinderen en hun ouders naar hebben uitgekeken. We moeten nu alles weer opnieuw gaan plannen, maar ik weet. Er komt de dag dat we samen opstaan, dat we elkaar weer begroeten, elkaar de hand geven, elkaar omarmen. Tot die dag, blijven we elkaar maar digitaal groeten. Wees voorzichtig, kijk naar elkaar om vanaf een afstandje en blijf elkaar groeten met de ogen. Zo zien we elkaar.

diaken Ronald Heinen

Dag 1: maandag 23 maart

Lezing van de dag: Joh. 4: 43-54

In deze tijd nu we van zoveel contacten verstoken zijn en op een zondagmorgen niet naar de kerkdienst kunnen gaan wil ik graag elke dag even stilstaan bij de lezing van de dag, te beginnen vandaag 23 maart.
En als je de bijbel dan openslaat komt dit verhaal ons tegemoet. De ambtenaar die aan Jezus komt vragen om zijn zoon te helpen, immers zijn zoon ligt op sterven. Er was slechts het woord nodig om de zoon te genezen, zo vertelt ons vandaag Johannes. En woorden van troost, van hoop, van genezing hebben wij ook in deze tijd zo hard nodig. Terwijl buiten de zon schijnt, de vogels zingen dat de lente er aan zit te komen, voel je ook de schrale wind. Vanachter het glas is het heerlijk, maar buiten moet je wel nog de winterjas aan en je muts of pet opzetten, je beschermen tegen die gure wind. Dat is niet alleen in de natuur op dit moment, het is ook wat we werkelijk moeten doen. Je schrap zetten, niet denken dat het allemaal wel goed komt en aan je deur voorbij gaat. Als de ambtenaar er niet op uit was gegaan om hulp te zoeken in die bittere en diepe nood toen zijn zoon op sterven lag, was de hoop en de toekomst vervlogen. Hij ging om zijn zoon te redden. En dat, beste mensen, wordt ook aan ons gevraagd. Het gaat niet om onszelf, het gaat om onze zonen en dochters, om onze vaders en moeders, opa’s en oma’s, broers en zusters. Voor elkaar moeten wij nu zorgen, voor elkaar moeten wij nu klaar staan. Foto’s van verpleegkundigen uit Italië staan voorgoed op mijn netvlies gebrand, getekende gezichten door de vermoeidheid, maar ook door de beschermende maskers die zij moeten dragen. Het zijn tekenen van de zorg die mensen aan mensen geven.

diaken Ronald Heinen

 

 

 

 

Eusebiusparochie Agenda

October 2020
S M T W T F S
27 28 29 30 1 2 3
4 5 6 7 8 9 10
11 12 13 14 15 16 17
18 19 20 21 22 23 24
25 26 27 28 29 30 31

Fotokrant